ColumnThomas van Luyn

In het Noorden scheen het weer nog slechter te zijn, dus daar móésten we natuurlijk heen

Beeld Aisha Zeijpveld

Mijn vrouw vroeg: waarom niet een weekje Schotland? Nou, omdat het er altijd regent. Ik wou naar de Canarische Eilanden. Gelukkig verloor ik die discussie, anders was het mijn schuld geweest dat we een week in quarantaine hadden gezeten in een gezandstormd hotel. In plaats daarvan vlogen wij de striemende regenstorm die Edinburgh geselde binnen. Dan wil je de eigenlijk pub in, om de hele dag pints te tanken (goed bewaard geheim: Schotten drinken nóóit whiskey, dat doen alleen toeristen), maar door gekke Britse wetten mag je daar met kinderen niet in. Wat doe je dan? Het kasteel. Edinburgh heeft een indrukwekkend kasteelachtig ding op een rots. Torens, kantelen, kanonnen: de hele bingokaart. Na een uurtje bezichtigen waren we volkomen doorweekt. Het bezoek had echter wel degelijk nut gehad, want bij de kassa had ik een flyer meegepakt voor de rondleiding door ondergronds Edinburgh. Daar zou het toch in ieder geval droog moeten wezen. We konden kiezen tussen de historische versie en die met de spoken. Ik wou de historische tour, de kinderen wilden spoken: dan weet je hoe het afloopt.

De tour begon op een plein. In de stromende regen waar Schotland om befaamd is, luisterden we een uur lang naar verhalen over martelingen, executies en moorden, zodat het een opluchting was toen we eindelijk ondergronds mochten. Dat kwam neer op een deurtje door en een trap af. Ik wist wel dat er geen echte ondergrondse stad zou zijn, anders had ik er wel van gehoord. Maar de trap was lang, en gaandeweg begon ik toch te fantaseren over Tolkiens Moria, of Wells’ ondergrondse land van de Morlocks. In Slovenië had ik een grot gezien waar zoiets wel in zou passen, Schotland had ook grotten, zou er misschien hier...? Onderaan de trap stapten we een lege opslagruimte in, met een skelet in een kooitje. Dit was het. Ondergronds Edinburgh. Als Utrechter herken ik een werfkelder wanneer ik er eentje zie, en dit was er eentje. De gids vertelde over een spook dat hier zou wonen. In het keldertje ernaast vertelde hij over een ander spook. Na een uur hadden we in vier keldertjes over vier spoken gehoord. Dat was de tour. Een uur luisteren in de regen, en een uur in lege keldertjes. Geen ondergrondse stad, zelfs geen rookmachines, enge lampen of verkleed kermisvolk met enge maskers. Kosten: 50 pond. Afzetterij, ongeacht de wisselkoers. Hoewel, als ik héél eerlijk was, voor een uurtje uit de regen had ik elk bedrag betaald.

We waren het erover eens dat het voor de dierentuin te hard regende, dus wilden de kinderen naar Harry Potters Zweinstein. J.K. Rowling zou de tovenaarsschool hebben gebaseerd op een private school in Edinburgh. Schuilend in een winkelcentrum probeerde ik met verkleumde vingers op mijn iPhone te achterhalen wat daarvan waar was. De school bestond: het was nu een appartementencomplex, en op de foto leek het in niks op het indrukwekkende kasteel waarmee de film de fantasie van mijn kinderen verdrongen had. Je kon er niet eens in, dus het zou een natte aangelegenheid blijven. We besloten in het winkelcentrum te blijven. We speelden kaarten en aten hamburgers. Morgen zouden we met een huurauto naar het noorden gaan. Daar scheen het weer nog slechter te zijn, dus dat móésten we zien.

Wordt vervolgd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden