Column Bert Wagendorp

In het denken over wie we zijn, vormen we nog altijd een tamelijk homogeen volk

Denkend aan Holland/ zie ik breede rivieren/ traag door oneindig/ laagland gaan,/ rijen ondenkbaar/ ijle populieren/ als hooge pluimen/ aan den einder staan; Gevraagd naar hun opvatting over de Nederlandse identiteit, zeggen de meeste Nederlanders ‘de taal’. De brede rivieren, het laagland, de ijle populieren: ze komen niet voor in de top-20 van aspecten die voor de Nederlanders de Nederlandse identiteit bepalen. De einder ook niet, maar dat komt doordat sinds Marsmans gedicht uit 1936 de einder is verdwenen achter hoogspanningsmasten, windmolens en reclamepalen van McDonald’s.

Het SCP publiceerde gisteren ‘Denkend aan Nederland’, een ‘onderzoek naar wat Nederland voor de Nederlanders betekent.’ De eerste vraag was of die Nederlandse identiteit wel bestaat. Het is inmiddels twaalf jaar geleden dat Máxima verklaarde dat ‘de Nederlander’ niet bestaat, iets wat haar niet in dank werd afgenomen. Het definitieve bewijs voor het bestaan van ‘de Nederlander’ is nog altijd niet geleverd. Inmiddels is Máxima koningin, en nationaal bewustzijn en identiteit zijn weer hot – hoho, de verengelsing van het Nederlands is een gevaar voor onze identiteit. ‘Denkend aan Nederland’ hoort bij de trend. Je zou het lijvige rapport een aspect van onze identiteit kunnen noemen. In welk ander land steken ze zoveel tijd en moeite in het onderzoek van de nationale ziel?

‘De Nederlander’ veronderstelt een Nederlandse identiteit; 41 procent van de Nederlanders vind inderdaad dat die bestaat en 42 procent ziet er soms tekenen van. Slechts zes procent wijst elke vorm van een Nederlandse identiteit van de hand – de rest had geen idee waar het over ging.

Wat ook niet zo gek is, want dat 83 procent van de Nederlanders (soms) vindt dat die identiteit bestaat, wil niet zeggen dat dat ook echt zo is en het geeft al helemaal geen antwoord op de vraag wat die identiteit dan precies is. Dat heeft het SCP ook niet gevonden; identiteit is wat de Nederlander als de Nederlandse identiteit beschouwt en als uitingen daarvan. Molens (8) en tulpen (17) bijvoorbeeld.

Na de Nederlandse taal komt Koningsdag op de tweede plaats als typisch aspect van de Nederlandse identiteit, vóór pakjesavond en Sinterklaas, fietsen en de Elfstedentocht. Oranjegekte, de kleur oranje en het oranjegevoel haalden allemaal de top-20.

Uitgangspunt van het onderzoek was de definitie die de Franse 19de-eeuwse filosoof Ernest Renan ooit gaf voor het begrip natie: ‘de collectieve wil om om samen te zijn’, een ‘gevoelsgemeenschap’ waarin sprake is van ‘lotsverbondenheid’. Of identiteit bestaat, doet er feitelijk niet zoveel toe, de illusie volstaat om mensen het gevoel te geven bij elkaar te horen. En dat is wél van belang, voor democratie, vrijheden en rechtsstaat, voor de grootste groep Nederlanders de drie belangrijkste samenbindende aspecten, voor ‘waarden, normen en omgangsvormen’ en ‘tradities, vieringen en eetgewoonten’ (de kroket).

Het goede nieuws in gepolariseerde tijden is, dat de overeenkomsten tussen Nederlanders en hun gevoel van identiteit veel groter zijn dan de verschillen. In het denken over wie we zijn, vormen we nog altijd een tamelijk homogeen volk, met ‘oliebollen en appelflappen’ op 13.

Het Hollandse landschap vinden we ook belangrijk. De lucht hangt er laag/ en de zon wordt er langzaam/ in grijze veelkleurige/ dampen gesmoord,/ en in alle gewesten/ wordt de stem van het water/ met zijn eeuwige rampen/ gevreesd en gehoord.

Deltawerken op 7, dijken op 10.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden