OPINIEVerpleeghuiszorg

In verpleeghuizen gaat de focus op veiligheid ten koste van de bewoners

Als Anne-Mei The in april begint als assistent-zorgprofessional in een verpleeghuis, ontdekt ze dat alle aandacht er uitgaat naar veiligheid. ‘Over de wijze waarop de kwaliteit van leven van de bewoners kan worden gewaarborgd, wordt niet of nauwelijks gerept.’

Beeld Elise Vandeplancke

‘Hoe het met me gaat?’, herhaalt de man mijn vraag. ‘Mevrouw, het voelt als een gijzeling.’ Hij is 94 jaar en heeft gevochten in de Tweede Wereldoorlog en ­Nederlands-Indië. Hij was toen gijzelaar, maar nu is het anders. De man heeft een prangende vraag. ‘Kunt u me misschien vertellen waar de oorlog is, mevrouw? Waar is de vijand?’ Zijn stem trilt. Ik kijk door het raam van zijn appartement dat uitkijkt op de uitgestorven gang van het coronavrije verpleeghuis, waar een zorgmedewerker met een medicatiekar rondloopt.

Het is begin mei, de man mag al zeven weken zijn kamer niet uit. Zodra hij een voet over de drempel zet, stuurt het personeel hem terug.

Zelf ben ik dan nog niet zo lang werkzaam in de zorginstelling. Normaliter werk ik met mensen met dementie die thuis of in een verpleeghuis wonen. We onderzoeken hoe ze met behulp van een sociale benadering zo goed mogelijk kunnen leven met dementie. We ondersteunen ze bij het herstellen van vertrouwen in eigen kunnen, het hervinden van zingeving en het verstevigen van sociale relaties. Door covid-19 verandert het ­leven van deze mensen op slag, helemaal als 20 maart de verpleeghuizen volledig op slot gaan. Door de telefoon hoor ik daarover verhalen, maar ik kan niet voelen en zien wat er plaatsvindt. Als antropoloog weet ik hoe belangrijk dit is om te kunnen begrijpen wat er gebeurt. Daarom besluit ik me half april aan te melden als assistent-zorgprofessional en te gaan werken in een verpleeghuis.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorlezen versie

Kwetsbaar

Onze ouderenzorg kenmerkt zich door een goede kwaliteit van leven én sterven. ‘We doen het samen’, heet dat op de websites van zorgaanbieders. Het gaat dan om ‘persoonsgerichte zorg’, ‘de mens onder de aandoening’. Maar in de afgelopen maanden hebben we kunnen zien hoe kwetsbaar deze humane benadering is. Als de coronacrisis toeslaat, wordt ze direct opgeofferd ten behoeve van de veiligheid.

In die eerste periode is vanuit de overheid en de sector zelf alles gericht op het voorkomen van besmetting, door middel van richtlijnen en beschermende maatregelen. Over de wijze waarop de kwaliteit van leven van de bewoners kan worden gewaarborgd, wordt niet of nauwelijks gerept.

Binnen in het verpleeghuis is dat vast anders, denk ik voordat ik er aan de slag ga. Ik verwacht dat het personeel zwaar gebukt gaat onder het sociaal isolement van de bewoners. Dat in de strenge veiligheidsvoorschriften ruimte wordt gezocht om de eenzaamheid te bestrijden, dat alle creativiteit wordt ingezet. Maar ook hier gaat alle aandacht uit naar veiligheid. De omslag lijkt vanzelfsprekend en zonder al te veel protest te zijn gemaakt.

Tijdens de korte opleiding die nodig is om in het verpleeghuis aan het werk te gaan, wordt dat al duidelijk. In het gedeelte over corona leren we vooral hoe in weinig tijd toch de benodigde basiszorg kan worden geleverd. Vreemd ­genoeg is er geen enkele informatie over de emotionele en sociale impact van het virus en de lockdown op bewoners en ­familie.

In de praktijkles oefenen we met het op het toilet helpen, verschonen en wassen. Er wordt ons op het hart gedrukt ook goed tussen de huidplooien te wassen, want dat zijn bronnen van infecties. Nee, benadrukt de docent nog eens: in een coronavrij verpleeghuis hoeft ­tijdens de zorg geen afstand te worden gehouden, mondkapjes en andere ­beschermingsmiddelen zijn niet nodig. ‘En als daarna dezelfde bewoner aangekleed in de huiskamer zit en in tranen uitbarst door de eenzaamheid,’ vraag ik, ‘mag ik dan wel zijn hand vasthouden?’ De docent schudt haar hoofd: het is ­beter om de kans op besmetting zo klein mogelijk te houden.

Dat deze insteek impact heeft op de bewoners is merkbaar in het verpleeg­huis. Na vier weken lockdown hebben ze het moeilijk. Ze zijn stiller en gaan zichtbaar achteruit. De eerste eenzaamheidsdode is onlangs gevallen, vermoedt de manager. Een vrouw die het met hulp van haar familie en eten in het restaurant allemaal net kon redden, raakte ­volledig onthand toen dit door de coronamaatregelen wegviel. Door de gang klonk haar wanhopige geroep: ‘Help me dan toch, help me dan toch!’

Ik probeer oplossingen te bedenken, omdat ik vermoed dat door corona­hectiek de creativiteit binnen het zorgteam is opgedroogd. Aangezien het ­verpleeghuis coronavrij is, moet er wat mogelijk zijn. Kunnen we niet met ­enkele bewoners een ommetje maken over de gang? Op afstand koffiedrinken aan een tafel? Is het misschien een idee om samen met hen te lunchen?

Nee, luidt het antwoord steeds. ‘We doen het voor hun veiligheid en die van anderen.’ Bovendien is het lastig te organiseren: straks wil iedereen dat. En ze willen niemand voortrekken: straks moeten ze allemaal.

Gescheiden werelden

Wekelijks spreek ik ­Peter Vos, een man die niet op bezoek mag komen bij zijn vrouw in het verpleeghuis. Hij heeft daar begrip voor, maar zoekt naar mogelijkheden die passen in het bezoekregime. Hij wil graag twintig minuten een rondje lopen in het park en stelt voor zijn vrouw bij de uitgang op te halen, een mondkapje op te zetten en zijn temperatuur op te nemen. Het mag niet, want het is onveilig. Per week komen er meer dan dertig professionals bij zijn vrouw, merkt hij op. Er is niemand die erop toeziet hoe ze zich in hun privéleven inspannen om niet besmet te ­raken. Hij woont alleen en ziet bijna niemand, maar hij mag niet naar zijn vrouw, want dat is te gevaarlijk.

Het personeel werkt hard en is betrokken. Ook zij liggen wakker van het dilemma veiligheid versus menselijkheid, natuurlijk zouden ze het liever anders zien. Maar op een of andere manier lijkt het toch moeilijk om verbinding met de bewoners en familie te maken. Het zijn gescheiden werelden. ‘Wij’, het personeel dat aan het werk is, in het restaurant pauzeert en naar huis mag. ‘Zij’, de bewoners die achter de gesloten deuren zitten, waarbij taken moeten worden verricht. En echt werk is dagelijkse zorg: wassen, medicijnen, eten geven. Als de zorg is gedaan, zitten de medewerkers in het kantoortje en doen administratie. Als er tijd over is, wordt er ­opgeruimd en schoongemaakt.

Beeld Elise Vandeplancke

De staf praat veel over eenzaamheid. Iedereen vindt het zielig voor de bewoners en familie. Het wordt gezegd met een berustende gelatenheid: het is nu eenmaal zo, we kunnen er weinig aan doen. Ze weten, begrijpelijk, ook niet goed wat ze met de extreme situatie aan moeten. De veiligheidsrichtlijnen zijn van bovenaf opgelegd en moeten worden opgevolgd. In moeilijke tijden grijpt men naar zekerheden: afgebakende, controleerbare taken, lijstjes, op wat ­geleerd is. Maar in verpleeghuizen gaat het ook, en eigenlijk vooral, om hoe er wordt geleefd en gestorven. Dat is in de afgelopen maanden opgesloten en ­afgesloten van dierbaren gebeurd, in een context van stress, onzekerheid en angst.

Natuurlijk, in de blinde paniek van het begin en de angst voor het on­bekende covid-19 waren het tijdelijk op slot gaan van verpleeghuizen en de aandacht voor veiligheid volkomen begrijpelijk. Er moest greep komen op het ­virus, het aantal sterfgevallen moest worden beperkt. Maar nu de brandhaarden zijn geblust en de verpleeghuizen weer voorzichtig opengaan, is de focus nog steeds eenzijdig. De lessen die ­geleerd zijn, gaan over betere infectiepreventie in de toekomst, over regionale samenwerking om schaarste aan ­beschermende middelen te voorkomen.

Waar het wat mij betreft over moet gaan? De identiteitscrisis in de lang­durige zorg die door corona is bloot­gelegd. Er was aanvankelijk veel te weinig aandacht voor de verpleeghuizen, zeker, maar de sector reageerde zelf ook te afwachtend. Eigenlijk zag je daar op macroniveau dezelfde reflex als ik op de werkvloer waarnam: het mag niet, het kan niet. Er is de angst om buiten de ­lijntjes te kleuren. Ik vermoed dat die ­afwachtende houding met identiteit te maken heeft. Als je niet goed weet wie je bent, of het daar samen niet over eens bent, is het moeilijk op te staan.

Cultuurverandering

Het is onterecht dat verpleeghuizen als tweederangsziekenhuizen worden behandeld, maar ze moeten ook ophouden zich zo te gedragen. Dat betekent: meer aandacht voor kwaliteit van leven. Op websites staan mooie beloftes, maar zodra het begint te stormen, worden deze losgelaten. Begrijpelijk, wellicht. De cultuur en werkwijze in de langdurige zorg zijn gebaseerd op een diepgeworteld medisch model en dat poets je niet zomaar weg met ander taalgebruik. Binnen het medisch model is ­bovendien duidelijk wat er wordt verwacht. Bestuurders moeten zich houden aan veiligheidsrichtlijnen en de werkvloer aan taakverpleging. Kwaliteit van leven is ingewikkelder en moeilijker grijpbaar. Het vraagt meer inventiviteit, eigen verantwoordelijkheid en creativiteit.

De coronacrisis heeft aangetoond dat er een ingrijpende cultuurverandering nodig is in de langdurige zorg. We zeggen zo makkelijk dat het gaat om de mens onder de aandoening, maar accepteren daarvan niet de consequenties. In opleidingen ligt de nadruk nog steeds op ziekte, medicatie, dagelijkse zorg en hygiëne. Er is weinig aandacht voor de wijze waarop menselijke behoeften van verpleeghuisbewoners onder druk ­komen te staan binnen instituties. En hoe belangrijk voor hen thema’s zijn als zingeving, macht en onmacht, afhankelijkheid en onafhankelijkheid, en hulpeloosheid. Daar is in de opleiding geen aandacht voor en het handelen van zorgmedewerkers, managers en de sector wordt er ook niet op gecontroleerd of ­afgerekend.

Verpleeghuizen zijn allerminst ‘het ­afvoerputje van de samenleving’. Zij kunnen in de omgang met kwetsbare mensen juist de beschaving van de ­samenleving laten zien. Ga alsjeblieft staan, langdurige zorg, laat zien wie je bent en beken kleur. Of er nu wel of geen tweede golf komt.

Anne-Mei The is antropoloog en werkt in het dagelijks leven met mensen met dementie. In de afgelopen maanden werkte ze in een verpleeghuis. Ook deed ze op verzoek van de raad van bestuur van een zorginstelling onderzoek naar het aantal besmettingen en sterfgevallen in een verpleeghuis dat wel hard is getroffen door het virus. Haar observaties in beide instellingen verwerkte ze in bovenstaand artikel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden