Column Arthur van Amerongen

In mijn dromen hoor ik de logopedist schreeuwen: zeg mij na, uilskuiken

Rabarberbarbarabarbarbarenbaarden­barbier. 

Hottentottensoldatententententoonstellingsterrein. 

Achthonderdachtentachtig ‘s-Gravenhaagse ­gereedschapsschuurtjes.

Welke stokoude lezer kent deze tongbrekers en struikelzinnen niet? Ik heb een heel scala aan ­angstdromen maar die ene bij de logopedist is het gruwelijkst. Dan zit ik weer in zijn praktijk, in mijn ­knickerbocker, en hoor ik hem schreeuwen. ‘Zeg mij na, uilskuiken. De knappe kapper knipt en kapt knap, maar de knecht van de knappe kapper knipt en kapt knapper dan de knappe kapper knipt en kapt.’

Ik heb van nature geen flux de bouche. Mijn moeder begreep de eerste acht jaar van mijn leven niet wat ik brabbelde. Dingen die ik nodig had, wees ik aan.

Ondanks mijn hemeltergende gestamel besloot ik tien jaar na de logopedist naar de toneelschool te gaan. Ik wilde beroemd worden, maar er was nog een andere aanleiding: de legendarische dominee Jac. van Dijk die ook wel de zwarte paus van de Bommelerwaard werd genoemd. Hij was getrouwd met de gescheiden operazangeres Loes Snel en niet vies van theatrale preken. Er werd gefluisterd dat hij voor hij de kansel beklom ettelijke glaasjes jenever naar binnen hakte en zijn spraakwaterval dus niet van de Heere God kwam maar van de firma Lucas Bols.

Jac. van Dijk was mijn rolmodel. Toch had ik beter theologie kunnen gaan studeren, want ik zakte als een baksteen voor de toelatingsexamens van de toneelscholen in Arnhem, Amsterdam en Maastricht. Het dieptepunt was in Maastricht, toen ik een sinaasappel na moest doen en werd weggefloten.

Flux de bouche betekent overigens speekselvloed. In mijn geval klopt dat maar de Fransoos gebruikt flux de paroles voor welbespraaktheid.

Nadat ik ook op de Christelijke Academie voor ­Expressie door Woord en Gebaar in Kampen werd geweigerd, stond ik op het punt om in de IJssel te springen maar de stadsbrug bleek niet hoog genoeg. Ik mislukte zelfs als punkzanger en ging Semitische Talen studeren.

Een eeuwigheid later werd ik in mijn hoedanigheid als correspondent in het Midden-Oosten weleens gebeld door de radio. De luisteraars in Holland dachten dan dat ik Arabisch of Hebreeuws sprak, of een willekeurig Levantijns takkietakkie.

Het werd tijd dat ik mij verstaanbaar maakte. Mijn stukjes voor de krant ging ik hardop voorlezen, overdreven articulerend met de klemtoon op de laatste lettergrepen. Een lijdensweg en wellicht begrijpt men tegenwoordig wat ik mompel. Dat moet komende zondag blijken als ik drie uur live ben op Radio 1 bij Het Marathoninterview van de VPRO.

Zonder ondertitels. Achtentachtig kacheltjes. Alszemaargeilismagalles!

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden