columneva hoeke

In de spiegel zag ik een rood aangelopen vrouw in een tijgerprintbroek en een vijandige houding

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld
Eva Hoeke

Nou, ik was begonnen hoor.

Bij Matthijs, fysiotherapeut in het dorp. Aardige jongen, sportief maar niet té, en zelf vader van drie kleine kinderen, dus wat dat met een mens doet hoefde ik alvast niet uit te leggen. We zouden gaan werken aan wat in die wereld zo guitig je ‘core’ wordt genoemd, buik en rug dus, en dat die sterker moet, want als de basis niet goed is lukt de rest ook niet, en meer van dat soort algemene beschouwingen.

Op een donderdagmiddag stapte ik zijn praktijk binnen.

Klein zaaltje, schema aan de muur, Radio 538 uit de speakers.

Matthijs hield een A-4’tje omhoog: hij had een parcoursje uitgestippeld. Eerst opwarmen, dan een stuk of wat apparaten waaraan ik moest hangen, trekken of duwen en tussendoor nog wat buikspiermanouvres. ‘Wanneer heb je voor het laatst gerend?’, vroeg hij terwijl hij iets invoerde in zijn computer.

‘Vijftien jaar geleden’, zei ik maar eerlijk.

Hij, professioneel: ‘Dan beginnen we met twee minuten wandelen en één minuut rennen.’

Ik dacht aan mijn leven voor het huidige, toen ik nog in Amsterdam woonde en uit puur esthetische overwegingen drie keer per week op speciaal daarvoor aangeschafte gympen door het Westerpark draafde. Eén rondje was precies een halfuur en na een paar maanden hield ik dat ook daadwerkelijk vol, dat hele halfuur. Maar het door ervaren renners in het vooruitzicht gestelde moment dat je in een prettige cadans terecht zou komen, de echte liefhebbers spraken zelfs over een trance, haha, dat moment wilde maar niet komen. Ook niet na veertig minuten, en diepere investeringen wenste ik niet te maken. ‘Zullen we dan maar?’, klonk het naast me.

Ik op die loopband.

Nou, dat ging eigenlijk best goed. Hop, heuveltje op, heuveltje af, ik kon zelfs nog een grapje maken. Toen ik klaar was keek ik Matthijs voldaan aan. Dat had-ie niet gedacht hè, van deze moeke!

Daarna moest ik roeien. Ook niets aan de hand, al nam ik me wel voor voortaan een flesje water mee te nemen.

Maar toen, liggend op de grond, op zoek naar mijn buikspieren.

Níét te vinden.

‘Ik hou je benen vast’, zei Matthijs na de derde poging, maar nog steeds kwam ik niet omhoog, waarna het niveau ter plekke werd teruggeschroefd. Voorlopig hoefde ik alleen een stukje van de grond te komen. Ook het gewichtheffen verliep wiebelig (‘Probeer je knieën stil te houden’), om van dat ding waarmee je je kuiten achter een stang klemt teneinde je romp omhoog te zwiepen (‘Goed voor de onderrug’) maar te zwijgen. In de spiegel zag ik een rood aangelopen vrouw in een tijgerprintbroek en een vijandige houding, en het scheelde niet veel of ik was er ter plekke mee uitgescheeën.

Maar dat deed ik niet.

Sterker, na die eerste keer ging ik nog eens, en nog eens. Ik weet niet of het mijn core is die opspeelt, maar er blijkt toch wel iets prettig te zijn aan fysieke inspanning, aan zweten, aan spieren die wakker worden. Ongetwijfeld is het ook gewoon prettig om heel even tijd voor jezelf te hebben, zonder huishouden, zonder kinderen, zonder mails en zonder telefoon en zonder wat dan ook. Gewoon even niet beschikbaar te zijn, voor niemand, alleen voor jezelf. Maar dan nog: dat bloed dat door je aderen dendert, die warmte die van heel diep komt, het optillen van jezelf, het doorgaan waar je de vorige keer stopte, de stilte en de storm en daarna dat lekkere suizen in je hoofd, tja, dat lijkt nog het meest op, op… nou ja, een soort trance.

Gekkigheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden