Column Jasper van Kuijk

In Zweden bleken er aanzienlijk meer soorten winterbanden te bestaan dan ik in al mijn naïviteit dacht

Een collega komt handenwrijvend de koffiekamer binnenlopen: sneeuw, eindelijk! Dikke witte vlokken jagen langs het raam. ‘November is wachten’, had ze eerder verzucht. En inderdaad, na de prachtige herfstkleuren en najaarszon van oktober is november met zijn kale bomen en waterige zonnetje vooral heel grauw. Dan liever zo’n mooi wit sneeuwdek. Bovendien, een ‘echte’ winter met flink veel sneeuw is een van de dingen waar we op hoopten toen we naar Zweden gingen. Dus toen we het weerbericht voor vandaag zagen, sleepten we gelijk de veel te vroeg ingekochte sneeuwoveralletjes voor de jongens uit de opslag en zetten de slee alvast klaar.

Aan de andere kant kan ik me nu de sneeuw er daadwerkelijk is niet helemaal overgeven aan de sneeuwvreugde, want ik weet dat ik straks nog een goeie 50 kilometer door de sneeuw naar huis moet rijden. Op mijn Hollandse winterbanden, zonder spikes.

Bij aankomst in Zweden bleken er aanzienlijk meer soorten winterbanden te bestaan dan ik in al mijn naïviteit dacht. Onze Nederlandse auto heeft wat ze hier winterbanden ‘voor op het continent’ noemen, goed voor nattigheid en kou. Scandinavische winterbanden hebben een andere rubbersamenstelling, die meer grip geeft op sneeuw en ijs. En dan heb je nog de ‘dubbdäck’, waarbij er metalen pinnetjes in de band verwerkt zitten.

Maar de aankoop van dat soort banden had ik voor me uitgeschoven, want ergens had ik stiekem de hoop dat het misschien tóch wel zou gaan op mijn Hollandse winterbandjes. Om nou vier nieuwe banden te kopen en die maar een jaar te gebruiken, dat is toch wat aan de prijs. Alleen maakt dat gedraal dat ik nu terug naar huis moet rijden door meer sneeuw dan ik de afgelopen vijf jaar in Nederland heb meegemaakt. En het blijft maar vallen.

Op het eerste stuk, op de autoweg, valt het me nog alleszins mee en denk ik gematigd triomfantelijk: ‘Zie je wel, gekke voorzichtige Zweden, gaat prima dit.’ Maar dan draai ik de 80-kilometerweg op naar ons plattelandsgehuchtje, waar aanzienlijk minder auto’s rijden. Vanaf dan is het zonder straatverlichting door de sneeuwjacht rijden over een flink pak sneeuw. En het is niet zo dat ik van de weg glibber, maar het idee dat ik op de verkeerde banden rijd is niet bepaald ontspannend.

Uiteindelijk parkeer ik met bezwete handen bij ons huis, zonder van de weg te zijn geraakt en ben ik slechts één afslag voorbijgereden omdat ik hem te laat zag en niet meer durfde te remmen. In het licht van de koplampen zie ik een sneeuwpop staan en sleesporen kriskras door de tuin. Binnen hangen de overalls uit te dampen aan de kapstok, overal liggen natte laarzen en wanten en de jongens hebben rode konen.

De volgende dag lopen we flink ingepakt naar onze overburen - twee kilometer verderop - die ons hebben uitgenodigd om wat worstjes op de barbecue te gooien. Zweden barbecueën misschien nog wel vaker in de winter dan in de zomer. Of misschien barbecueën ze gewoon altijd en is de winter hier nu eenmaal wat langer dan de zomer. Tijdens het grillen helpt de buurman me uit mijn bandendroom: ‘Dubbdäck, geen twijfel.’ Tot aan de grote autoweg blijkt het asfalt de hele winter vol te liggen met sneeuw en ijs. ‘Dan wil je wel kunnen remmen, zeker omdat er regelmatig wild oversteekt.’

Als ik een paar dagen later 600 euro aftik voor onze nieuwe spijkerbanden, herhaal ik in mijn hoofd de woorden van onze buurman: ‘Het zijn geen dure banden, het is een goedkope levensverzekering.’

Maar ergens denk ik toch nog steeds dat het op die andere banden óók had gekund.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden