ColumnWillem Vissers

In deze ontregelende tijden is Samuel een constante bron van positiviteit

Beeld Marijn Scheeres

Nog nooit sinds hij vijftien jaar geleden voor het eerst naar kinderdagcentrum Rozemarijn ging, is onze meervoudig beperkte zoon zo lang voltijds bij ons geweest.

Naast de supermarkten, fabrikanten van mondkapjes en Lucinda Riley zou je Samuel tot de winnaars van de coronacrisis mogen rekenen. Aangenomen dat er winnaars zijn in deze tijden.

Al bijna drie weken is Samuel nu thuis. Niets ten nadele van Rozemarijn, want hij heeft het geweldig naar zijn zin bij al dat lieve personeel, maar hij moet daar ook weleens iets doen waarin hij weinig zin heeft. Thuis is hij in een ritme gekomen dat hem uitermate bevalt. Elke dag is inwisselbaar en Samuel houdt van inwisselbare dagen. Voor hem is het elke dag maandag. Of zondag.

De iPad was sowieso al zijn beste vriend als hij thuiskwam, maar nu mag hij vrijwel de hele dag ‘tikken’, zoals wij dat noemen, als dat vliegensvlugge rechterwijsvingertje over het scherm danst. Hij is in quarantaine met zijn beeldscherm, zogezegd.

De batterij van het apparaat trok het alleen niet meer de eerste week, als de avond naderde. Dan hingen we het apparaat aan de oplader en moest Samuel telkens wachten tot het weer even ging. Dan had hij weer even vier procentjes batterijvermogen. Hij leerde dat accepteren. Roerloos zat hij te wachten tot het beeld weer voor even aanflitste.

Het is een van onze vaste vragen dezer dagen: hoeveel procenten heeft Samuel nog? Sinds we een forse powerbank bestelden, doet niemand hem en ons meer wat. Al zet hij die soms onbewust uit of schakelt hij de wifi uit bij instellingen. En af en toe glijdt de koptelefoon van zijn hoofd. Dan horen we hem ‘knoteren’, zoals we dat in Limburg noemen.

Er zijn natuurlijk onderbrekingen op het ritme van de oneindige herhaling. Eten. Een wandeling af en toe. Hij kijkt geregeld naar de pictogrammen aan de muur. En dan was daar de komst van huisarts Marcel Reinders, omdat Samuel opeens gloeide en we geen risico wilden nemen. We konden de dokter niet eens koffie aanbieden, vanwege het mondkapje. Samuel bleek niet ziek en herpakte meteen zijn tikritme.

Dat hij ’s ochtends om een uurtje of zes rechtop in bed zit en best veel geluid maakt, blijft een aandachtspuntje. Maar het is vooral mooi om de drie broers samen op de bank te zien zitten, allemaal met hun eigen dingetjes en hun eigen streken. Af en toe roepen de andere twee Samuel tot de orde, als hij weer een hoge toon aanslaat bijvoorbeeld, meestal overigens een teken van dolle pret. ‘Sa-haam’.

Soms zit hij schuddebuikend op de bank. Dan zijn we soms bang dat hij in zijn lach blijft. Wat hij kijkt? ‘Frank schrijft een liedje’, uit Sesamstraat van 2000, een inderdaad best grappig stukje met variaties op Op een klein stationnetje. Hij spoelt steeds een paar seconden naar voren en weer terug. En maar lachen. In deze ontregelende tijden is Samuel een constante bron van positiviteit, juist omdat het nieuws hem niet aangrijpt.

Wat ze ook op tv roepen, hier, in zijn hoekje van de bank, troont een van de winnaars van de coronacrisis.

Samuel krijgt doktersbezoek.Beeld Willem Vissers
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden