ColumnHet spel en de knikkers

In een afstandseconomie moeten we tijd beter gebruiken

xBeeld x

De Onderwijsraad publiceerde deze week een advies aan minister Slob om te overwegen ‘anders om te gaan met de zomervakantie’. De raad voegde hieraan toe ‘in het geval scholen ook na de meivakantie dicht blijven.’

Het eerste deel van het advies is uitstekend (maar nog niet zo concreet); de toevoeging over de meivakantie is overbodig. Nederland moet sowieso ‘anders omgaan met de zomervakantie’. Hoe dan? Door die te schrappen. Laten we nadenken.

Coronomie is een afstandseconomie, onderdeel van de ‘anderhalvemetersamenleving’. Langzaamaan wordt duidelijk dat deze toestand lang gaat duren. Een vaccin laat in het meest gunstige geval een jaar op zich wachten, dus zal er in de tussentijd, in gradaties, een afstandseconomie zijn. Deze kost groot geld én heeft grote maatschappelijke effecten, en de vraag is daarom hoe de schade zoveel mogelijk kan worden beperkt.

Mijn gedachte: door de vierde dimensie beter te benutten. Dus: door anders om te gaan met tijd. We moeten onze ‘tijdruimte’ beter benutten.

Voorbeelden te over. Drukke stranden in het weekeind? Ja, omdat iedereen tegelijkertijd vrij is. Drukte op de snelweg? Ja, omdat iedereen tegelijkertijd naar zijn werk moe(s)t. Drukte op de bouwplaats? Ja, omdat iedereen werkt tussen zeven en vier. Enzovoort. Tijd doet er toe.

Door activiteiten in de tijd meer te spreiden ontstaat de ruimte die de anderhalvemetersamenleving eist. Nee, dit lost niet alles op. Nee, dit kan niet altijd. Maar soms ook wel, en kan het zegenrijke effect groot zijn. Neem de kinderopvang en de scholen.

Sluiting hiervan veroorzaakt twee problemen. Vooral kwetsbare leerlingen zijn de klos (hier hamert de Onderwijsraad terecht op). En het is voor werkende ouders niet lang vol te houden hun uren (thuis) te werken als de kinderen niet naar school en opvang kunnen (dit negeert de Onderwijsraad).

Tijd kan op twee manieren helpen. Ouders die thuis werken doen dat nu al massaal buiten de grenzen van de normale kantoortijden. ’s Avonds gaat de laptop open; in het weekeinde wordt massaal (beurtelings) gewerkt. Deze flexibele omgang met tijd helpt bij het op peil houden van de productie. Tegelijkertijd zijn er ook heel wat uren die nu niet kunnen worden gewerkt. Simpelweg omdat het thuis niet te organiseren is.

Als opvang en scholen weer open kunnen – en dit is een belangrijke voorwaarde uiteraard – zal er een zucht van verlichting klinken bij alle opgehokte thuiswerkers, én bij hun werkgevers. Gaan we dan op 4 juli, alsof er niets aan de hand is, simpelweg de school zes weken sluiten, omdat we dat al zo doen sinds 1900? Terwijl alle zomervakanties zijn geannuleerd? Ik mag hopen van niet.

Hoe dan? Kan dat wel? Dat is toch onmogelijk?

Nou, mag ik er op wijzen dat scholen de enige organisaties zijn die 12 weken per jaar op slot gaan? En dat het in praktisch alle andere organisaties normaal is dat er 52 weken per jaar gewerkt wordt? Soms zelfs 365 dagen per jaar 24 uur per dag, zoals in de zorg en bij de politie? Ik bedoel maar: natuurlijk kán het. Het heeft wel ingrijpende gevolgen voor schoolorganisaties en de mensen die daar werken. Die hebben nog twee maanden om zich voor te bereiden.

Als de scholen weer open kunnen, doe ze dan niet meer dicht. In elk geval niet zolang we leven in de anderhalvemetersamenleving. We moeten onze ruimtetijd goed gebruiken.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden