Column Eva Hoeke

In het oude-mensentehuis zat een geheime deur, merkte Eva Hoeke, toen de band begon te spelen

Vlak na het middaguur stak ik mijn hoofd om de deur van de zolderkamer waar de Man in gebogen houding achter zijn computer zat. Het was er warm, op dit uur brandde de junizon dwars door de dakpannen heen. Om hem heen lagen uitgeprinte A4’tjes, de grond lag bezaaid met winegums en zonnebloempitten. ‘Ben je bijna klaar?’, vroeg ik voorzichtig. Hij keek geërgerd, voor hem was het ook geen feest, een deadline op zondag.

Terug beneden keek ik op mijn horloge.

Een dorp verderop moest Ben, de man van mijn moeder, optreden als drummer in een big band. Op de website las ik dat The Woodside Big Band zijn naam had ontleend aan de straat waar de repetitieruimte was gevestigd, de Boschjesstraat, en dat ze een breed repertoire hadden, van oudere ‘swingnummers’ tot meer eigentijdse arrangementen. Het speciale concert op 30 november 1996 in het Amsterdamse Rijksmuseum op het afscheidsfeest van directeur Henk van Os en het dubbelconcert op Hemelvaartsdag in 2007 samen met The Idaho State University Jazzband (‘uit de USA’) vormden hoogtepunten uit het bestaan van de band. Over een half uur begon het optreden in een verzorgingshuis, als we nu gingen zouden we op tijd zijn.

Twee uur later zaten we dan toch nog op de fiets.

Wind tegen, langs het spoor, de geur van hooi en zondoorstoofd staal.

Achterop pakten de Dochters elkaars hand vast.

‘Niet doen,’ zei ik snibbiger dan ik wilde. ‘Straks vallen we.’

De Man, vermoeid: ‘Waar fietsen we eigenlijk heen?’

Eenmaal bij het verzorgingstehuis kwam het geluid van de blazers al door de openstaande ramen naar buiten. Binnen troffen we een decor dat we niet kenden, een parallelle wereld met eigen symbolen en duidelijke structuren.

Ontbijt, lunch, diner.

Links de nagebootste Amsterdamse kroeg, rechts de conciërge.

Korengele zonneschermen, koffie 1,40 euro, de deur opent pas als de deur achter u is gesloten. En daar, met in de rug een roodfluwelen gordijn, zat de band op een onzichtbaar podium, het koper op de buik, alle vijftien keurig in het zwart gestoken, met een rode das en een gekamde haren. Helemaal achterin ontwaarden we een vrolijke snuit achter nylon trommels, toen Ben ons zag stak hij een stok op zonder een slag te missen.

Al snel zagen we de rolstoelen niet meer. 

Een oude vrouw stond op en zong mee op Me & Mrs. Jones, de handen omhoog, het gebit ontbloot. Toen ze de zanger wilde omhelzen troonde een man haar haar zachtjes mee terug naar haar stoel. Een seconde later stond ze weer. ‘Doe mij maar een biertje,’ lachte ik tegen de Man.

De zaal ging een geheime deur door bij New York, New York van Frank Sinatra. De oude mensen verdwenen, tevoorschijn kwamen slanke silhouetten, geëmailleerde armbanden, bloeiende appelbomen, de wikkel van een toffee, het belletje van de winkel, blote benen op de fiets en nog verder, moeders schoot, vaders armen, de donkere afgrond van hersenbloedingen en alzheimer als in rook opgegaan. En terwijl de Dochters pakjes sap in de handen gedrukt kregen van een vriendelijke mevrouw en wij getuige waren van de heilzame werking van een band die haar publiek volkomen serieus neemt, keken de Man en ik elkaar aan en dachten we hetzelfde – sorry voor het gechagrijn van net.

Na afloop hees de vrolijke vrouw haar broek op en zei een betraande bewoner tegen de gitarist dat dit de mooiste dag van zijn leven was geweest.

Op de terugweg zongen we nog steeds Start spreading the news.

‘Wie wil er pannekoeken?’, riep ik toen we de straat inreden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden