Column Arthur van Amerongen

In mijn column lieg ik alles bij elkaar, want ik ben helemaal geen zielige, eenzame, obese sukkel met een doodswens

Arthur van Amerongen.

Ik wilde nog zo veel zeggen tijdens de columnistenmarathon in de Rode Hoed maar ik had maar een minuut. Zo wilde ik dieper ingaan op de geruchtmakende clitorisspecial in de Volkskrant. Ook mannen hebben een kittelaar en die zit in de prostaat. Het melken van deze voorstanderklier veroorzaakt een bijzonder aangenaam gevoel, zonder de stigmatiserende toxic masculinity van de spuitende roede. 

De mannelijke Gräfenberg-plek dus.

Mijn bijdrage in de Rode Hoed ging echter over een baby-egeltje. De bomvolle kerk had veel liever gehoord van welke columnist ik het meeste houd (Sheila Sitalsing), welke column ik nooit meer zou schrijven (die met het baby-egeltje), welke column ik het leukst vond om te schrijven (over mijn honden die een egel slopen) en wat mijn omgang is met de sociale media op de dag dat de column verschijnt (ik verspreid het cursiefje via Hyves).

Ik had het publiek graag willen uitleggen hoe mijn column tot stand komt: zonder goddelijke inspiratie, want het is een puur ambachtelijke handeling die je zelfs een aap kan aanleren.

Omdat ik geen televisie kijk, kan ik nooit reageren op kwesties die de lezers bezighouden (DWDD, Pauw en Jinek). Daarom schrijf ik noodgedwongen over mijn moeder en mijn honden. Verder lieg ik alles bij elkaar, want ik ben helemaal geen zielige, eenzame, obese sukkel met een doodswens. Wel waar is dat ik een vriendin heb, op gezette tijden comazuip en twee keer per maand krek rook met personen van kleur en kommersjele sekswerksters in Olhão.

Laura de Jong, die de marathon organiseerde, dacht dat ik zou bibberen van de zenuwen omdat ik in een column had geschreven dat ik aan plankenkoorts lijd.

Ik stelde Laura gerust en verklapte haar dat ik tijdens een voordracht altijd fantaseer dat alle toehoorders in hun blote nakie zitten. 

Dat hielp enorm in de Rode Hoed.

Ik had een paar straatarme kunstbroeders meegenomen, die zich als hongerige wolven op het buffet en de drank voor de columnisten stortten. Laura en meneer Remarque zeiden er wijselijk niks van.

Het deed mij denken aan Een lezing op het platteland, in de bundel Tien vrolijke verhalen van Gerard Reve. Daarin wordt een vermogende kunstbeschermer uitgevroten door een roedel bohemiens. 

Over mecenassen gesproken: tijdens de Meet & Greet kreeg ik diverse oneerbare voorstellen van lezeressen (van achteren lyceum, van voren museum) en kon ik in een uurtje meer verdienen dan met tien columns. En ik was niet eens over mijn kittelaar begonnen.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.