Column Bert Wagendorp

In Holocaustverhalen krijgen krankzinnigheid en absurdisme een huiveringwekkende dimensie

Bert Wagendorp

Albert Konrad Gemmeker overleed op 74-jarige leeftijd op 30 augustus 1982 in zijn geboorteplaats Düsseldorf, bijna 38 jaar nadat hij op 13 september 1944 met ‘een wenk met de hand’ het laatste transport van 279 joodse gevangenen – onder wie 77 op hun onderduikadres opgepakte kinderen – vanuit Judendurchgangslager Westerbork naar het vernietigingskamp Bergen-Belsen en een zekere dood had gestuurd.

Over SS-Obersturmführer Gemmeker verscheen deze week het boek Gemmeker, commandant van Kamp Westerbork, van journalist-historicus Ad van Liempt. Het is een doodnuchter boek, een zoektocht naar de geest en de drijfveren van een moordenaar die een straf van minder dan zes jaar uitzat en vervolgens in april 1951 ook de trein oostwaarts nam, naar Düsseldorf, waar hij tot zijn dood een onopvallend bestaan leidde.

Zondag is het 74 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd, de laatste getuigen zijn hoogbejaard. Misschien daarom is er rond 4 mei en de dodenherdenking de inmiddels steeds terugkerende discussie over de vraag of we het niet allemaal in een breder perspectief moeten plaatsen, of we niet twee minuten moeten stilstaan bij álle oorlogsslachtoffers – ook die uit onze eigen tijd.

Daar is op zich niets op tegen, Gedanken sind frei. Maar Gemmeker laat zien dat de verhalen over WO II nog niets aan indringendheid hebben verloren, dat ze dieper gaan dan louter geschiedschrijving en vragen stellen over moraliteit en verantwoordelijkheid die ook in 2019 nog geldig zijn – in Gemmeker zien we ook het kwaad van ónze tijd. Gemmeker is óók een moderne parabel over het individu en zijn keuzes – de Gemmekers zijn nog onder ons en misschien zelfs ín ons.

In Westerbork bevond zich op zeker moment een modern ziekenhuis met 1.800 bedden, 1.000 man personeel en 120 artsen. Gemmeker had er een state-of-the-art operatiekamer geïnstalleerd. Daar werden zieken opgelapt, waarna ze hersteld werden afgevoerd om te worden vernietigd, zelfs zuigelingen. In de verhalen over de Holocaust krijgen krankzinnigheid en absurdisme een huiveringwekkende dimensie. Daarom is het goed dat ze de kern blijven vormen van wat we op 4 mei herdenken – misschien kun je beter zeggen: wat we op 4 mei in herinnering roepen.

Gemmeker wees na de oorlog elke verantwoordelijkheid af: ‘Ik moest me aan de voorschriften van mijn superieuren houden.’ Aanklagers in Nederland en Duitsland slaagden er niet in te bewijzen dat hij wist wat er met de mensen die hij de veewagons in joeg stond te gebeuren. Van Liempt laat zien hoe onwaarschijnlijk dat is en hoe Gemmeker erin slaagde zijn rechters met leugens om de tuin te leiden. En, wie zal het zeggen, wellicht ook zichzelf. Zelfs voor de grootste schoft moet de gedachte verantwoordelijk te zijn geweest voor de deportatie van tachtigduizend mensen naar de kampen en gaskamers ondraaglijk zijn – dan maar liever de zelfbegoocheling.

Jonathan Littell droeg in 2008 zijn fenomenale boek De Welwillenden, de meest indringende, gruwelijke roman die ik ooit heb gelezen, op aan ‘de doden’. Het zijn de fictieve, in de rauwe werkelijkheid spelende oorlogsmémoires van SS-er Max Aue. ‘Mensenbroeders, laat me u vertellen hoe het is gegaan’, luidt de eerste zin van dat boek, waarna de weerzinwekkende en noodlottige gebeurtenissen zich aaneenrijgen.

Aue is, anders dan Gemmeker, niet louter een ‘schrijftafelmoordenaar’, hij neemt het smerige werk ook zelf ter hand. Maar toch zijn er overeenkomsten tussen hem en ‘de Christus van Westerbork’, zoals diens minnares Gemmeker ooit omschreef: goed geoliede radertjes in de machinerie van het onvoorstelbare. Het verschil is dat Aue dat beseft en toegeeft en dat Gemmeker dat nooit heeft kunnen opbrengen.

‘Ik leef, ik doe wat ik kan, zo gaat het met iedereen’, laat Littell Aue zeggen wanneer die terugkijkt op zijn leven, ‘ik ben een mens zoals andere mensen. Ik ben een mens zoals u. Ja toch, ik zeg u: ik ben net als u!’ Daar kan de lezer het mee doen.

Zo ver gaat Van Liempt in Gemmeker niet, maar de waarschuwing die eruit naar voren komt is dezelfde.

En ook zijn boek is ‘Voor de doden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden