ColumnArthur van Amerongen

In Fátima draagt men de despoot Salazar op handen. Door hem werd het gat een pelgrimsoord

Beeld .

Portugese televisiekijkers kozen ooit oud-dictator Antonio Oliveira Salazar tot hun grootste landgenoot aller tijden. Alvaro Cunhal, de historische leider van de Communistische Partij, werd tweede en diplomaat Aristides Sousa Mendes, die duizenden Joden hielp ontsnappen uit nazi-Duitsland, eindigde als derde.

Mijn topdrie zou bestaan uit Amália Rodrigues, Fernando Pessoa en Cristiano Ronaldo (fotofinish met Eusébio) maar ik ben dan ook geen Portugees. Ik vind Salazar vooral een saaie vrome roomse kloot. In bepaalde opzichten doet hij mij denken aan zijn Paraguayaanse collega-dictator Alfredo ‘Tyrannosaurus’ Stroessner: ook die bleef bijna een halve eeuw aan de macht. 

Tijdens Stroessners ontbijt speelde een indiaanse blaaskapel steevast Alte Kameraden. De slogan van zijn geheime dienst, de Pyraguë, was: wij martelen niet om achter de waarheid te komen. De overheid weet namelijk alles. Wij martelen om u de waarheid bij te brengen.

Salazars Stasi, de PIDE, was net zo gevreesd maar minder bloederig. Daarmee houdt de vergelijking tussen de twee dictators op.

Op 27 juli is het vijftig jaar geleden dat Salazar stierf maar de stilte rond zijn sterfdag is oorverdovend. Behalve in Fátima. Daar draagt men de despoot op handen want hij zorgde ervoor dat het gat een pauselijk goedgekeurd pelgrimsoord werd. Papa Pius XII over Salazar: ‘De Heer heeft de Portugese natie een regeringsleider gegeven die niet alleen de liefde van zijn volk wist te winnen maar ook het respect en de waardering van de wereld.’

Ik besloot Salazars geboortehuis en graf in het gehucht Vimieiro nabij Santa Comba Dão te bezoeken. Mijn treinreis was een uitdaging. 40 graden, een kapotte airco, een gesloten restauratiewagen en een conducteur die mij een gele kaart gaf omdat ik mijn mondkapje niet over mijn neus had.

Het bescheiden geboortehuis zat potdicht, terwijl ik op internet had gelezen dat er een museum in is gevestigd. Salazars graf lag er nog eenzamer en verlatener bij dan Gerard Reves graf in het Belgische Machelen. 

In Santa Comba, schitterend gelegen aan de Dão, ging ik lunchen in het enige restaurant dat geopend was, O Típico, en laat die rustieke tent nou vol hangen met Salazarabilia. Doe mij maar het lievelingseten van de grootste Portugees aller tijden, zei ik tegen de glunderende eigenaar. Ik kreeg laffe koolsoep en verpieterde sardines: hét feestmaal van de toch al zo miezerige Salazar, die leefde als een asceet. 

Nee, dan Stroessner. Die vrat gewoon een halve koe van de grill en spoelde die weg met een fust bier. Als ontbijt!

SalazarabiliaBeeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden