ColumnDanka Stuijver

In de tweede golf wordt geen wc-papier maar zorg gehamsterd

Tumult aan de balie. Een boze man blaft in zijn mondkapje tegen de assistente. Hij is verwezen naar de cardioloog en daar kan hij over drie weken terecht. Daar gaat hij mooi niet mee akkoord! Er moet een huisarts bellen zodat hij met spoed een afspraak krijgt. Hoewel deze toestand niet goed kan zijn voor zijn hart, kan ik geen reden vinden voor een spoedverwijzing. Onder druk gezet, en omdat ik de angst zie die schuilgaat onder zijn woede, bel ik toch met de specialist. Maar ik heb geen sterk verhaal. Het resultaat: een cardioloog die zich vermoedelijk afvraagt of ik mijn diploma bij een pakje boter heb gekregen (‘Dit kan je toch hopelijk zelf wel inschatten?’) en een patiënt die nog altijd drie weken moet wachten op een afspraak. ‘Het spijt mij, maar ik kan het helaas niet veranderen’, zeg ik.

De man briest: ‘Straks gaat de hele flikkerse boel weer op slot door die corona en dan zul je zien dat mijn afspraak niet door gaat. Dat is bij mijn broer ook gebeurd. Die wacht nog steeds op zijn pacemakertje.’ Hij recht zijn rug en legt zijn handen op de balie: ‘Doe mij dan maar alvast een formulier om bloed te prikken. En ik moet ook nog een verwijzing voor de pedicure.’

De tweede golf brengt ons een nieuw verschijnsel: ‘het zorghamsteren’. Hamsterden we in de eerste golf nog toiletpapier, nu willen we nog snel even een echo, soa-test, bloedonderzoek, uitstrijkje, verwijzing of een extra recept voor een voorraadje medicijnen waar reeds een tekort aan is. Zei men bij de eerste golf nog ‘Sorry dat ik u hiervoor stoor of ‘Bedankt voor jullie inzet’, nu is het ‘Hoezó kan ik niet vandaag een echo krijgen?’en ‘Ik heb récht op een griepprik’. Want ondanks dat er een tekort is aan griepvaccins is het voor sommigen ‘ikke, ikke, ikke en de rest geen prikke’.  

Het staat in schril contrast tot de schrijnende verhalen van mensen die door corona niet op tijd de juiste zorg krijgen en voor wie dat grote consequenties heeft. Wiens diagnose of behandeling mogelijk te laat komt. Wiens operatie steeds wordt uitgesteld. In mijn laatste dienst zag ik een man die al meer dan een week rondliep met een zeer pijnlijke ‘Spaanse kraag’, ontstaan na het plaatsen van een urinekatheter. Hij belde eenmaal zijn uroloog, die had wat adviezen gegeven. Meneer had daarna niet opnieuw durven bellen. Bij het zien van zijn penis, die inmiddels de vorm van een champignon had aangenomen, heeft de thuiszorg gelukkig direct aan de bel getrokken en kon ik het euvel komen verhelpen. Maar stel nou dat zij dat niet had gedaan.

Vroeger zei men dat de vrijdagavond, gezien de bezetting in het weekend, het ongelukkigste moment is om ziek te worden. Nu zitten we in de zorg door corona in een soort Groundhog Day van vrijdagavonden. Collega huisarts Jojanneke Kant beschreef een dienst waarin op een bepaald moment geen enkele spoedeisende hulp in de wijde omgeving in staat was om nog patiënten te ontvangen. De deuren werden letterlijk gesloten. De dienstdoende huisartsen moesten creatief zijn.

Ze regelden zuurstof, medicijnen en infuuspalen zodat patiënten die normaal gesproken in het ziekenhuis behandeld zouden worden toch een behandeling thuis konden krijgen. Aan het einde van de dienst gingen zij met een rotgevoel naar huis. Met een gevoel van falen. Van tekortschieten. 

Ik zie het bij collega’s om mij heen: de schouders iets minder breed, de huid iets dunner, de twijfel in de ogen. Hoe lang gaat dit nog duren? Hoe los ik dit een volgende keer op? Hoe onderscheid ik een zorghamster van iemand die daadwerkelijk nú zorg nodig heeft? De druk veroorzaakt een mentale vermoeidheid. We willen graag goede zorg leveren maar dat lukt nu vaak niet. En naast dat wij schipperen met de zorgvraag, worstelen wij ook met het hoge, vaak lastminuteziekteverzuim van collega’s. Omdat ze in afwachting zijn van een test, ziek zijn of een kind hebben met koorts, op wie geen grootouder of oppas kan passen.

Het klappen voor de zorg is gestaakt, het applaus verstomd, maar de zorgtrein dendert piepend en krakend voort. Over steeds minder beschikbare spoorrails en langs steeds vollere perrons, waar wachttijden oplopen en geduld en begrip afnemen.

Thuis vertel ik mijn man over de toestand aan de balie. Mijn dochter van 3 luistert aandachtig mee. ‘Mama’ zegt ze, misschien hebt die meneer teveel chagrijntjes en framboosjes ge-eet?’ ‘Misschien wel schat’, zeg ik, ‘en hij is momenteel niet de enige.’

Danka Stuijver is huisarts.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden