ColumnAsha ten Broeke

In het debat over ‘ouderverstoting’ is er aandacht voor van alles dat mis kan gaan, maar niet voor dat het soms terecht is

null Beeld

Sonja’s man sloeg haar. Hij trok haar aan haar haren de trap op. Pas nadat hij haar heeft geprobeerd te wurgen, durft ze een scheiding aan te vragen. Maar daarna begint een nieuwe vorm van ellende, las ik in het Volkskrant-artikel waarin Sonja’s verhaal werd opgetekend. De hulpverlening laat haar in de steek. ‘Haar kinderen werden gedwongen tot omgang met hun vader, ook al was dat tegen hun wil. Toen Sonja de geweld­dadigheid van de vader naar voren bracht, kreeg ze te horen dat Jeugdzorg niet aan ‘waarheidsvinding’ deed. De aangifte die ze deed omdat hij haar zoon agressief had aangepakt, werd door toedoen van Jeugdzorg geseponeerd’.

Het zijn zinnen die door mijn hoofd blijven spelen. Er zit iets huiveringwekkends aan, een soort geïnstitutionaliseerde wreedheid: een systeem dat zou moeten helpen, duwt Sonja en haar kinderen terug de pijn in. Ze kunnen niet ontsnappen. De kinderen mogen niet besluiten dat ze hun vader niet meer willen zien. Maar, vraag ik me ineens af: waarom eigenlijk niet?

Een antwoord vind ik in het debat over wat ‘ouderverstoting’ is gaan heten. Daar geldt de aanname dat een kind uit zichzelf nooit het contact met een ouder zou verbreken. Als een kind dat toch doet, dan moet het dus wel de andere ouder zijn die het kind uit wraak of verdriet opzet tegen de ex. Dit geldt inmiddels als maatschappelijk probleem, waarbij – en dit is belangrijk – niet het kind centraal staat, maar de verstoten ouders. Zij zijn ‘de grote motor achter deze beweging’, gaf familierechter Cees van Leuven onlangs toe in deze krant.

Deze beweging gaat behoorlijk ver. ‘Ouders moeten weten dat er serieuze sancties dreigen als ze niet meewerken’, zegt Van ­Leuven. Bijvoorbeeld dat het kind gedwongen van hoofdverblijf wisselt: niet meer bij de ‘weigerachtige ouder’, maar bij de verstoten ouder. Er is zelfs weleens geopperd dat kinderen een tijd volledig bij die ouder geplaatst moeten worden.

Het is allesbehalve vanzelfsprekend dat het kind daar iets over te zeggen heeft. Orthopedagoog Jurjen Tak vertelde in hetzelfde artikel geschokt dat er vaak niet echt met kinderen gepraat wordt. Dat moet anders, vindt hij. Maar psycholoog Heleen Koppejan noemde het in Vrij Nederland juist een belangrijk probleem dat er te váák naar het kind wordt geluisterd. ‘Het kind kán helemaal geen wijsheid brengen in dit soort zaken. Dat is loyaal aan de ouder waardoor het primair wordt verzorgd. Je ziet het als zo’n kind door de rechter wordt gehoord. Daar dreunt het braaf het script op dat het van vader of moeder heeft meegekregen’.

De Amerikaanse psychiater Richard ­Warshak – aldaar bekend van ‘herenigingsprogramma’s’ waarbij kinderen onder dwang een band moeten opbouwen met de verstoten ouder – schreef dat kinderen weliswaar heel redelijk kunnen claimen dat een ouder hen slecht heeft behandeld, maar dat ze onvolwassen blijven en vatbaar voor suggestie. Als er geen bewijs is, stelt hij, moet de rechter niet ‘capituleren’ en toegeven aan het kind.

De woordkeuze is veelzeggend: niet ­‘capituleren’. Alsof de kinderen hier de vijand zijn. En ‘bewijs’? Ik ken een vader die zijn dochter verwaarloosde en vernederde, terwijl hij gewoon zei dat hij niet van haar hield. Bewijs maar. Ik ken een vader die steevast aan zijn zoon vroeg ‘of hij nog steeds zo’n flikkertje is’. Bewijs maar. Ik ken kinderen wier vader tijdens een autorit dreigde hen allemaal te pletter te rijden. Bewijs maar.

In het huidige debat over ouderverstoting is er aandacht voor van alles dat mis kan gaan tijdens of na een scheiding: kinderen doen ­irrationeel, ouders zijn ‘weigerachtig’. Maar de mogelijkheid die onvoldoende lijkt te worden overwogen is dit: dat een ouder een kind soms echt kwaad doet. Dat een scheiding soms een kans is om te ontsnappen uit een onveilige situatie. Dat verstoting soms volkomen terecht is.

Dit maakt het extra belangrijk dat kinderen juist wel gehoord worden. Sterker nog: ze zouden een doorslaggevende stem moeten hebben. Want laten we wel wezen: wat leren we kinderen als we niet naar hen luisteren als ze zeggen dat ze ergens niet willen zijn, dat ze iemand niet willen zien? Als we ze ­tegen hun wil dwingen tot contact? Jouw grenzen tellen niet? Jouw angst betekent niets? Jouw ‘nee’ is niets waard? De wensen van iemand die je pijn heeft gedaan tellen zwaarder dan jouw instinct om jezelf te ­beschermen? Dat lijken me liefdeloze en ­gevaarlijke lessen.

Asha ten Broeke is wetenschapsjournalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden