Column

In gedachten zag ik haar zitten, thuis, bij de boom

Kerst op z'n kleinst.

Beeld Robin de Puy

'Aaaw', koerde de verkoopster in de kaaswinkel terwijl ze in de kinderwagen keek. 'Wat een snoepje. Is ze altijd zo stil? Ik huilde de eerste negen maanden van mijn leven. Non-stop. Alleen als de stofzuiger aanstond, sliep ik.'

Het was donderdagmiddag en nog opvallend warm voor de tijd van het jaar, maar gezien de vele knipperlichten en dennendecoraties was de lokale middenstand reeds in de ban van de naderende feestdagen. In de kaaswinkel viel het vooralsnog mee qua sfeer, op het gekeuvel van het kaasmeisje na dan. Ze had een bol, bleek gezicht, het haar zat in een staart en een pronte boezem bolde op onder een zwart schort. Een kind in een volwassen lichaam, een kind dat alleen had kunnen slapen bij het geluid van de stofzuiger.

'En weet je wanneer het stopte?', vervolgde ze terwijl ze een stuk jong belegen Purmer inpakte. 'Toen mijn vader ons na negen maanden verliet. Van de ene op de andere dag hield het op.'

Het was een mededeling vol ellende die ze daar zo uitserveerde, maar ze keek erbij of ze het over de dagelijkse boodschappen had. Kennelijk betrof het hier een voldongen feit, een verwerkt verleden, niet iets om je voor te schamen en dus ook niets om voor je te houden, zelfs niet tegen volslagen vreemden.

'O ja?', zei ik daarom aangemoedigd. 'Dan hadden je ouders vast geen gelukkig huwelijk.'

Het meisje schudde haar hoofd.

'Mijn vader wílde mij ook helemaal niet. Tenminste, dat heeft mijn moeder altijd gezegd. Maar volgens mijn vader was dat omdat mijn moeder al drie kinderen had van een andere man. En die had haar jarenlang geslagen, dus ze had wel een rugzakje, om het zo maar even te zeggen.'

Ik zweeg.

'En toen ze wat kreeg met mijn vader was mijn oudere zus, mijn halfzus dus eigenlijk, net weggelopen. Dus ja, dan neem je niet nóg een kind. Een half pondje doen?'

Ik keek toe hoe ze een ijzeren schepje in een bak 'Herfstmelange' stak, een papieren puntzak vulde en die op de weegschaal legde. Op de vraag 'Anders nog iets?', vroeg ik of ze nog contact had met haar vader.

'Soms', zei het meisje terwijl ze haar handen afveegde aan haar schort. 'Maar we kennen elkaar niet echt. Met mijn moeder heb ik wel goed contact en sinds kort ook weer met mijn zus, want die is van de drugs af. Ze woont in Rotterdam en heeft een kindje. En dit is míjn kindje.'

Trots keek ze de winkel rond.

'Ga jij de boel ook versieren?', vroeg ik, waarna ik vlug om me heen keek - door alle tl-buizen kon je de feestverlichting ook zomaar over het hoofd zien.

'Jazeker', zei ze, ineens weer helemaal ondernemer. 'Ik heb alles al besteld. Kersttakken en van die slingers met cadeautjes. En mooie patés, stoofpeertjes en truffelkaas. En bowl, dat is een soort wijn met vruchtjes. Heel lekker.'

In gedachten zag ik haar zitten, thuis, bij de boom, een glas bowl op een onderzettertje. Kerst op z'n kleinst.

'En weet je wat nou het leuke is?' zei ze terwijl ze een bedrag invoerde op het pinapparaat. 'Mijn moeder komt me helpen. Zij doet de Japanse mix in zakjes en ze strijkt mijn werkkleding, want daar heb ik een hekel aan. En stofzuigen, dat doet ze ook.'

Ze keek me aan, voor het eerst met iets van spijt in haar ogen.

'Ik kan niet meer tegen het geluid.'

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden