ColumnManon Spierenburg

In de toneelwereld doe je het niet goed als je er niet flink op los galmt

Auteur en scenarist Manon Spierenburg over hoe het steeds stiller wordt om haar heen.

Illustratie bij rubriek 'Doof' door Manon Spierenburg. Illustratie © Douwe Dijkstra Beeld Douwe Dijkstra
Illustratie bij rubriek 'Doof' door Manon Spierenburg. Illustratie © Douwe DijkstraBeeld Douwe Dijkstra

Als je het aan mij zelf zou overlaten zou ik waarschijnlijk leven als een Engels plattelandsvrouwtje. Zo eentje die haar dagen vult met hondjes, paarden, koken en tuinieren. Vóór de lockdown lukte me dat meestal niet, want ik heb heel ondernemende vrienden die vinden dat je er gebruik van moet maken dat we midden in het culturele centrum wonen. Ze hebben de hele tijd overal kaartjes voor en willen dat ik meega naar cabaret, toneelvoorstellingen en concerten.

Natuurlijk vind ik het fijn dat ze mijn gezelschap waarderen, maar het zijn de spreekwoordelijke paarlen voor de zwijnen. Naar de film gaan lukt me nog net, mits hij ondertiteld is, maar toneel of theater ligt ver buiten de auditieve mogelijkheden. Ik hoor namelijk wel het geklos over de planken, maar van de dialoog alleen maar flarden. Dat ligt echt niet aan de acteurs; in de Nederlandse toneelwereld doe je het niet goed als je er niet flink op los galmt.

Op het podium èn ernaast. Er kwam een keer een bekende actrice binnen in het café waar ik koffie zat te drinken met mijn dochter. Ze vouwde haar kleddernatte paraplu op en verklaarde voor het aanwezige publiek dat ‘Hhhett rrrrregennnde!!!’ met zoveel pathos en klankkleur dat het zelfs bij mij doorkwam. Maar als ik achter de vierde wand zit lukt het me gewoon niet, hoe graag ik dat ook zou willen.

De opera biedt een goede oplossing; daar hebben ze al sinds jaar en dag boventiteling. Dat is trouwens niet om doven en slechthorenden tegemoet te komen, maar omdat het gemiddelde libretto niet te volgen is als je geen Duits- of Italiaanssprekende operaconnaisseur bent met een voorliefde voor gekunstelde dictie.

Maar voor mijn doeleinden maakt dat niet uit. Boventiteling maakt een avondje naar de opera een stuk beter te volgen. Niet dat ik niet weet hoe Die Zauberflöte gaat, maar alles wat ik niet hoor wordt ondervangen door de tekst die meeloopt en dat is fijn.

Het schijnt dat bij het toneel vooral de regisseurs niet aan boventiteling willen, omdat ze vinden dat het hun meesterwerk verpest en het de aandacht afleidt van wat er op het podium gebeurt. Persoonlijk lijkt mij dat een kleine prijs om te betalen, als dat betekent dat je voorstelling ineens ook toegankelijk wordt voor de anderhalf miljoen doven en slechthorenden die Nederland telt.

Misschien iets om over na te denken tijdens de lockdown? Zonder repetities en opvoeringen is er alle tijd om een boventiteling te maken. Als straks de lichten weer aangaan, de theaters opnieuw tot leven komen en het publiek naar binnen stroomt, als het doek wordt opgehaald en de acteurs eindelijk weer uit de coulissen stappen, mogen wij dan ook? Pre-corona gingen jaarlijks anderhalf miljoen mensen naar toneel. Met een verdubbeld publiek is de schade snel weer ingehaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden