ColumnArthur van Amerongen

In het kader van de guerrillamarketing moest ik het Boekenbal penetreren en versjteren

Wie Rebellen en Dwarsdenkers (het thema van de Boekenweek 2020) googelt, krijgt de stellige indruk dat Nederlandse auteurs en autreutels systematisch de kont tegen de kribbe gooien. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek bevestigt die vermeende heldhaftigheid op haar website: ‘Het lef van schrijvers om taboes te doorbreken en een steen in de vijver te gooien is van levensbelang voor onze samenleving. Daarom koesteren we de vrijheid die door schrijvers genomen wordt om tegen de stroom in te werken, om dwars en vervelend te zijn, onaangepast en onafhankelijk.’

De contramine als vanzelfsprekende volkseigenschap. Daarom zat half het land tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet. 

Maar protestzanger Armand zong: ‘De Nederlander is een meelzak. Je kunt er op blijven slaan, hij gaat toch nooit staan.’

En Willem Frederik Hermans, naar eigen zeggen de enige Nederlandse dissident, verafschuwde de maaiveldcultuur der vaderlandse letteren: iedereen die de middelmaat ontstijgt, wordt de kop afgehakt. 

Omdat ik vreesde dat Arie Boomsma tijdens het Boekenbal tot Dwarsdenker des Vaderlands gekroond zou worden, was ik zo vrij die titel voor zijn neus weg te kapen.

Mijn uitgever Otto Wollring spendeerde vervolgens zijn laatste spaarcenten aan Google Ads. Wie nu de zoektermen rebel, dwarsdenker en vaderland intikt, komt automatisch bij mij terecht waardoor mijn verzamelde scheldbrieven als warme broodjes over de toonbank vliegen. 

Vervolgens moest ik in het kader van de guerrillamarketing het Boekenbal penetreren en versjteren. 

Ik kon natuurlijk vragen of kunstbroeder Özcan Akyol de achterdeur van de Stadsschouwburg op een kiertje kon zetten, zodat ik als een dief naar binnen zou sluipen om op de plee mijn campingsmoking te verwisselen voor een echte tuxedo. 

Toen ging de telefoon. Jan Cremer aan de lijn. ‘Godverdomme, wat hoor ik nou? Geen kaartje? Jij hoort erbij, pik. Pietje Waterdrinker is er toch ook? Kom lekker neuken man!’

Op de achtergrond hoorde ik Babette verrukt roepen: ‘Die kanjer moet komen, Jan. Zeg maar tegen Tuurtje dat ik mijn blootste jurk aantrek.’

Jan adviseerde mij keihard de Stadsschouwburg binnen te rennen. 

En zo geschiedde. Zwetend als een rund maar triomfantelijk bestelde ik een driedubbele wodka. Toen hoorde ik een hoog stemmetje. ‘Ver-schrik-ke-lij-ke rotvent, hoe ben jij hier binnengekomen? Ik ga dit nu melden bij het CPNB. Rechtse neprebel!’

Even later werd ik de tent uitgejonast door vier V-mannen en eindigde ik tussen de vuilniszakken op het Leidseplein. 

Vanaf het balkon van de Stadsschouwburg schalde de piepstem: ‘Daar hoor je thuis, vieze partypooper.’

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden