VerslaggeverscolumnMichel Maas in Amsterdam

In het zicht van corona verliest Neel Korteweg haar angst

Op tafel liggen twee halve lege schillen als een rare doorgesneden tennisbal met punten. Het zijn de holle oranje helften van een vreemde vrucht met pukkelige uitsteeksels. ‘Vind je ook niet dat dit precies op corona lijkt?’ zegt Neel Korteweg. ‘Ik zag het liggen op de markt. Het smaakt een beetje als komkommer.’

De tafel staat in het atelier van kunstenares Neel Korteweg aan de rand van het Amsterdamse centrum. Ze heeft tissues, handgel en alles wat nodig is, maar isolatie is voor haar eigenlijk geen thema. Ze is bijna altijd alleen, en schildert. En het atelier is groot genoeg om samen afstand te houden. Dus drinken we koffie aan weerszijden van de tafel.

Neel Korteweg.

Vandaag nog stuurde ze per e-mail een ‘Korte Post’ rond onder vrienden en bekenden. ‘Soms zet ik iets op facebook. Maar dat is zo vluchtig.’ Piepkleine kunstwerken zijn het, fotootjes van een vederlichte inval. Vandaag is het een kapotte glazen vaas met een tulp die leunt op het afgebroken glas. Erboven staat alleen:

‘Om even aan elkaar te denken.

Un moment pour réfléchir ensemble.’

Gevolgd door: ‘Néanmoins’, wat ‘desalniettemin’ betekent.

Je kan het ook lezen als ‘ondanks’, waarna Nederland dan in koor kan aanvullen: ‘tijden van corona’.

Korte Post: Néanmoins

Het hart van het grote atelier is de schildersezel met de tafels vol verf en bakken vol kwasten eromheen. Alles zit onder de verfspatten van tientallen jaren harde arbeid aan haar museale schilderijen: portretten van Erasmus of Hans van Manen, schilderijen van de vliegende Daedalus op zoek naar zijn neergestorte zoon, vrouwen te midden van hun demonen, zeemeerminnen die hun staart aantrekken als een rok, en de diepe rustgevende zee waarin de zwaartekracht omgekeerd is, en dus alles omhoog gaat, en niet gaat hangen zoals op het land.

Haar jongste grote tentoonstelling, vorig jaar in Antwerpen, had de titel Zwaar Licht omdat haar doeken zwaar zijn en licht tegelijk, of het licht bij haar altijd iets zwaars heeft. Geen lichte kost. Maar de coronaboodschapjes die ze rondstuurt zijn bijna van een verrassende lichtheid, ofschoon ze geboren zijn uit de crisis en de angst.

‘Dat verbaast me echt’, zegt Korteweg: ‘Ik ben altijd heel zorgelijk, waarom nu dan niet? Van nature ben ik hypochondrisch, ik maak me altijd zorgen om alles. Als ik pijn heb aan mijn maag, denk ik meteen aan kanker. Maar nu is die angst ineens verdwenen.’

Ze heeft erover nagedacht, en een passend voorbeeld gevonden: Jan van Nieuwenhuijzen, een van de oprichters van de VPRO. ‘Hij zei dat een keer in een preek (hij was predikant): In de oorlog was hij altijd bang, maar vanaf het moment dat hij daadwerkelijk joodse onderduikers in huis nam was hij het niet meer. Zoiets is het. Als ik de angst recht in de ogen kijk, valt die weg.’

Buiten haar atelier overheerst de corona-angst alles. Op de straathoek maken twee mannen een praatje. Hun lichaamstaal is ongemakkelijk en allebei leunen ze een beetje naar achteren, van elkaar af, terwijl ze praten. Op een woonkamerraam verderop hangt een kindertekening met coronatips, en bij een schommel wachten moeders op ruim anderhalve meter van elkaar tot hún kind aan de beurt is om aangeduwd te worden. Gewandeld wordt alleen nog binnenshuis, waar zelfs de katten opgesloten zijn.

Korteweg: ‘Mensen zijn echt panisch. Ze kijken de hele dag televisie, hebben het nieuws aan, en in de supermarkt hoor je ze praten: ‘Heb je dat gehoord? Dat ook katten corona hebben?’ Ik vind het bijna vervelend dat ik dat moet horen. Moet ik dat ook weer wegzetten. Het heeft toch geen zin je daar druk om te maken.’

Korte Post, getiteld Thuis / à la maison

De angst van de mensen gebruikt ze, zoals ze een gebroken vaas gebruikt. Of – een andere ‘Korte Post’ – een doorzichtige bewaardoos van de Action, waarin ze een porseleinen beeldje van een naakte vrouw heeft neergelegd, alsof ze aan het zonnen is. Een verstild momentje pour réfléchir.

De halve oranje coronaschillen op tafel staren haar intussen aan. Ze liggen naast een glazen bakje waarin een grote opgedroogde bloem ligt: een Roos van Jericho: ‘Deze heeft jarenlang als een droge bol in de opslag gelegen. Tot-ie ineens openbarstte. Dat doen ze. Ze rollen – soms jaren – rond in de droogte van de woestijn, tot ze ergens komen waar het vochtig is. Dan barsten ze open en bloeien ze.’

Neel Korteweg pakt de oranje halve schil van de coronavrucht (die trouwens Kiwano blijkt te heten) en legt die midden op de Roos van Jericho. Het past wonderwel. Daar kan een ‘Korte Post’ in zitten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden