Column Aleid Truijens

Inleven is herdenken: de verhalen over de ­Holocaust moeten we blijven vertellen

Als puber vond ik de oorlog iets van horen zeuren. Als de volwassenen weer eens op verjaardagen, gezellig drinkend, begonnen op te bieden over doorstane verschrikkingen. Op een fiets met houten banden op strooptocht bij de boeren, waarna fiets en eten werden ingepikt door een rotmof. Keiharde hompen brood eten, met prut van suikerbieten – als je geluk had.

Een paar ooms hadden meegevochten in de eerste oorlogsdagen. Een ander vertelde tot gekmakens toe zijn heldenverhaal over de overval op een bonnenkantoor. Wij gaapten en rolden met onze ogen. Dit was toch verschrikkelijk lang geleden? Wel dertig jaar! Trouwens, ze leefden allemaal nog, die ouwen met hun bierbuiken, schuine moppen en Opels Kadett. Zo erg kon het niet geweest zijn.

Dat het verschrikkelijker kon, wist ik wel. Ook daarom hoorde ik liever geen oorlogsverhalen. Een vriendinnetje had geen grootouders meer. Vermoord, zei ze, in de gaskamers. Dat huiveringwekkende woord gebruikte mijn moeder ook weleens, samen met het woord ‘Joden’. Alsof je dat gewoon kon zeggen! Ik duwde iedere gruwelgedachte snel weg.

Dat veranderde pas toen ik, verplicht voor school, Het achterhuis las, het dagboek van Anne Frank. En kort daarna Het bittere kruid van Marga Minco. Mijn desinteresse sloeg om in paniek: dit konden mensen, heel gewone mensen, anderen aandoen. Ze konden je zomaar je leven afpakken omdat je geloof, ras of ideeën hun niet aanstonden. Kinderen zoals ik, zoals Anne, zouden nooit meer fietsen, zwemmen, ijsjes eten of naar de film gaan. Nooit meer verliefd zijn. Ze moesten dood.

Het was van een niet te vatten wreedheid. Was dit echt gebeurd? En daarna leefde iedereen gewoon door? Nee hoor, met jou gebeurt dat niet, schatje, zeiden mijn ouders. Maar waarom die anderen wel?

De Tweede Wereldoorlog is nu bijna tachtig jaar geleden, lang niet lang genoeg geleden om erover te zwijgen. Wat mij betreft zetten we er juist een tandje bij met herdenken. Dus geen thema als ‘kiezen in vrijheid’ op 4 en 5 mei, gelinkt aan het kiesrecht en de verkiezingen, hoe belangrijk ook. Deze meidagen hebben al een groots thema: de oorlog van ’40-’45. Dat is genoeg. Laten we op 4 mei deze doden herdenken, de mensen die sneuvelden of die vermoord werden, door een stel krankzinnigen, door onmensen met macht. Niet al die andere slachtoffers van missies of oorlogen elders, geef die een eigen herdenking. Iedereen herdenken is niemand herdenken.

Het is zo kort geleden. De Holocaust is het nog verse bewijs van het kwaad dat we kennelijk in ons hebben. Het is ons morele ijkpunt en dat blijft het. Nog altijd leven er stokoude mensen die als kind in een kamp hebben gezeten, hun ouders nooit terugzagen of na de oorlog terugkwamen in een leeggeroofd huis. Die verhalen moeten we blijven vertellen, ook aan gapende, met de ogen rollende pubers.

Lees Anne Frank met kinderen, thuis en op school. Zij is geen vaal bidprentje, haar dagboek is niet sleets. Het is juist schokkend hoe fris haar verhaal nog is, hoe levend haar stem, hoe bokkig haar karakter, hoe vilein haar observaties. Alleen inleven is herdenken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden