Column Arthur van Amerongen

In mijn jonge jaren was ik een fanatieke wandelvogel – en nu nog steeds perfect geoutilleerd

Nederlanders zijn een bedilzuchtig volkje. Sinds ze weten dat ik de Via Algarviana loop, krijg ik stapels brieven vol ongevraagd advies. Ik moet een hoedje op, me goed insmeren, genoeg water drinken, boterhammen meenemen, enzovoorts enzovoorts. Ik moet helemaal niks!

Godfried Bomans had gelijk: ‘Met een Nederlander valt niet te discussiëren. Hij heeft tot het einde toe gelijk en daalt met deze zekerheid opgewekt het graf in.’

Iemand vroeg of ik mijn gang naar Canossa – 300 kilometer verdeeld over veertien etappes – in één ruk ging maken. Het is momenteel rond de 45 graden in de binnenlanden van de Algarve, dus als de bezorgde lezer het niet erg vindt, loop ik één etappe per week.

In mijn jonge jaren was ik een fanatieke wandelvogel. Ik ging bij voorkeur in de herfst naar Umbrië, waar ik mijzelf na een loodzware dag beloonde met een lichte dis van spelt, wild zwijn, truffels en paddestoelen, twee flessen Montefalco Sagrantino en uiteraard rocciata, koffie en grappa als slotakkoord.

Ik ben nog steeds perfect geoutilleerd: oerdegelijke wandelschoenen van Hanwag uit Beieren en een gps van Garmin met een Portugal Topo Light Map. Dan weet de kenner genoeg.

De tocht van vandaag is een peuleschil: 14 kilometer met een paar lullige heuveltjes. Dit is ongetwijfeld de saaiste etappe, want mijn gidsje vermeldt nadrukkelijk dat er hier veel oleander te zien is. Die heb ik bij bosjes in mijn tuin staan.

Het hoogtepunt van de wandeling zou de Ribeira da Foupana zijn: ‘het oversteken van deze kolkende rivier des doods is een waar avontuur.’

De Foupana blijkt een droevig pisstraaltje te zijn. Een vrolijk bamboebos en een zingende wielewaal doen de teleurstelling snel vergeten.

Ik pauzeer niet in Ti Emidio, de enige bar van het gat Corte Velha. Op een wandelforum werd ik gewaarschuwd voor de eigenaar, die iedereen ongevraagd vertelt dat hij een vriendin uit Belfast had toen hij in de jaren zeventig tuinman was op het eiland Jersey.

De havikarend en de toutinegra-do-mato, die wij Provençaalse grasmus noemen, laten zich vandaag niet zien. Wel trap ik bijna op een giftige wipneusadder. Oorspronkelijk werd dat beestje vipera latasti genoemd, een eerbetoon aan de Franse natuuronderzoeker Fernand Lataste. Echter: als een diersoort naar een persoon wordt vernoemd, krijgt deze een ‘i’ aan het eind. De naam had dus latastei moeten zijn. Godzijdank is dat later rechtgezet.

Blijmoedig en hongerig arriveer ik rond lunchtijd in Furnazinhas. De enige snackbar blijkt dicht. Om acht uur vanavond vertrekt de eerstvolgende bus. Had ik nou maar boterhammen meegenomen.

Beeld Gabriel Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.