Investeer in kleine, degelijke studies naar onze taal en cultuur

Geesteswetenschappen

Het bestuderen van de vaderlandse geschiedenis gooien we overboord als het financieel niet loont.

De Universiteit van Amsterdam komt geld tekort. Beeld anp

Nederland is een ambivalent land dat worstelt met zijn eigen taal en cultuur. Mensen die in de bijstand komen, moeten een taaltoets doen, voordat zij een uitkering kunnen krijgen. Tegelijk overweegt de Universiteit van Amsterdam de studie Nederlands te ontmantelen. De discussie over Zwarte Piet overheerst al maanden het nieuws, maar tegelijk moet de studie geschiedenis inleveren.

De faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam komt geld tekort (volkskrant.nl, 11 november). Het bestuur van de faculteit overweegt daarom een gezamenlijke propedeuse in te richten voor studenten geschiedenis, Nederlands en Duits. De Angelsaksische liberal arts dienen hiertoe als model. Een andere optie is de bachelor-school.

Twee Engelse termen voor Nederlandse studierichtingen die te weinig studenten trekken om financieel rendabel te zijn. In plaats van Nederland-se taal- en letterkunde studeren jongeren namelijk liever film- en televisiewetenschappen. Of iets met intelligent design. Dat is prima. De wereld verandert en de wetenschappelijke wereld verandert mee. (Televisiewetenschappen zullen straks overigens net zo gedateerd zijn als de trekschuit, maar dat terzijde).

Het ontmantelen van de studies geschiedenis, Nederlands en Duits, zoals het bestuur nu voorstelt, heeft echter iets ongemakkelijks. Het is een schoolvoorbeeld van de ambivalentie waarmee Nederland worstelt als het om de eigen taal en cultuur gaat. Aan de ene kant zijn we zo trots op Zwarte Piet dat we onze hele geschiedenis van slavenhandel het liefst ontkennen. Als Máxima, destijds nog prinses, een opmerking maakt over 'dé Nederlander' - die volgens haar niet bestaat - is het land bijkans te klein, omdat we ons gekrenkt voelen in onze nationale trots. De bestudering van die feilbare trots in historisch perspectief gooien we echter net zo makkelijk overboord als het niet direct financieel iets oplevert.

We eisen een taaltoets voor mensen die een bijstandsuitkering aanvragen. Het spreken en schrijven van de Nederlandse taal is immers een belangrijke voorwaarde om kans te maken op de arbeidsmarkt. Dat is financieel wel rendabel. Boekjes over taal en taalkunde, bijvoorbeeld die van Paulien Cornelisse of Wim Daniëls, gaan als warme broodjes over de toonbank. De grammaticale onjuistheden in het Koningslied worden breed uitgemeten in televisieshows, de schrijvers ervan worden hartstochtelijk beschimpt. We pochen zo veel met Hermans, Mulisch en Reve dat jonge schrijvers ervan wakker liggen. Tegelijk hebben we het taal- en literatuuronderwijs op de middelbare school in twintig jaar tijd volledig de nek om gedraaid. Studenten die rechten gaan studeren op hbo- of wo-niveau moeten, net als de bijstandsgerechtigden, inmiddels een taaltoets afleggen, omdat ze geen foutloze zin meer kunnen schrijven. Van Hermans hebben ze nooit gehoord.

Het is verstandig dat Nederland zich bewust is van zijn geringe omvang en dito betekenis in een heel grote wereld. We ergeren ons allemaal wild aan politici die in krom Engels (laat staan Frans of Duits) hun collegae begroeten, dus goed onderwijs in althans één vreemde taal lijkt de investering waard. Maar dan wel naast het Nederlands. Het goed beheersen van een moedertaal blijkt een belangrijke voorwaarde voor de taalverwerving van andere talen. Zoals ook inzicht in de eigen geschiedenis en cultuur een belangrijke voorwaarde is om contact te kunnen maken met andere culturen. Maar wie dit hardop zegt, of zoals ik gisteren twittert, krijgt meteen te horen dat een pleidooi voor onze eigen taal en onze eigen poëzie 'romantisch' is. Wat zoveel wil zeggen als: niet financieel rendabel.

Mij lijkt het tijd om eens te kiezen: of we schaffen meteen het Nederlands (en de vaderlandse geschiedenis) helemaal af en eisen dan ook geen schrijf- en spreekvaardigheden meer van studenten, bijstandsgerechtigden of prinsessen, of we investeren in misschien kleine, en niet direct financieel rendabele, maar degelijke studies naar onze taal en cultuur die opleiden tot schrijvers, journalisten en leraren die komende generaties kunnen vertellen wie Hermans, Mulisch en Reve waren. En Máxima en Zwarte Piet.

Miek Smilde is schrijver en journalist. Onlangs verscheen haar roman Gloria in excelsis Deo.

Miek Smilde
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.