ColumnChris Oostdam

In een week van ‘oh ja’s’ en ‘weet je nog’s’ knuffelen we elkaar voortdurend. Zo emotioneel waren we vroeger niet

Op de camping met vrienden. Alles is nog hetzelfde en alles is anders. 

Het is een heerlijke week.

Ik vind het best spannend. Ik verheug me erop en ik zie er tegenop, tegelijkertijd. Als wij bij de camping aankomen, zie ik iemand bij de receptie staan. Ik zeg tegen Ronald: ‘Verdomd als het niet waar is, maar volgens mij is dat mijn ex.’ En hij is het. Ik herken hem feilloos, ook al wist ik niet dat ook hij inmiddels helemaal grijs is geworden. Ik vraag bij de receptie op welke plekken mijn vrienden staan, maar nog voor ik ze kan opzoeken staan er al een paar bij ons bij het chalet. Het is een cliché, maar het is echt waar: als je elkaar weer ziet, vallen de jaren weg. Ook al heb je elkaar al zo’n tien of vijftien jaar niet meer gezien. Natuurlijk zie je dat er wat rimpels bij zijn gekomen, hier wat kilo’s erbij, daar juist wat kilo’s eraf, de een is een paar centimeter gekrompen, een ander is zijn haar verloren of grijs geworden. Maar direct daarna zie je de persoon zoals je je die herinnert van vroeger. Het zit ’m in de manier van praten, hoe iemand beweegt.

Zondagavond eten we allemaal bij de bistro van de camping, een kleine dertig man, aan één lange tafel. Er zijn ook nieuwe gezichten, partners en kinderen die ik voor het eerst zie. Bij het voorstellen zeg ik: ‘Ik ben Chris, deze week ook wel Tineke.’ Mijn doopnaam is Christina en Tineke is de roepnaam die mijn ouders voor mij hebben gekozen. Zo’n vijftien jaar geleden had ik genoeg zelfvertrouwen om dat te veranderen. Ik vind Chris een naam die beter bij mij past. Maar mijn oude naam is bij mijn vrienden zo ingesleten dat ze me toch Tineke blijven noemen. En zij mogen dat.

Ook bij mijn vrienden is de tijd niet zonder incidenten verlopen.

Mijn ex-schoonzus heeft in 2015 een herseninfarct gehad. Ze is daarvan behoorlijk goed hersteld, maar toch. Het emotioneert me als ik haar, altijd zo sportief en zelfverzekerd, nu wat onzeker zie lopen. Anderzijds: ze is 73 en zij en haar man trekken er nog op uit met de camper of met de zeilboot. Het kan slechter.

De man van mijn vriendin, een sterke, vitale man die mij meer dan eens heeft helpen verhuizen, heeft een vrij zeldzame, aan ALS verwante ziekte waarbij hij steeds meer de controle over zijn spieren verliest. Hij zit in een rolstoel en verplaatst zich per scootmobiel. Ik moet slikken als ik hem omhels. Mijn vriendin is als vanouds, alsof we elkaar gisteren nog aan de telefoon hadden. Allebei hun dochters zijn er ook, met hun partners en kinderen. De oudste stond zo’n 43 jaar geleden bij de ingang van mijn tent, en zei, heel precies articulerend: ‘Ik ben Puntjepuntje van Puntjepuntje. Ik ben 4 jaar. Hoe heet jij?’ De jongste was toen nog niet geboren.

Het wordt een week van ‘oh ja’s’ en ‘weet je nog’s’. Er worden herinneringen opgehaald en er wordt vooral veel gelachen. Wat wel nieuw is: we knuffelen elkaar voortdurend. Zo emotioneel waren we vroeger niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden