Opinie

Indisch centrum dient als afkoop veel hogere schuld

Met veel fanfare werd de oprichting van een centrum over Indië gevierd. Dat is misplaatst.

Herdenking bij het Indisch Monument van de Japanse capitulatie, eveneens gelegen in Den Haag.Beeld anp

Vlak voor de 72ste herdenking van de capitulatie van het Japanse Keizerlijke Leger op 15 augustus stonden de kranten vol. Niet zozeer met artikelen over deze emotioneel beladen dag, maar over het 'gebaar van collectieve erkenning door de Nederlandse regering': het subsidiëren van het nieuwe onderkomen van het Indisch Herinneringscentrum in Den Haag.

Het stuitende aan al deze juichende publicaties, onder meer in de Volkskrant, is echter dat de werkelijke kwestie volledig onbenoemd is gebleven: het kapitale uitgebleven rechtsherstel voor de Indische gemeenschap.

Voor de buitenwacht lijkt het een prachtige bekroning. Eindelijk dan is er een waardige locatie voor een 'Indische pleisterplaats' in de 'weduwe van Indië'. Onvermeld wordt gelaten dat de eerste twee versies van het Indisch Herinneringscentrum, Indisch Huis genaamd, door fraude en wanbeheer failliet zijn gegaan.

Daarnaast is er helemaal geen sprake van een eenvormige Indische gemeenschap, maar van een multi-etnische bevolkingsgroep met Indo-Europese, Molukse, Chinese, Indo-Afrikaanse, Papoea-, Toegoenese en Indonesische roots. En juist deze etnische Nederlanders zijn niet gerepatrieerd zoals de blanke, uitgezonden Nederlanders tussen 1945 en 1948, maar als ontheemden vanaf 1950 gedwongen naar Nederland gekomen, waar ze op een ronduit schandalige manier opgevangen zijn.

En daar zit 'm nu juist het grote pijnpunt: al deze oorlogsslachtoffers zijn berooid naar Nederland gekomen omdat hun achterstallig salaris plus pensioenopbouw over de oorlogsperiode niet uitbetaald was door de Nederlandse regering, hun bank- en spaarsaldi verdwenen waren en hun verzekeringspolissen niet uitgekeerd werden. Alsof al die gelden, die een kapitale waarde vertegenwoordigen, in een groot zwart gat verdwenen zijn.

Al die jaren bleef de kwestie van het uitgebleven rechtsherstel onaangeroerd. Totdat een incident bij de herdenking op 15 augustus 1991 ertoe leidde dat op verzoek van toenmalig premier Lubbers het Indisch Platform werd opgericht 'als aanspreekpunt van de Indische gemeenschap'. Het ondemocatisch geïnstalleerde Indisch Platform ontving jarenlang structurele en incidentele subsidies van de Nederlandse overheid. En ging akkoord met de zeer nadelige financiële compensatieregeling, 'het gebaar', tegen finale kwijting.

De conclusie ruim 25 jaar later is dat het Indisch Platform helemaal niets heeft kunnen betekenen voor het uitgebleven rechtsherstel. En dan hebben we het niet over kleingeld. Alleen al met de backpayverplichting voor de naar schatting 90 duizend Knil-militairen en overheidsambtenaren is 2,25 miljard euro gemoeid. In plaats dat de Nederlandse overheid al haar personeel heeft uitbetaald, kwam ze op 15 augustus 2015 met de 'heuglijke' mededeling dat aan alle rechthebbenden die op die datum nog in leven waren een bedrag van 25.000 euro uitbetaald zou worden. Er bleken nog 577 mensen in leven te zijn. Aan wie in totaal 14,5 miljoen euro uitgekeerd is. Tel uit je winst.

Het schandaligste is nog wel dat de 'deadline' van 15 augustus 2015 voorgesteld is door het Indisch Platform zelf. Dezelfde organisatie die in plaats van het aanhangig maken van het uitgebleven rechtsherstel bij staatssecretaris Van Rijn nu heeft aangedrongen op 'een gebaar van collectieve erkenning'.

Wat dit nieuwe herinneringscentrum in werkelijkheid is, is een afkoop. Een Indische fooi. Een schenking van 10 miljoen euro die doet voorkomen alsof hiermee alle openstaande rekeningen voldaan zijn. Geen woord echter over de reeks aanspraken van de Indische gemeenschap jegens de Nederlandse staat, banken en verzekeringsmaatschappijen. In plaats daarvan wordt er hoog opgegeven over een 'kenniscentrum repatriëring', waar 'mensen met een Indisch verleden kunnen uitzoeken met welke boot hun ouders of grootouders naar Nederland zijn gekomen.' Dat kan iedereen die in het bezit is van een computer vanuit zijn huiskamer: je typt gewoon passagierslijsten1945-1964.nl in.

Het echte, schrijnende verhaal bevindt zich echter in de beerput onder de Haagse villa waar het Indisch Herinneringscentrum gevestigd wordt.

Sylvia Pessiron is voorzitter Task Force Indisch Rechtsherstel.
Griselda Molemans is onderzoeksjournalist.
Rob Malasch is publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden