ColumnSheila Sitalsing

In Wuhan wachten de mensen lijdzaam af, maar dat zou in Nederland heel anders gaan

.Beeld .

Het allerliefste wat ik heb kwam thuis met een snotneus. De woorden ‘zie je wel’, en ‘meter afstand houden’, en ‘inkwartieren’, en ‘moeten we de buren niet waarschuwen’ vielen.

Wat zouden ze doen, de buren, als we dat werkelijk zouden doen? Aanbellen met zo’n mondkapje op, dat volgens de talloze mondkapjesexperts die dezer dagen overal worden opgevoerd alleen helpt als het duur is, volledig aansluit en zo’n dik filter heeft dat het lastig ademen is? En dan hulpeloze gebaren maken, vanachter dat mondkapje ‘vermoedelijk besmet’ fluisteren, en vervolgens ontsteld ‘nee, natuurlijk gaan we haar niet wegbrengen, ver hier vandaan, en dan uit de auto zetten’ uitroepen? Ze zouden onverwijld het liefste wat zij hebben onder de arm nemen en zich uit de voeten maken.

Misschien zou de buurt wel in opstand komen, ons vertrek eisen. Iemand zou misschien ‘besmet!’ op onze deur kliederen. Iemand anders zou misschien een steen gooien, waarna het mogelijk stenen zou regenen, want mensen hebben doorgaans weinig aanmoediging nodig om in baldadigheid te vervallen.

Of ze zouden vlug, vlug de auto inladen en wegrijden, ver weg van hier, snel, voordat de autoriteiten een hek om onze wijk zouden zetten en ze opgesloten zouden zitten. Samen met het vreeswekkende virus. En met een steeds leger wordende supermarkt, waar ze misschien niet eens heen zouden mogen want die ligt een wijk verder. Zoals de miljoenen mensen in Wuhan die er niet meer uit kunnen en in lijdzaamheid moeten afwachten of het virus hun huis zal overslaan.

Op Twitter zijn de wederwaardigheden van Leen Vervaeke te volgen, onze vrouw in Wuhan. Samen met Anouk Eigenraam, die er voor onder meer Het Financieele Dagblad ook vrijwillig opgesloten zit, fietst ze door een stad uit een film. ‘Midden op straat, over grote ringwegen en door tunnels, allemaal geen probleem.’ Dat mag, zegt Eigenraam, als je een mondkapje op doet en je temperatuur laat controleren. Aan de oever van de Yangtze hadden ze het uitzicht helemaal voor hun alleen. Hier en daar zien ze mensen fietsen met camera’s en drones, om hun miljoenenstad vast te leggen zoals ze die nog nooit eerder zagen. Ze zien lege winkels en in de Volkskrant schrijft Vervaeke over lege pinautomaten, lege bezinepompen en lege supermarkten, ontbrekende medicijnen en zich ophopende, besmette uitwerpselen die de stad juist uit moeten. Er is heel veel waar je aan moet denken als je een stad op slot doet.

Terwijl de rest van de wereld er alles aan doet om het virus op afstand te houden – zo wil de regering van Australië mogelijk besmette mensen bij elkaar drijven en onderbrengen op Christmas Island, 2000 kilometer voor de kust, tot verbijstering van de mensen die er al wonen – zijn er in Wuhan geen meldingen van vijandigheid, of van mensen die zich tegen elkaar keren. Er zijn geen onlusten uitgebroken om de verdeling van schaarser wordende spullen. Er staan geen woedende menigten tegen de grenswachten te foeteren dat ze eruit willen omdat ze niets mankeren.

Er is maar weinig voorstellingsvermogen voor nodig om je in te beelden dat zoiets in Nederland heel anders zou gaan. Compleet met hekspringers, ‘dat maak ik zelf wel uit’-roepers, hamsteraars en middelvingeropstekers.

Ik knuffelde het liefste wat ik heb en besloot ferm dat het een verkoudheidje is dat vanzelf zal overgaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden