In het Brabantse Mill vecht de laatste bewoner van het kamp voor de woonwagencultuur

Diana is de enige overgebleven kampbewoner in Mill. Naast haar woonwagen poepen nu honden uit de buurt. Ook daarom: geen schoenen binnen! Beeld Anneke Stoffelen

‘Schoenen uit graag’, zegt Diana Maquiné, voor we haar nieuwe woonwagen met glanzende tegelvloer betreden. Als we even later op haar zwarte leren bank met gouden versiersels de codes van de woonwagencultuur doornemen  zij op blote voeten met rood gelakte nagels, ik op sokken – trekt ze een vergelijking met ‘de Marokkanen’. 

‘Eigenlijk hebben wij veel gemeen. Daar doe je ook je schoenen uit als je binnenkomt. Het is ook een cultuur waarin je voor je familie zorgt, alles samen doet. En ook typerend: als je als gast bij mij komt en ik heb mijn bord eten nog niet aangeraakt, dan geef ik dat aan jou. Ook als het mijn laatste eten is.’

Dan, ineens bezorgd: ‘Heeft u eigenlijk al wat gegeten?’

Dat sociale element, die wij-cultuur, zit hier in het kamp in het Brabantse dorp Mill in de verdrukking, moet Diana (54) toegeven: zij is de enige overgebleven bewoner.

Nieuwbouw

Een paar jaar geleden maakten de huurders van de vijf andere woonwagens – ook haar dochter - gebruik van een vertrekregeling. Of zoals Diana het formuleert: ze trapten erin. Ze kregen een huurhuis aangeboden samen met een ‘oprotpremie’ van 7.500 euro. De gemeente Mill wil het terrein gebruiken voor nieuwbouw.

Dan hadden ze buiten Diana gerekend. Die liet zich niet verleiden en bleef in haar wagen zitten. Haar vinger priemt in de lucht: ‘De enige manier waarop ik hier wegga, is tussen zes plankjes.’

Zoveel tijd later is het voormalige kampterrein daarom nog altijd niet meer dan een grasvlakte, geblokkeerd door een paar betonblokken. Diana nam advocaat Pieter van Goor in de arm – ‘schrijft u die naam alstublieft op, die man is goud’ - die twee zaken voerde. De eerste ging over het gebrekkige onderhoud van haar oude wagen, die ze huurde van de gemeente. 

Ze laat me een filmpje van zomer 2017 zien:  het regenwater gutst door het plafond langs haar bebloemde kroonluchter. Diana kreeg uiteindelijk haar zin en in december werd een nieuwe wagen het terrein opgetakeld.

De Raad van State 

De tweede zaak bracht Diana tot aan de Raad van State. Die oordeelde vorig jaar dat de gemeente het bestemmingsplan niet had mogen wijzigen, omdat helemaal niet was onderzocht dat er geen behoefte was aan woonwagenstandplaatsen, zoals Mill had beweerd.

‘Je kon je nergens aanmelden voor een woonwagen’, had Diana tegen de rechter gezegd. ‘Hoe kunnen ze dan weten dat niemand er wil wonen?’  Haar zoon Maikel van 33 zou graag een wagen betrekken. En haar dochter die zich liet uitkopen zit ongelukkig te wezen in een rijtjeshuis, dus die heeft er ook wel oren naar.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken bevestigt nu dat gemeenten geen ‘uitsterfbeleid’ mogen voeren voor woonwagenkampen, in de nieuwe ‘handreiking antidiscriminatiebeleid’.

Het document rept van een ‘van generatie op generatie overgedragen cultuur’, waarin ‘het wonen in onderlinge verbondenheid in een woonwagen bepalend is’. Met een verwijzing naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt uiteengezet dat gemeenten zich schuldig maken aan discriminatie als zij geen rekening houden met woonbehoeften van Roma, Sinti en ‘reizigers’.

De goede oude tijd 

Tot dat laatste ‘ras’ behoren mensen als Diana, wier grootouders van kermis naar kermis trokken met een cakewalk en een draaimolen. ‘Onze cultuur is vrijer dan die van de Sinti’, legt Diana uit. ‘Ik draag bijvoorbeeld korte rokken, dat kan bij de Sinti niet. En als je bij hun op een feestje komt, zitten de mannen en de vrouwen apart.’

Diana zoekt op haar slaapkamer naar een foto uit de goede oude tijd, een gelukkig plaatje van haarzelf als blonde moeder met drie tieners voor de woonwagen. Ze wijst trots op haar zoon. ‘Toen ventte hij al oud ijzer, 13 jaar.’ Het was de tijd dat er nooit een deur op slot zat en er nog weleens een zanger kwam optreden op het kamp.

Nogal een verschil met haar eenzame wagen nu. Het leegstaande veldje ernaast is tot haar ergernis verworden tot een uitlaatplek. Ze heeft een bordje getimmerd waarop ze de buurt waarschuwt de hond hier niet te laten poepen. ‘U loopt het risico dat u de keutel van uw hond terug in uw brievenbus kan krijgen’, staat er dreigend.

Ze hoopt dat er mettertijd weer wagens komen te staan. Nu ook het ministerie heeft bepaald dat gemeenten de behoeften van woonwagenbewoners moeten faciliteren, heeft ze goede hoop dat het leven terugkeert in het kampje.

Maar ook als dat niet gebeurt, wil Diana nergens anders heen. Wat is nog het verschil met een rijtjeshuis, vraag ik, als de rest van het kamp is verdwenen en je een ‘wagen’ bewoont die alleen door een truck kan worden verplaatst? 

‘Het gevoel van vrijheid’, zegt Diana.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.