Opinie

'In de wereld van de laatste mens wil ik niet leven'

Nu de christelijke politiek er niet meer is, betreden we het tijdperk van de laatste mens die van de overheid zijn natje en zijn droogje krijgt en, als het moeilijk wordt, de Pil van Drion, schrijft Bart Jan Spruyt.

Ontspannen in De Efteling. Beeld anp

Niemand zal de juistheid ontkennen van de trend die Ewout Klei en Remco van Mulligen signaleren in hun pas verschenen boek 'Van God los: het einde van de christelijke politiek?': de christelijke politiek is geen numerieke factor van betekenis, geen machtsfactor meer. Er is in Nederland een nieuwe meerderheid gekomen: die van seculiere, blanke, liberale heren.

Er rest ons dus nog slechts één vraag te beantwoorden: is dit erg? Ik antwoord: ja, dit is heel erg.

Want we betreden nu definitief een nieuw tijdperk: het tijdperk van de laatste mens. Tocqueville en Nietzsche hebben hem ons geschilderd, in een apocalyptische nachtmerrie die zich nu realiseert.

Comfort
De laatste mens is niet alleen post-christelijk, maar ook post-modern en post-historisch. Comfort en gemak zijn de hoogste en enige waarden in zijn huisje-boompje-beestje-leven. De sociaal-liberale overheid voorziet iedereen van zijn natje en droogje en ontspanning, zoals een herder over zijn schapen waakt. Pacifistisch is deze mens ook, en dus stiekem een beetje blij dat er ook nog een land als Amerika is, al zal hij dat nooit zeggen.

De nieuwe post-christelijke wereld schenkt geen enkele prioriteit aan primaire impulsen als defensie en veiligheid, families en gezinnen, geloof en voortplanting (de demografie). Moderne, post-christelijke regeringen houden zich vooral met de 'secundaire impulsen' bezig: met zorg, kinderdagverblijven, ouderschapsverlof, uitkeringen, emancipatie van homo's en transgenders.

Waarom zijn zorg en uitkeringen secundair? Omdat je je die alleen kunt permitteren in een samenleving die veilig is en waarin mensen zich voortplanten. Het is eigenlijk heel eenvoudig.

Discriminatie uitgerookt
Toch wil Nederland in deze wereld leven, ondanks de realiteitschecks van een crisis en ISIS. Sterker nog, de laatste mens is niet alleen een feit maar ook een programma. Hij zal namelijk niet rusten voordat iedereen een laatste mens geworden is, en iedereen erkent dat man en vrouw, homo en hetero, dier en mens, kind en volwassene gelijk zijn, voordat iedere vorm van discriminatie tot in de kleinste uithoek is uitgerookt, er geen ambtenaren met gewetensbezwaren meer zijn, er in iedere reformatorische school een homo voor de klas staat, er op iedere kieslijst van de SGP een vrouw staat, er geen dier meer ritueel wordt geslacht, er geen jongen meer wordt besneden.

Ik zou niet weten waarom je in die wereld zou willen wonen. Geef mij dan maar de christelijke era. Met het verdwijnen van het christelijk geloof, de kerken en christelijke politieke partijen zal er, vrees ik, op minstens drie terreinen onherstelbare schade optreden.

We zullen niet meer weten wat tolerantie is. In de klassieke, christelijke traditie is tolerantie geen deugd die je in de eerste plaats van anderen eist, maar een zelfbeperking die je jezelf oplegt. Zij bestaat in de overtuiging dat je je eigen overtuiging niet aan anderen oplegt, hoe erg je het ook vindt dat anderen die overtuiging niet delen, omdat het geweten heilig is.

John Stuart Mill naar een cartoon van Spy, pseudoniem van Leslie Ward, uit 1873. Beeld anp

Vangnet
Die traditie is bij de liberale laatste mens niet in goede handen. In zijn Bijbel, Mills 'Over vrijheid', staat immers dat een meerderheid een barbaarse minderheid best mag dwingen om de verlichten op het pad van de vooruitgang te volgen.

Wat ook zal verdwijnen is het christelijk-sociale denken: de overtuiging dat mensen in een samenleving naar elkaar hebben om te zien, en dat de overheid er als laatste instantie is om een vangnet te bieden voor mensen die buiten alle zorg dreigen te vallen. Het ideaal van de participatiesamenleving lijkt me niet veel meer dan een schaamlap om dit verlies te maskeren. Want de samenleving beschikt niet meer over het morele kapitaal om dit ideaal te realiseren.

Neem Ton de Kok, de belichaming bij uitstek van de traditie die Klei en Van Mulligen beschrijven. Hij was Kamerlid voor het CDA, en nu vrijmetselend lid van D66. Toen de eerste berichten over de participatiesamenleving naar buiten kwamen, en onze ouderen voor hun zorg een beroep op hun kinderen leken te moeten gaan doen, stelde hij voor de pil van Drion in de warme belangstelling van die ouderen aan te bevelen (de Volkskrant, 12 februari 2013).

En dat brengt mij als vanzelf bij mijn derde punt. In de klassieke, christelijke traditie was er veel aandacht voor het belang van de morele en culturele voorwaarden voor het in stand houden en goed functioneren van een democratie. De traditie moet daartoe in ere worden gehouden (geloof in God, gehoorzaamheid aan de wetten en eerbied voor ons voorgeslacht), vrijheid moet niet het ideaal zijn om te kunnen doen wat je maar wilt maar de ruimte om te doen wat je behoort te doen, en gelijkheid is gelijkheid voor de wet en niet de afschaffing van iedere vorm van hiërarchie.

Bart Jan Spruyt is historicus en conservatief denker.

Toespraak bij de presentatie van het boek 'Van God los: het einde van de christelijke politiek?' door Ewout Klei en Remco van Mulligen (uitgeverij Nieuw Amsterdam), boekhandel Schreurs en De Groot, Amsterdam, 24 september 2014.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden