ColumnSylvia Witteman

In mijn hoofd stonden ze te ginnegappen: de loodgieter, de dakdekker en de stukadoor

Het begon zoals in een horrorfilm. Tegen middernacht stond ik mijn tanden te poetsen toen ik in de spiegel het onheil zich zag voltrekken: een scherp begrensde, donkere plek op het plafond van de badkamer. Een lek.

Nu heb je mensen die dan denken: dat gaat vast vanzelf wel weer over, en anders bel ik morgen een loodgieter. Ik ben met zo iemand getrouwd. Niet dat er ooit vanzelf iets over gaat in een huis uit 1890, en niet dat huisgenoot P. ooit een loodgieter belt (dat doe ík), maar het moet heerlijk zijn om zo onverstoorbaar in het leven te staan. De benijdenswaardige bezitter van deze gratuite gemoedsrust stond naast me flegmatisch te flossen.

‘Het lekt!’, riep ik schril, en wees met een trillende vinger. Hij keek, constateerde dat ik me niet aanstelde, en sprak kalm: ‘Ik ga wel even op zolder kijken.’ Want op zolder kijken, daar zijn mannen heel goed in. Vooral als er niets te zien valt, zoals nu. Geen omgevallen colaflessen in kinderkamers, geen vermolmd zwanenhalsje in het wc-fonteintje, geen duurzaam ontwrichte verwarmingsbuis. Niets.

‘Het gaat vast vanzelf over en anders bellen we morgen een loodgieter’, zei P. Hij viel onmiddellijk in slaap, terwijl ik met wijd open ogen voor me uit lag te staren. Een lek zonder zichtbare oorzaak, dat zijn de ergste. Zou de hele riolering er weer uit moeten, zoals twee jaar geleden? Was er weer een cruciale flap van het dak gewaaid, zoals vorige winter? Had het kozijn linksvoor het nu definitief begeven? Of had de apocalyptische buurman toch gelijk gekregen, en was ons huis definitief door zijn fundering aan het zakken?

In mijn hoofd stonden ze naast elkaar te ginnegappen; de loodgieter, de dakdekker en de stukadoor, in hun ene hand een mok koffie met acht schepjes Completa, in hun andere de gruwelijke offerte met al die nullen.

Het liep inmiddels tegen drieën en mijn ogen brandden in het donker. We moesten dat ellendige rothuis nou eindelijk maar eens verkopen. En dan een nette flat betrekken met overal dubbel glas, en vloeren van beton, in een frisse buitenwijk. Maar ja, kon ik dit krot met goed fatsoen te koop aanbieden? En moesten de kinderen dan naar een andere school? En...

Het duurde lang voordat de wekker ging, heel lang. In de badkamer plensde ik koud water in mijn gezwollen ogen. ‘Wat heb jij?’, vroeg mijn zoon, die zich stond te scheren. ‘Het lekt...’, piepte ik, wijzend. Hij keek. Mijn tranen stroomden al.

‘Wat lul je nou, dat is de schaduw van de lamp’, bromde hij onverschillig.

Het wás zo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden