COLUMNIonica Smeets

Ineens begrijp ik waarom vrouwen weemoedig worden bij de gedachte dat ze nooit meer maandverband nodig zullen hebben

Ik was een jaar of 13 en staarde met open mond naar de vrouw die op het podium luidkeels zong over haar menstruatie terwijl ze vrolijk zwaaide met een staf vol bungelende tampons. Die vrouw was Herma, een vriendin van mijn moeder. Als puber vond ik haar stokoud, maar bij nader inzien moet ze destijds hooguit 45 zijn geweest. Herma zong in een cabaretvoorstelling een loflied op het feit dat ze nog níét in de overgang was. Dat maakte diepe indruk op mij, want ik durfde in die tijd nauwelijks over ongesteldheid te praten en bij het zien van die wapperende tampons wilde ik het liefste van ongemak onder mijn stoel kruipen. Ruim 25 jaar later herinner ik me nóg het opgewekte refrein: ‘Want wat een bof, het gaat nog tof, de maandelijkse periode – en de tampons zijn nog van node.’

Deze week dacht ik hieraan terug bij het lezen van het onlangs verschenen boek Wen er maar aan, het fictieve dagboek van een vrouw in de overgang. Geschreven door Maike Meijer, de fijne actrice en scenarioschrijver van onder andere Toren C. Ik dacht dat zij nog piepjong was, maar tot mijn lichte verbijstering blijkt zij 53 te zijn. Ze stuurde me haar boek met de mededeling dat er allemaal getallen rond en boven de 50 in voorkomen en de vriendelijke geruststelling dat ik daar nog LANG niet bij hoor. Maar dat ik me door haar boek te lezen alvast een beetje kon voorbereiden op waar het heengaat.

De dagboekfragmenten in Wen er maar aan staan vol ellende: sombere buien, een droge vagina, een uitlubberend lichaam, gecombineerd met verdriet om een kind dat uit huis gaat, opvliegers, het gevoel afgeschreven te zijn en heel veel chagrijn. Gelukkig is al die ellende erg geestig opgeschreven. Zo moest ik bijvoorbeeld grinniken om het volgende inzicht van de humeurige hoofdpersoon:

‘Natuurlijk heeft dat chagrijnige gedoe van mij een biologische functie, namelijk deze: overjarige vrouw jaagt man weg met haar chagrijn → man plant zich voort bij jongere vrouw.’

Dat zijn nou typisch het soort gedachten dat ik ook heb als ik héél chagrijnig ben. Gelukkig bleek Wen er maar aan toch vooral een grappig en zelfs troostrijk boek. Ik besloot maar wat meer werk te maken van de voorbereiding op de onvermijdelijke overgang en wat data op te zoeken.

Gemiddeld blijken Nederlandse vrouwen hun laatste menstruatie op hun 51ste te hebben, maar er zit nogal wat variatie in. De periode van overgangsklachten duurt, ook weer gemiddeld, vijf jaar en begint meestal ergens tussen je 45ste en 55ste. Ik ben 41 en heb dus misschien nog maar een paar jaar, of zelfs minder.

Nu heb ik mijn ongesteldheid altijd diep en intens gehaat en dankzij een hormoonspiraal menstrueer ik al jaren niet meer. Maar ineens begrijp ik heel goed waarom vrouwen weemoedig worden bij de gedachte dat ze nooit meer maandverband nodig zullen hebben. Of waarom ze een loflied over hun menstruatie zingen terwijl ze dapper met tampons wapperen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden