'Interventie in Libië stoelt op misvatting'

De militaire interventie in Libië is niet goed doordacht. Democratie kan niet worden afgedwongen en ook het vervolgen van ex-dictators heeft weinig nut, aldus Geert-Jan Knoops.

© ANP

Begin dit jaar vonden er in een groot aantal Arabische landen opstanden plaats die symbool zouden moeten staan voor hervormingen en vernieuwing. Egypte, Jemen, Syrië, Tunesië en Libië waren hier exponenten van. De westerse wereld vertaalde dit naar een 'Arabische lente', en verleende er in sommige gevallen zelfs militaire steun aan, zoals in Libië.

Arabische lente
Maar ook werd het internationaal strafrecht van stal gehaald om deze Arabische lente vooral bloeiend te laten zijn. Denk aan de verwijzing van de Libische situatie via een VN-resolutie naar het Internationaal Strafhof. Maar kon men vanuit internationaal-rechtelijk perspectief wel spreken van een Arabische lente? Kwam deze niet te vroeg? En kan deze lente niet uitmonden in een winter?

Neem Libië. De militaire interventie van de Verenigde Naties en de NAVO in dit land, die nu enige maanden gaande is, dreigt uit te lopen op een tweede Irak. Twee weken geleden werd Abbel Fattah Younes, de militaire commandant van de rebellen, vermoord. Kennelijk als gevolg van een onderlinge afrekening tussen de Libische rebellen.

Ofschoon verschillende versies over de exacte reden van de moord de ronde doen (van gedood zijn door een fundamentalistische moslimfactie tot gedood door mensen uit zijn eigen groep), toont dit één ding aan: de aanname van de internationale gemeenschap dat het land door deze rebellenbeweging geleid zou moeten en kunnen gaan worden, lijkt op drijfzand te zijn gebaseerd.

Evenzo geldt dit voor de aanname van de internationale gemeenschap dat deze rebellen thans moeten worden aangemerkt als het wettige gezag van Libië. Want een andere versie van de toedracht van het uitschakelen van deze voormalige vertrouweling van Kadhafi is dat hij wegens wanbeleid was opgepakt door de rebellen zelf voordat hij werd gedood.

Geld raakt op
Wat er ook waar moge zijn van deze lezingen, de internationale gemeenschap kan straks weleens in haar hemd komen te staan als blijkt dat er veel te voorbarig van bepaalde veronderstellingen is uitgegaan. En belangrijker, de kans is hiermee toegenomen dat de VN/NAVO-interventie in Libië qua militaire en (geo)politieke uitkomst een tweede Irak wordt. De maand september nadert, waarin voor veel NAVO-landen de balans in financiële zin zal worden opgemaakt en de vraag zich opdringt of de miljarden dollars verslindende operatie in Libië kan worden voortgezet. In Engeland bijvoorbeeld gaan al stemmen op om de militaire steun te staken; het geld raakt op.

Met veel tromgeroffel kondigde de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in mei al aan Kadhafi te gaan vervolgen. Vorige maand werden arrestatiebevelen tegen de Libische leider en enkele van zijn vertrouwelingen uitgevaardigd door het Hof. Voorlopig zal Kadhafi echter niet in Den Haag verschijnen. De rol van het Strafhof lijkt een louter symbolische.

Als de balans wordt opgemaakt, moet worden vastgesteld dat zowel in militair als in juridisch opzicht door de internationale gemeenschap wederom medewerking wordt verleend aan de omverwerping van een regime in een land, zonder een weldoordacht plan hoe en door wie dat land geregeerd moet gaan worden, en zonder een militaire exitstrategie. Trekt de NAVO zich straks gewoon terug en laat het de rebellen en Libië aan hun lot over?

Een soortgelijke situatie doet zich voor in landen als Tunesië en Egypte. Oud-president Ben Ali van Tunesië is bij verstek tot 35 jaar gevangenisstraf veroordeeld. In Egypte loopt nu een strafproces tegen oud-president Mubarak en leden van zijn regering. Maar zal een mogelijke veroordeling van Mubarak de weg vrijmaken naar een beter Egypte? Dat is maar zeer de vraag. De beloofde hervormingen worden in Egypte en elders mondjesmaat ingevoerd, en mede hierdoor is het in deze landen verre van politiek en economisch stabiel.

En in een land als Syrië wordt er zelfs nog steeds geprotesteerd en gevochten, met als resultaat bijna tweeduizend doden. Intussen konden de VN niet tot een resolutie over de Syrische situatie komen, zoals dat wel lukte in het geval van Libië.

Harde lessen
De harde lessen van Irak en Afghanistan zijn kennelijk nog aan dovemansoren gericht. Democratie binnen een korte tijd en met militair geweld forceren is een illusie. Het vervolgen van oud-dictators maakt niet dat een land sneller democratisch en welvarend wordt. Het is een conclusie die ook wordt getrokken in mijn recente boek Blufpoker, de duistere wereld van het internationaal recht. Het tegenovergestelde lijkt het geval: de landen waar opstanden hebben plaatsgevonden zijn nu armer dan ooit.

Zo verkeert de Arabische lente dus in een Arabische winter. Een winter die niet door middel van het internationaal strafrecht zal verdwijnen. Het Westen doet er verstandig aan om voortaan meer doordacht na te gaan of het faciliteren van een Arabische lente, of enig andere 'lente' in de wereld, wel voordelen biedt.

Geert-Jan Knoops is internationaal strafrechtadvocaat en hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden