ColumnElma Drayer

In de zaal geneerde ik me voor mijn tranen - nu hoeft dat niet meer

Beeld .

Doorgaans lukt het me heel behoorlijk om monter te blijven. Meestal helpt het om mijn zegeningen te tellen, sowieso een goed idee. In mijn elitaire, uiterst geprivilegieerde hoekje van de samenleving is dat trouwens niet dat je zegt een enorme opgave.

Maar woensdag, nadat ik het stuk van de wetenschapsredacteur Maarten Keulemans had gelezen, was ik van de sokken geblazen. In diens zoveelste, meer dan geslaagde productie (geef die man een lintje, hoofd­redactie) schetste hij de contouren van Het Nieuwe Normaal dat de ­premier een dag eerder had afgekondigd. ‘Het is een jaar later, en ­corona heeft de wereld grondig ­veranderd. Zeker, we gaan weer naar werk en het openbare leven is weer min of meer op gang gekomen. Maar toch is er ook veel wat ontbreekt. Grote evenementen zijn voor onbepaalde tijd verboden. Voor ­musea, voorstellingen en kerkdiensten gelden strikte beperkingen.’

Onnozel genoeg realiseerde ik me pas door deze passage wat de anderhalvemetermaatschappij in de praktijk van alledag zal betekenen. Wat volstrekt normaal was, zal dat niet meer zijn. Voorlopig, en vermoedelijk voor heel lang.

Een van de vele vanzelfsprekendheden die al sneuvelden was het bijwonen van de Matthäus en de Johannes van Johann Sebastian Bach – zoals bekend in dit land mateloos geliefd, ook door mij. (Niet toevallig is er elk seizoen wel een journalist die zich buigt over de prangende vraag waarom passieuitvoeringen juist hier zo wijdverbreid zijn. Tip: het antwoord staat in het heerlijke boekje Zijn bliksem, zijn donder, in 1997 geschreven door wijlen Martin van Amerongen.)

Volgens de Passiebarometer van het blad ZINGmagazine stonden er voor 2020 liefst 254 passieuitvoeringen op stapel, naar verluidt een nieuw record. Door de coronacrisis zagen musici en podia hun inkomsten verdampen. Gisteren riep de culturele sector het publiek op om geld dat al betaald is voor tickets niet terug te eisen maar te doneren. Vurig hoop ik dat iedereen met genoeg in de knip daaraan ruimhartig gehoor geeft. Willen we de podiumkunsten ooit weer laten bloeien, dan lijkt me dat wel het minste.

Natuurlijk, alles wordt betrekkelijk in het aanschijn van een onbekende, potentieel dodelijke ziekte. En natuurlijk is de bestrijding daarvan nu vele malen belangrijker dan een cultureel uitje. Maar hopelijk neemt u het me niet al te kwalijk dat de weemoed het bij mij even wint van het gezonde verstand. Voor het eerst in decennia een lente zonder Bach – laat ik zeggen dat het wennen is.

Bij mij begon het gedweep rond mijn 15de. Dat lag niet voor de hand. In de steil-protestantse omgeving waarin ik opgroeide was er weliswaar ruimschoots sprake van orgel en van uitputtend psalmgezang, maar daar bleef het zo’n beetje bij. Het woord, met kleine en grote ­letter, stond er nu eenmaal in veel hoger aanzien. Toch drong de ­Matthäusverering zelfs tot dit schrale muzikale milieu door – hoe snap ik nog steeds niet.

Op zeker moment dook er bij ons thuis een heuse lp-box op van het werk. En ik draaide die op mijn zolderkamertje grijs. Stiekem welteverstaan, want als blowende puber met hippieambities was ik liever ter plekke neergevallen dan dat ik hardop erkende hoe prachtig ik Bach vond.

Aanvankelijk bevielen me alleen de koren, toen lichtten de aria’s een voor een op, en uiteindelijk kon ik de Matthäus van de eerste tot de laatste noot dromen. Weer later kwam daar de veel strakkere, minstens zo verpletterende Johannes bij.

En hoe verder ik van de leer der ­vaderen wegdreef, hoe meer ik me hechtte aan het jaarlijks bijwonen van de passies. Telkens weer boden ze troost aan een gelovige die niet meer gelooft, aan een ongelovige die nog steeds gelooft.

Vanavond, op deze Goede Vrijdag, zet ik de streaming aan van de magnifieke Matthäus die het Koninklijk Concertgebouworkest in 2012 uitvoerde onder leiding van Iván ­Fischer.

Laat ik mijn zegeningen tellen. Destijds zat ik in de zaal en geneerde ik me voor mijn tranen. Nu hoeft dat niet meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden