Column Martin Sommer

Intomen van zorgkosten zal niet lukken, zolang burger als schooljongen wordt behandeld

Achter de marktwerking in de zorg gaat een somber mensbeeld schuil.

Sinds ik een nogal enthousiast medicijngebruiker ben, weet ik dat je bij de apotheek als een schooljongen wordt toegesproken. Van de arts krijg ik een recept mee en al een paar keer is het gebeurd dat er wat anders boven de toonbank kwam. Van de medische noodzaak van mijn eigen pillenmerk was de assistente niet onder de indruk en als het niet beviel, moest ik de huisarts maar bellen. Ook wilde ik wel eens ontevreden zijn over het aantal pillen dat ik meekreeg. Ga maar naar de arts, zei de assistente, want wat die had besteld mag niet van de wet.

Ik voelde me een figurant in een kennelijke vete tussen apotheek en dokter. Onderling zat het in de medische keten niet fijn, dat begreep ik wel, met alle gevolgen voor het humeur van de apotheekdames. Tot zover mijn ontmoeting met het zorgstelsel dat wij nu kennen. Ziekenhuizen, specialisten, verzekeraars, apothekers en huisartsen maken ruzie, tot er een laagste prijs uitrolt. Voor de patiënt is de gang van zaken ondoorgrondelijk. Maar begrijpen hoeft ook niet in een medisch regime dat op prikkels is gebouwd. Je hoeft alleen maar premie te betalen en naar de apotheek te gaan.

Er is maar één moeilijkheid. Het stelsel doet zijn werk niet zo goed. Deze week besprak de Kamer de zorgbegroting die nu 80 miljard beloopt en dreigt alle andere begrotingen uit het nest te duwen. Wouter Bos maakte na afloop van zijn carrière als ziekenhuisdirecteur de pessimistische balans op. Hij was er niet in geslaagd de kostentrend te keren, net als alle andere betrokkenen, te weten politici, zorgprofessionals, medici en bestuurders. Voor één betrokkene was in het verhaal van Bos net als in de apotheek slechts een rolletje in de coulissen weggelegd. Dat was de patiënt annex burger, als een niet al te snuggere mopperkont die klaagt over de hoge zorgpremie en tegelijk vindt dat de verpleegsters beter betaald moeten worden.

De burger van Bos is de homo zorgeconomicus die voor zichzelf het onderste uit de kan wil en tegelijk zeurt dat alles duurder wordt en niks goedkoper. Wij hebben het over marktwerking in de zorg, maar wat daar meer in het algemeen onder zit is een somber mensbeeld, wijd verbreid onder de boven ons gestelden. Van de week schreef NRC over de geprangde burgemeester van Haarlem die applaus kreeg van zijn burgerij. Het commentaar sloot af met een welgemeend foei aan het adres van dezelfde burgers, die volgens NRC na hun steunbetuiging linea recta een pilletje gingen halen bij dezelfde criminelen die hun burgemeester bedreigden. Inconsistente, domme burgers dus, net als bij Bos.

Wouter Bos. Beeld ANP

Het meest sprekende voorbeeld van deze opvatting is het boek De Veiligheidsutopie van de criminoloog Hans Boutellier, dat niet voor niets populair was bij bestuurders. Hij schreef het in 2002, het jaar van Fortuyn en de zogeheten opstand der burgers. Zijn stelling was dat de burger gevaarlijk wil leven (met plaatje van een bungeejumper op het omslag), en tegelijk wil dat de overheid zijn veiligheid garandeert. De moderne burger is kortom even dom als Boris Johnson die zijn cake wil houden en opeten. Maar ik geloof er niets van.

De Nederlandse geschiedenis is er een van bestuurders die het beste met ons voor hadden en een volgzame burgerij. Toen die burgers een kwart eeuw geleden niet meer wilden luisteren, werd de marktwerking bedacht. Het oude paternalisme van de sociaal-democratie wilde verheffing en keek omhoog. Het paternalisme van de marktwerking kijkt omlaag. Voor u wordt beslist en u hoeft alleen nog achter de prikkels en de nudges aan te sjokken. Om terug te komen op de zorg, burgers hebben geen flauw benul wat het allemaal kost, aldus hoogleraar zorgeconomie Rob Baltussen. Er is ook niemand die het ze vertelt. Vroeger kreeg je een rekening van de dokter en de apotheek, die je moest declareren. Sinds de marktwerking ga ik met een papieren zak medicijnen naar huis zonder enig idee over de prijs. Zo ga je vanzelf denken dat elke pil vergoed kan worden en elke aandoening genezen.

Wouter Bos was aan het tobben over onoplosbaar stijgende zorgkosten, maar ik belde drie hooggeleerden die achter elkaar zeiden: zullen we eens beginnen met de burgers serieus te nemen? Geef ze inzicht, in dilemma’s, keuzes en kosten. Dan begrijpen burgers best dat niet alles kan en zeker niet alles tegelijk. Uit allerlei onderzoek blijkt dat geïnformeerde patiënten goedkoper zijn. Er zijn ziekenhuizen, ook in Nederland, waar het aantal operaties drastisch daalde sinds de patiënten uitgebreid werden geïnformeerd. Dan moet je ze natuurlijk geen eendimensionale vragen stellen in de sfeer van vindt u ook niet dat alle kanker de wereld uit moet. Neem de tijd om burgers de moeilijke afwegingen te laten zien en begrijpen. Wat er daarna ook bij hoort: besluiten nemen en doorzetten graag.

In Nederland gaat het precies andersom. De minister zegt stoer dat hij gaat bezuinigen. Hoe en waarop, dat komt uit een zwarte doos van bestuursoverleggen en zorgakkoorden. Niemand buiten die kring die het begrijpt. Daarna komt Hugo Borst op televisie vertellen hoe schandelijk het is dat zo’n rijk land als Nederland geen fatsoenlijke dementenzorg heeft. Iedereen is het eens en vervolgens weet de minister niet hoe snel zijn blitse schoenen hem moeten dragen om vrienden te worden met Hugo Borst. Een vriendschap die miljarden kost, dat wel. Tussen die twee uitersten van de barse bestuurder en de buigzame minister zit momenteel niets. Ik geef je op een briefje: zolang de burger als een schooljongen wordt behandeld, zal het met het intomen van de zorgkosten niet lukken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden