verslaggeverscolumn Toine Heijmans

Ineens hebben de stakers de premier aan hun kant

Terwijl premier Mark Rutte dit weekend hogere cao-lonen eist voor ‘mensen met een gewoon salaris’ onderhandelt vakbondsvrouw Yolanda Reus tot laat over hogere cao-lonen met de directie van Forbo Flooring, en rijdt Ronald Besse naar de linoleumfabriek om er een storing te verhelpen in het ketelhuis. 

Van de vier technici in zijn team verdwenen er drie en ze werden niet vervangen, dus Ronald is in z’n eentje verantwoordelijk, ‘ik ben het hele team’, en de fabriek moet draaien, zo denken de werknemers van Forbo erover, ook op zondag. Hoort erbij.

Ronald Besse, werknemer.

Een dag later staken ze. Het is de eerste grote staking sinds de oprichting van het bedrijf in 1899, in het hart van het Nederlandse industrialiseringsgebied, en hun mars op het kantoor waar de directie zetelt zweemt naar ouderwetse klassenstrijd: onwrikbaar en luid. Eendrachtig wijzen ze het nieuwe definitieve loonbod van de directie af. Het gaat om geld, natuurlijk, maar ook om iets anders.

‘Hé! Het gaat om waardering!’

Wat helpt: de premier van Nederland staat plotseling aan hun kant. ‘De winsten klotsen tegen de plinten op’, waarschuwde hij als een geboren stakingsleider, dus moeten bedrijven als Forbo normaal doen en het loon verhogen van mensen die Rutte graag ‘de middenklasse’ noemt.

Marx Rutte, schreef De Telegraaf al een paar jaar terug.

‘Het is vast om zieltjes te winnen’, zegt Ronald, ‘maar verder wel prettig voor ons’.

Forbo is zo’n ouderwets met de omgeving vervlochten fabriek: iedereen kent de geur van het linoleum dat in de droogkamers hangt, de dakkappen open om het drogen te versnellen. Alles gebeurt ter plekke: uit lijnolie, kalksteen en houtmeel ontstaat vloerbedekking die trots is tentoongesteld in de showroom op het fabrieksterrein, en waar de werknemers nu het loonbod van de directie wegstemmen. Ze werken hier twintig, dertig, veertig jaar. Ze zijn de fabriek, ook al is die in handen van ‘Zwitserland’, hoofdkwartier van Forbo – er is een groot verlangen terug naar de fabriek waar de directeur nog langs de productielijnen loopt.

Ronald werkt er achttien jaar, ‘fijne collega’s’, ‘je krijgt elke maand netjes betaald’ – ook al is hij nu dus solo verantwoordelijk voor de perslucht, de stroomopwekking, de koeling en de verwarming. Elk weekend consignatiedienst, altijd oproepbaar: als de telefoon gaat is hij al onderweg. Verdient twintig euro bruto per uur, ‘het vet is van de botten, maar we komen er net van rond’.

Dus mogen ze dan aub wat meedelen in de hoogconjunctuur?

Leuzen en spandoeken.

Niemand hier staakt graag. ‘Staken is lastig’, zegt Marleen van der Lubbe – in december viert ze haar veertigjarig jubileum, ‘het is zonde van het bedrijf’. Het gaat om communicatie, zegt ze ook. ‘De directie hoorde erbij, vroeger, die kwam vaak in de fabriek. We hebben sinds kort geloof ik een Belgische ceo en die heeft een heel ander gevoel voor hiërarchie.’

De directie is relatief nieuw – de meeste stakers kennen de namen niet, maar weten wel dat ze boos wegliepen van de onderhandelingstafel, en dat ze vinden dat het slecht gaat met de fabriek, ondanks de winst, en ondanks een extra dividenduitkering aan de aandeelhouders.

Ze willen een eind aan de werkdruk: mensen zijn afgevloeid en niet vervangen, met een vergrijsd personeelsbestand als resultaat. De fabriek ontbeert een jonge generatie die het vak kan leren. De directie had een onderzoek naar de werkdruk toegezegd, maar wil het resultaat niet delen.

Zo stomen ze boos op naar kantoor, een wit gebouw, ‘daar zit corporate’, zegt Martin, ‘en af en toe zijn de heren uit Zwitserland daarbinnen’. Posteren zich voor de ingang – de automatische schuifdeuren blijven maar open en dicht gaan. Daarachter staan drie directieleden, ze komen niet naar buiten. Ze genoten academische opleidingen en carrières bij diverse bedrijven – een ander leven.

‘Kom dan naar buiten!’

Willem Burmanje durft het aan, de marketingdirecteur, hij zegt: ‘er hoeft echt niet gestaakt te worden.’

Gehoon.

‘Waarom krijgen de aandeelhouders wel extra dividend?’ roept een staker.

Willem zegt: ‘Aandeelhouders in een bedrijf is heel wat anders dan werknemers in een bedrijf.’

Ja, dat wisten ze inmiddels.

In de patstelling die volgt loop ik de schuifdeuren door, tot ongenoegen van Vice President Linoleum Edwin Duijnisveld, die vraagt hoe ik het fabrieksterrein op kwam. Met Willem Burmanje en de HR-directeur probeert hij de situatie in te schatten. De directie begrijpt het niet. Ze deden toch een prachtig loonbod. En nu is Mark Rutte ook al van kant gewisseld. ‘Er is helemaal geen scheefgroei hier’, zegt Willem, ‘het geld klotst niet tegen de plinten op’. Hij wijst naar buiten: ‘ik zou wíllen dat ik zo’n cao had als die van hun’.

En of ik dan nu het fabrieksterrein wil verlaten.

Willem Burmanje, directeur.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden