Opinie

Interlandelijke adoptie is onwenselijk

Adoptie

Beter dan adoptie is het te voorkomen dat moeder en kind onomkeerbaar worden gescheiden.

Beeld uit 2005: kinderen in een weeshuis in Antananarivo, Madagascar wachten op adoptie. Beeld afp

'Adoptieadvies is slecht onderbouwd' luidt de kop boven het artikel waarin hoogleraar adoptiestudies en adoptiemoeder Juffer en hoogleraar algemene pedagogiek IJzendoorn, beiden uit Leiden, het RSJ-advies om te stoppen met interlandelijke adoptie bekritiseren (O&D, 2 december 2016). Ze vinden dat het argument van de RSJ dat adoptie aanzuigend werkt, kwantitatief niet goed is onderbouwd.

'De kindertehuizen moeten leeg, maar ze moeten ook vol', zo kopte de NRC al op 25 mei 2007 boven een artikel over Bos' antropologisch onderzoek naar Afstand ter Adoptie in India. Sinds tien jaar communiceert Bos deze boodschap op basis van conclusies die voortvloeien uit jarenlang grondig antropologisch veldwerk in India, Vietnam en Nederland. Maar Bos is niet de enige die zich heeft verdiept in het perspectief van de echte ouders. Zo deed Olha Mykytyn-Gazziero voor haar promotieonderzoek grondig veldwerk in Oekraïne, haar land van herkomst en tevens het land dat Juffer en IJzendoorn, net als Ido Weijers in de NRC (3 januari) als voorbeeld aanhalen. Ook Mykytyn-Gazziero trekt de conclusie dat interlandelijke adoptie aanzuigend werkt.

Tien jaar duurde het voor serieus getwijfeld werd aan voortzetting van interlandelijke adoptie. Dat is begrijpelijk, want interlandelijke adoptie roept romantische gedachten op: kinderen zonder ouders en mensen met een kinderwens maken elkaar gelukkig. Dat is een comfortabele boodschap. Ook is stoppen met adoptie geen prettige boodschap voor adoptieouders, omdat het hun gezinsvorming ter discussie stelt.

Juffer en IJzendoorn zien adoptie als een positieve interventie voor kinderen die anders als wees in een weeshuis zouden moeten opgroeien. Maar onderzoek van cultureel antropologen en ontwikkelingssociologen, dus buiten de pedagogische en psychologische disciplines van deze deskundigen, toont aan dat de jeugd in de tehuizen zelden wees is. Dit zijn vaak kinderen met ouders die om diverse, vaak pijnlijke redenen niet zelf voor hun kinderen kunnen zorgen.

Dit gebeurt overal in de wereld, ook in Nederland (19.985 kinderen in 2015) . Het is echter ondenkbaar dat uit huis geplaatste kinderen in Nederland ter adoptie aangeboden zouden worden aan ongewenst kinderloze ouders in bijvoorbeeld China. Omgekeerd gebeurt dit wel. Het onderzoek van Mykytyn-Gazziero toont aan hoe moeders in het door Juffer, IJzendoorn en Weijers aangehaalde voorbeeld van Oekraïne op pijnlijke en geraffineerde wijze hun kinderen verliezen door het institutionele bestel van Kinderbescherming, voorafgaand en gestimuleerd door het winstbejag van interlandelijke adoptie.

Weijers concludeert dat de 'suggestie van een aanzuigende werking ronduit misleidend is'. Wij concluderen dat het gebruik van begrippen als 'wezen' en 'weeshuizen' onjuist en verhullend is en dat Weijers en zijn Leidse collega's zich niet hebben verdiept in de sociale werkelijkheid achter de cijfers, wat de RSJ wel deed.

Adoptie begint niet bij de 'volle weeshuizen' maar bij 'volle wachtlijsten'. Er stroomt geld van rijk naar arm en er verhuizen baby's van arm naar rijk. Maar dat zijn alleen de kinderen die in het profiel van de aspirant adoptieouders passen en dat is maar een zeer beperkt aantal van de grote aantallen kinderen die in instituten in de zendende landen verblijven. Op de echte moeders van die in het Westen gewenste kinderen wordt druk uitgeoefend, toont onderzoek aan. Dat is een schending van mensenrechten en kinderrechten, temeer daar deze moeders vaak zelf ook nog minderjarig zijn.

Moeders die een kind afstaan ter adoptie, hopen in een situatie van paniek een probleem op te lossen, maar kunnen de gevolgen niet overzien en krijgen er uiteindelijk grotere problemen voor terug. Adoptie is onwenselijk, want er zijn goede alternatieven om moeders, vaak met hun extended familie, te ondersteunen. Opvang binnen families om een onomkeerbare scheiding tussen moeder en kind te voorkomen, komt in beeld als perverse prikkels, veroorzaakt door belangen van adoptieorganisaties en (aspirant-) adoptieouders, worden weggenomen.

Gelukkig baseert de RSJ zijn advies niet alleen op onderzoek in de ontvangende landen, gericht op gehechtheid in adoptiegezinnen en uitgevoerd door monodisciplinaire pedagogen. Het is gevaarlijk als toonaangevende onderzoekers zich als autoriteit en vanuit hun emotie uitspreken buiten de grenzen van hun discipline. De RSJ gaat voorbij aan romantische beeldvorming, heeft zich breed laten informeren en een fundamentele discussie aangezwengeld. Dat is pijnlijk voor adoptieouders in Nederland en goed nieuws voor de groep ouders waaraan Juffer, IJzendoorn en Weijers met gemak voorbij gaan.

Pien Bos is cultureel antropoloog aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.
Hilbrand Westra
is oprichter United Adoptees International.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.