Column Daniela Hooghiemstra

Inmiddels hebben ideeën over persoonlijke levensstijl de politieke ideologieën verdrongen

Zo eenvoudig was de kwestie volgens de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, Hans Nijenhuis, dat hij op de dag van de scholierendemonstratie voor klimaatmaatregelen over de hele voorpagina van zijn krant de slogan: ‘De jeugd wil de toekomst’ plaatste. Er moest iets gebeuren, verklaarde hij later op televisie, politiek debat daarover was helemaal niet nodig.

Die voor een journalist opmerkelijke stellingname bevestigde maar weer eens hoe moeilijk het is om zonder geloof te leven, het te moeten stellen zonder de eenduidigheid en de gemeenschappelijke warmte waar een religie in voorziet. Zelf ­nadenken (wie is ‘de jeugd’, hoe weet je wat die wil, en wat wordt ­verstaan onder ‘de toekomst’?) wordt in Nederland ook nog niet zo lang gedaan.

Niet de mensen zelf, maar hun ­religieuze groep bepaalde lange tijd wat ze vonden. Als je in de negentiende eeuw wilde weten hoe ­iemand in het leven stond, dan vroeg je naar diens religieuze ­gezindte. Meestal kende je die trouwens, want als protestant ging je niet met katholieken om en vice versa en de protestantse wereld kende ook subcategorieen die elkaar niet verdroegen.

Wetenschap en welvaart maakten God minder nodig. Waar eind ­negentiende eeuw 98 procent van de Nederlandse bevolking godsdienstig was, is dat tegenwoordig nog maar 50 procent, en 5 procent daarvan gelooft bovendien in een andere profeet.

Dat betekent niet dat gevoelens van angst, schuld, angst voor ondergang en behoefte aan verlossing ­opgelost zijn. Zij zoeken alleen ­andere wegen. Vanaf de twintigste eeuw vulde ideologie het gat. Zelf opgegroeid in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw kende ik geen God die oordelen velde, maar wel een hippe politieke voorhoede die dat deed. Die verdeelde de ­wereld grofweg in twee kampen: eerlijke (linkse) en oneerlijke (rechtse) mensen. Je kon beter in de Sovjet-Unie wonen, hoorde je vaak, dan in het verderfelijke Amerika.

Mijn vader, die handelde in filterkoffieautomaten en volgens de doctrine in het oneerlijke kamp viel, kwam tot vervelens toe aanzetten met Het kalf stoot de eik, de memoires van de Russische dissident Aleksandr Solzjenitsyn. Niet alleen was dat een dik boek met een rare titel en was ik eigenlijk niet zo in politiek geïnteresseerd, wat mijn vader ook niet zag, was dat het verdedigen van westerse vrijheid nu eenmaal net zoiets was als zeggen dat je fan van Willeke Alberti was.

Eind jaren tachtig was het ineens voorbij: de bevlogen voorhoede waaierde uit over consultancy­bureaus, ziekenhuisbesturen en ­woningbouwcorporaties en over de zegeningen van Vijfjarenplannen hoorde je niemand meer.

Met mijn vader, die een jaar na de val van de Muur overleed, heb ik het niet meer kunnen bespreken, maar zelf heb ik intussen de conclusie getrokken dat de behoefte om samen iets te geloven, de belangstelling voor de inhoud daarvan meestal overstijgt. Hoe het er in de Sovjet-Unie echt aan toeging, interesseerde niemand, het ging om het prettige vergezicht en een gemeenschappelijk kader.

Er zijn maar weinig feiten nodig om samen te voelen en vinden. Rond gedachtengoed ontstaat vanzelf een structuur van leider(s), aanjagers en volgers. Een subtiel samenspel van enkelen die de tijdgeest vertolken en velen die daarvan hun gezamenlijke doctrine maken.

Wie in die ruimte, waar angst en schuld zowel gecultiveerd als bezworen worden, waar goed en slecht contouren krijgen en verlossing (de jeugd!) in zicht komt, een plaatsje wil krijgen, moet aan de veronderstellingen alleen niet tornen.

Inmiddels hebben ideeën over persoonlijke levensstijl de politieke ideologieën verdrongen. Wat moet je eten, hoe blijf je gezond en geestelijk ‘in balans’? Iedere vrouw die wel eens zwanger geweest is, kent de ­alwetenden die klaarstaan om in het niemandsland waxinelichtjes te plaatsen.

Het zal dus wel een illusie zijn om te denken dat het ook zonder kan. Dat je ook zonder pretentie van ­moreel gelijk, verkettering of heiligverklaring van de een of de ander en niet wijzend naar onzichtbare structuren en hogere machten, maar door gebruik van eigen verstand, met besef van eigen verantwoordelijkheid en inachtneming van alle mogelijke wetenschappelijke inzichten, een debat kunt voeren over het treffen van noodzakelijke maatregelen tegen de (gevolgen van) klimaatverandering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.