De KloofDe nieuwe poort

In dit restaurant aan de Amsterdamse Zuidas worden maatschappelijke bubbels doorbroken

De Nieuwe Poort is een restaurant en een ‘sociale werkplaats’ aan de Zuidas in Amsterdam. Het werd in 2012 opgericht door Ruben van Zwieten.Beeld Ivo van der Bent

In een restaurant aan de Amsterdamse Zuidas ontmoeten de boven- en onderkant van de samenleving elkaar, ziet Peter Giesen. Dat gebeurt steeds minder nu de elite het niet meer als opdracht ziet zich in te zetten voor de achterhoede.

Aan de Amsterdamse Zuidas rijzen de gebouwen hoog op, als steile wanden van staal en glas. Tussen het hoofdkantoor van ABN Amro, de Boston Consulting Group en de internationale accountants van Deloitte ligt De Nieuwe Poort, restaurant, sociale werkplaats en bezinningscentrum, opgericht door Ruben van Zwieten, ‘de dominee van de Zuidas’. In het restaurant zijn de gasten goed gekleed, het licht is gedempt, de ambiance rustig en gezellig, op de vleugel speelt een pianist klassieke muziek.

Een gewoon zakenrestaurant in een zakendistrict, zo op het oog. Maar de ober heeft een bijzonder verhaal: van zijn 16de tot zijn 21ste leefde Mike op straat. Zijn moeder kreeg een nieuwe vriend, een ex-sergeant tegen wie hij ‘meneer’ moest zeggen, en die van de kinderen eisten dat zij hun patat met mes en vork aten.

‘Veel discussie, veel ruzie’, zegt Mike (28). ‘Op een gegeven moment gingen mijn moeder en stiefvader op vakantie. Ik mocht niet mee vanwege alle ruzies. Toen heb ik de pinpas van het bedrijf van mijn stiefvader gepakt. Ik dacht: nu maak ik er ook mijn week van. In een week heb ik 4.500 euro uitgegeven, toen was de limiet bereikt. Ik heb gegokt, gefeest, veel kleding gekocht, vrouwen. Dan is 4.500 euro niet zo heel veel.’

Uiteindelijk kwam hij op straat terecht. ‘Ga maar naar buiten, zeiden ze dan, zoek het maar uit. Kijk maar of je ervan leert, of je er verstandiger door wordt’, zegt hij. De jongen die op de havo zat en naar het vwo kon, dreef steeds verder af. Hij stal sieraden op huisfeestjes om aan geld te komen, hij brak kelderboxen en tuinhuisjes open om een warme slaapplaats te vinden. ‘Ouders van vrienden zeiden: neem maar een beetje afstand van die zwerver. Zo word je steeds verder weggeduwd, terwijl je eigenlijk hulp nodig hebt.’ Nu is hij schuldenvrij en kan hij weer naar de toekomst kijken.

Peter Giesen keerde in 2018 terug uit Frankrijk, waar hij vijf jaar correspondent van de Volkskrant was geweest. Hij trof een Nederland aan met diepe breuklijnen, tussen hoger- en lageropgeleiden, tussen stad en ommeland, tussen verschillende etnische groepen. Steeds meer zoeken burgers het ‘wij-gevoel’ in hun eigen groep. Maar wat betekent dat voor broederschap, het ‘wij’ van de samenleving als geheel? In een serie artikelen onderzoekt Giesen op welke manier sociale breuklijnen overbrugd kunnen worden

Hoewel Mike in Amsterdam opgroeide, had hij helemaal geen beeld van de Zuidas. Nu bedient hij advocaten, managers en consultants met een glanzende carrière. Zijn levensverhaal staat – in het kort – op de menukaart, en soms ontstaan er mooie gesprekken. ‘Sommige mensen zijn oprecht geïnteresseerd in anderen die het wat moeilijker hebben gehad. Dan kan ik ze vertellen over een heel andere kant van het leven’, zegt hij.

In De Nieuwe Poort ontmoeten de boven- en onderkant van de samenleving elkaar. Sporadisch, vaak misschien een beetje oppervlakkig, maar er is contact. Veel werknemers in de keuken en bediening hebben ‘een afstand tot de arbeidsmarkt’, zoals dat heet. Ze hebben op straat geleefd, krijgen een Wajong-uitkering of hebben in de gevangenis gezeten. Zo kan een topadvocaat worden bediend door een jongen met een elektronische enkelband.

‘Een van de problemen is toch de bubbels waar we allemaal in zitten’, zegt managementadviseur Peter Idenburg, die vaak te gast is in De Nieuwe Poort. ‘Ik heb veel geleerd van het schenken van koffie en thee aan zwervers in Haarlem. Vroeger stak ik snel de straat over als ik zo iemand tegenkwam. Nu stap ik op hem af, en zeg ik: hoe gaat het ermee? Het is een enorme bevrijding om door die maatschappelijke wanden heen te stappen.’

Eigen wereld

De samenleving lijkt steeds meer uiteen te vallen in groepen die in hun eigen wereld leven. Een van de verontrustendste aspecten van dit verschijnsel is de afscheiding van de zakelijke en financiële elite. Op de Zuidas lijkt de Londense City dichterbij dan Amsterdam-Nieuw West of het platteland van Overijssel.

De Nieuwe Poort werd in 2012 opgericht door dominee Ruben van Zwieten. Een man uit de elite, voormalig president van het Leidse studentencorps Minerva, die de bovenlaag bezinning en maatschappelijk bewustzijn wilde bieden. Tijdens zijn studie merkte hij dat hij in de maatschappij aan de kant van ‘de sterke broeders’ viel, vertelt hij. Hij zette een bedrijfje op dat toptalent leverde aan het management trainee-programma van Rabobank en later nog vijftig andere organisaties.

Dominee en ondernemer, Ruben van Zwieten, de oprichter van De Nieuwe Poort.Beeld Ivo van der Bent

Het succes van zijn bedrijf maakte hem al jong vrij, zegt hij. Na zijn studie theologie wilde Van Zwieten, dominee en koopman, iets nieuws doen. Inspiratie bieden aan de zakelijke elite, laten zien dat er meer is dan return on investment. Zo ontstond De Nieuwe Poort. Hij werd een veelgevraagd spreker en zielzorger, maar vorig jaar merkte hij dat de elite ook kwetsbaar is.

Hij raakte in een laat stadium betrokken bij de organisatie van een mislukt bevrijdingsfestival op de stranden van Normandië. NRC Handelsblad schreef dat hij zich had laten inhuren als interim-manager door een bestuur waarin hij zelf zitting had. Van Zwieten zegt dat hij niets verkeerd heeft gedaan. Hij probeerde het festival te redden, en op korte termijn was er niemand beschikbaar die deze moeilijke opdracht wilde aannemen. ‘Ik voelde de plicht om verantwoordelijkheid te nemen, maar ik heb een verkeerde inschatting gemaakt in de beeldvorming, door aan de slag te gaan terwijl ik ook in het bestuur zat.’

Van Zwieten was extra kwetsbaar omdat hij kort daarvoor een kritisch boek had geschreven, Elite gezocht, samen met Sander Schimmelpenninck, columnist van de Volkskrant, hoofdredacteur van zakenblad Quote en presentator van talkshow Op1. ‘Het is een schets van een voorhoede die geen voorhoede wil zijn om de achterhoede mee te trekken, maar een voorhoede die zich heeft losgekoppeld van de achterhoede’, zegt hij.

Vroeger verbond de kerk hoog en laag. Van Zwieten: ‘Tijdens de communie of het avondmaal stond je ook als directeur in een cirkeltje met anderen, misschien met een man die al vijftien jaar werkloos is en wiens tanden uit zijn mond vallen, maar toch moet je de beker van hem overnemen en weer doorgeven.’ Natuurlijk kende de verzuiling grote standsverschillen: de rijken zaten vooraan in de kerk, de armen achteraan. Niettemin: nu de zuilen verdwenen zijn, lijkt de elite verlost van haar opdracht tot broederschap. 

Voorhoede mist inspiratiebronnen

Als dominee legt Van Zwieten grote nadruk op het belang van verhalen. ‘De voorhoede van nu is heel erg op zichzelf gericht en mist inspiratiebronnen. Daardoor heeft zij niet het inzicht dat het uiteindelijk mooier is om niet als winnaar te sterven, maar als sterke broeder die de zwakke broeder helpt’, zegt hij.

Voor hem op tafel ligt zijn eigen inspiratiebron, de Bijbel, het boek Genesis, vol onderstrepingen en aantekeningen. Hij vertelt het verhaal van Kaïn en Abel: de sterke en de zwakke broeder. ‘Kaïn bewerkt de akker, hij is iemand die de kans krijgt te leren, te investeren, iemand die getalenteerd is. Zijn broertje Abel is herder van kleinvee. In het Hebreeuws betekent Abel: hij die damp is. Als je blaast, is hij weg. Op een gegeven moment wordt Kaïn gevraagd: waar is Abel, je broeder? Hij zegt dan: Ben ik soms mijn broeders hoeder? Maar volgens de Bijbel kom je niet tot je bestemming als sterke broeder als je niet ook de hoeder van je zwakke broeder bent. Het is misschien een beetje arrogant, maar soms denk ik: hoe zou het met mij zijn gelopen als ik niet steeds was gevormd en gecorrigeerd door die Bijbelverhalen? Want ik heb ook voldoende competitiedrang in me. Wie zich laat beschaven, weet dat niet alles een wedstrijd is, dat niet alles neerkomt op survival of the fittest.’

Een medewerker van De Nieuwe Poort. Beeld Ivo van der Bent

In Elite gezocht schrijven Van Zwieten en Schimmelpenninck dat zij zich ‘rot geschrokken’ zijn van de spirituele armoede onder de elite. Ze kwamen mensen tegen die een begrafenis bestempelden als ‘een stukje crisismanagement’, wier spirituele en literaire bagage beperkt bleef tot De zeven eigenschappen van effectief leiderschap van managementgoeroe Stephen Covey. ‘De elite heeft geen leerhuis, zoals de Joden dat noemen’, zegt Van Zwieten.

Daarom is De Nieuwe Poort een leerhuis. Naast en boven restaurant bevinden zich een aantal stemmige bibliotheken, waar elke maand ‘tafels van twaalf’ samenkomen. Zo ook een gezelschap van zestigers en zeventigers die een carrière in de top van het bedrijfsleven en de ambtenarij achter de rug hebben. Onder leiding van Van Zwieten praten zij over het leven en de wereld, aan de hand van de Bijbel en literaire teksten. Zes van hen willen wel praten met de krant. Ze voldoen ruimschoots aan het profiel van ‘de verantwoordelijke elite’ dat Van Zwieten voor ogen staat. Allemaal zijn ze nog volop actief, in de kerk, in ontwikkelingssamenwerking, bij de voedselbank, in Amsterdamse ‘stadsdorpen’ die de sociale cohesie in de buurt willen versterken, bij het propageren van ecologisch ondernemen of ‘dienend leiderschap’.

Het zijn mannen die nog een ander Nederland hebben meegemaakt, toen er ook goed werd verdiend, maar het kapitalisme zachter was. ‘Een onderneming werd gezien als een organisme dat een dienende rol in de samenleving speelde’, zegt Herman Wijffels, oud-topman van de Rabobank.

‘Ik heb nog meegemaakt dat je een toptarief van 72 procent belasting betaalde’, zegt managementadviseur Peter Idenburg.

‘Vanaf half mei werkte je voor de staat’, zegt Wijffels.

‘Kennelijk hadden we toen een elite die het accepteerde om zo veel af te dragen’, zegt Marnix Krop, voormalig ambassadeur in Berlijn en auteur van een onlangs verschenen biografie van Wim Kok.

De elite is sterk veranderd, zegt Krop. ‘Er heeft een enorme democratisering plaatsgevonden. Meer dan 40 procent van de jongeren volgt hoger onderwijs, vroeger was dat 5 procent. Toen had je een heel andere elite: de adel, het patriciaat.’

Beeld Ivo van der Bent

Noblesse oblige

De oude adel was zich scherp bewust van het feit dat zij haar positie slechts aan het toeval der geboorte te danken had. Vandaar het parool noblesse oblige, ‘adel verplicht’. De standenmaatschappij van weleer is echter vervangen door een meritocratie: posities worden niet meer primair op basis van afkomst verdeeld, maar op basis van prestaties. De nieuwe elite gelooft dan ook dat zij haar positie aan zichzelf te danken heeft, door keihard te werken.

‘Ik zeg altijd: de sociale piramide van Nederland is zo plat als een duppie’, zegt Diederik Laman Trip, voormalig bestuurder van ING/Postbank. ‘Maar mensen die kansen krijgen omdat er geen drempels meer zijn, moeten zich wél bewust zijn dat ze moeten terugbetalen aan de maatschappij. Die heeft immers mogelijkheden gecreëerd die er vroeger niet waren. Het is beneden alle peil om te zeggen: ik ga op vakantie naar Bali, en verder interesseert het me geen barst.’

Vooral na de val van de Muur werd het spel steeds scherper gespeeld, zegt Herman Wijffels. Het idee dat bedrijven ten dienste stonden van de gemeenschap werd afgedaan als softe kletspraat. Voortaan was een bedrijf er voor de aandeelhouders. De mannen zagen hun werkomgeving veranderen.

‘In het begin van mijn carrière kreeg ik elk jaar een periodiek. En als je rijp werd geacht voor een hoger niveau, maakte je promotie’, zegt Hans van Kesteren, voormalig bestuurder van Shell. ‘Maar ergens in de jaren negentig kreeg je een systeem waarbij je competitief werd gerankt. Jouw beloning werd direct afhankelijk van de vraag hoe jouw prestatie werd gewogen tegenover die van Pietje of Klaasje. Daar heb ik veel moeite mee gehad, omdat het teamwerk erodeerde.’

Managementadviseur Peter Idenburg werkte twintig jaar voor multinational Van Leer. ‘De aandelen waren in handen van een charitatieve instelling. We verdienen geld aan de maatschappij, zei het bedrijf, en dat ploegen we weer terug in de maatschappij. Op een gegeven moment is het bedrijf toch naar de beurs gegaan, omdat een aantal mensen daarmee geld kon verdienen. Vijf jaar later bestond het bedrijf niet meer, het werd opgesplitst en in delen verhandeld. Dat heeft me wel aangegrepen.’

Herman Wijffels: ‘Toen ik bij de bank zat, heb ik in de financiële sector en bij beursgenoteerde bedrijven dingen zien gebeuren die me als graten in de keel zaten. Het egocentrisme werd zodanig centraal gesteld dat alles daarvoor moest wijken. Het kapitaal is zo slim geweest om beloningspakketten te maken waardoor het belang van aandeelhouders samenviel met het belang van managers. De leiders van bedrijven zijn gekocht door het kapitaal. Zo zijn we terecht gekomen in wat voor velen een woestijn is.’

Servant leadership

Ed Voerman verzette zich tegen deze trend, als oprichter en directeur van een logistiek bedrijf. ‘Als ondernemer heb ik mij constant de vraag gesteld: wat is de zin? In de Verenigde Staten kwam ik in contact met een managementtheorie die servant leadership heet. Je bent er niet voor jezelf, maar voor anderen, je naasten, je werknemers, je klanten, de samenleving. We hebben weleens iemand gehad die zei: ik kan ergens anders meer verdienen. In zo’n geval hebben we altijd gezegd: dan moet je gaan. Toch is ons bedrijf heel sterk gegroeid.’

Een chef aan het werk in de keuken van De Nieuwe Poort. Beeld Ivo van der Bent

De wereld bewoog de andere kant op. Egoïsme werd als iets goeds gezien. De gemeenschappelijke welvaart zou alleen maar groter worden als iedereen energiek rijkdom, of in elk geval een zo hoog mogelijk inkomen, zou najagen. De politieke elite ging mee met de zakelijke elite. Belastingen werden verlaagd. ‘Er zijn zo veel miljonairs die zeggen: ik heb nog nooit zo weinig belasting betaald, door allerlei mazen in de wet. Shell en Philips betalen geen belasting in Nederland, het is helemaal uit de hand gelopen’, zegt Herman Wijffels. Hij wijst naar buiten, naar de torens van de Zuidas. ‘Daar zitten hoogopgeleide juristen het algemeen belang te belazeren’, zegt hij. ‘Dat vinden we kennelijk belangrijker dan goede onderwijzers voor onze kinderen.’

Wijffels zegt het in Bijbelse termen: na dertig jaar aandeelhouderskapitalisme zijn we in de woestijn geraakt. Het kapitalisme pleegt roofbouw op de planeet, terwijl de opbrengsten zeer ongelijk worden verdeeld. Maar hoe moeten we uit de woestijn komen, hoe kan de broederschap worden hersteld? Door matiging van de elite, zoals ‘de miljonairs tegen hooivorken’ onlangs voorstelden in een pleidooi voor belastingverhoging?

‘Als je de historie erop naslaat, dan zijn fundamentele maatschappelijke veranderingen nooit van bovenaf gekomen. Het gebeurt altijd van onderop’, zegt Wijffels. Hij heeft zijn hoop gevestigd op sociale ondernemingen, op coöperaties van burgers die zelf duurzame energie produceren of de zorg in een dorp organiseren, op bedrijven die biologische landbouwproducten direct aan de consument leveren, zonder een dure en vervuilende tussenhandel. ‘Er zijn vele honderden van dat soort ondernemingen, die veel te weinig worden gezien’, zegt Wijffels, die zijn ideeën onlangs liet optekenen in het boek De gulden snede.

Maar zal de samenleving veranderen door zulke sympathieke initiatieven van onderop? Is de macht van het kapitaal daar niet veel te groot voor? ‘Bestuursvoorzitter Paul Polman kwam een heel eind met het vergroenen van Unilever, maar toen de aandeelhouders hem terugriepen, was het einde verhaal’, zegt Marnix Krop.

Kapitalisme pleegt roofbouw

Toch is Wijffels optimistisch. Hij ziet tekenen van verandering. Zakenkranten als The Wall Street Journal en de Financial Times noemen de huidige vorm van kapitalisme onhoudbaar, omdat die roofbouw pleegt op de planeet en de opbrengsten zo ongelijk verdeelt. Staten en internationale organisaties komen langzaam maar zeker in actie. Op mondiaal niveau wordt gesproken over het aanpakken van grote technologiebedrijven die nauwelijks belasting betalen. De Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds gaan hun beleid afstemmen op het klimaat en andere ecologische factoren. ‘De wind is helemaal aan het draaien’, zegt Wijffels.

Beeld Ivo van der Bent

Het gaat langzaam, er zullen nog veel tranen vloeien, maar de wereld zal veranderen, denken de mannen in het leerhuis van De Nieuwe Poort. Ondertussen zijn er overal interessante initiatieven, vaak ver buiten de schijnwerpers, als kiemen voor een nieuw sociaal bewustzijn. De Nieuwe Poort is zo’n initiatief. Een kleine speler op de Zuidas, om in bedrijfstermen te blijven, als een dienstbodekamertje in een enorm vijfsterrenhotel. Maar met haar programmering en als ‘sociale werkplaats’, laat De Nieuwe Poort de zakelijke elite zien dat er ook een andere wereld is, van mensen die het minder goed getroffen hebben.

In de keuken staat Rami (37) broodjes te maken voor de lunch. Vier jaar geleden kwam hij uit Syrië naar Nederland. ‘Ik moest gaan vechten in het leger van Assad. Dat wilde ik niet. Via Libanon, Turkije en Griekenland ben ik in Nederland terecht gekomen’, zegt hij. In Syrië werkte hij als goudsmid in het bedrijf van zijn vader, maar in Nederland lukte het hem niet om werk te vinden in zijn eigen vak. ‘Syriërs houden meer van goud dan Nederlanders’, lacht hij. Nu staat hij in de keuken van De Nieuwe Poort. ‘Ik mis mijn familie in Syrië, ik spreek mijn moeder nog elke dag via Skype. Maar ik ben blij dat ik hier werk gevonden heb.’

Soms loopt er maar een dun lijntje tussen ellende en fatsoenlijk leven. Ober Mike ging weer naar school na vijf jaar op straat geleefd te hebben. Hij belde naar De Nieuwe Poort voor een stage en mocht blijven. Mike: ‘Ik had een klik met de chef. Hij leerde me verantwoordelijkheid te nemen en weer van mezelf te houden.’

De naam Mike is gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden