verslaggeverscolumn Margriet Oostveen in Utrecht

In de lente vertellen we hier wie TRUUS was

De oorlog trof me dit jaar midscheeps. Dat kan dus nog, zoveel jaar later, in maart nota bene en bij toeval. De grijze weken waarin je de lente wel uit de takken wil slaan. Opeens stond in mijn stad een naam van narcissen in het gras:

TRUUS

Aan de Catharijnesingel in Utrecht, tegenover de Geertekerk.

Ik zag de bloemenletters in eerste instantie niet eens in het echt, woon in Oost en kom hier niet vaak langs. Er kwam een foto voorbij op Twitter. Er stond bij dat het voor Truus van Lier was. Opgezocht: een rechtenstudent en verzetsstrijdster, in 1943 op 22-jarige leeftijd geëxecuteerd in concentratiekamp Sachsenhausen. Dit omdat ze een beruchte Utrechtse hoofdcommissaris had doodgeschoten: de NSB-er Gerard Kerlen. Die zocht hier fanatiek naar ondergedoken Joden.

Utrecht had geen standbeeldje over voor Truus van Lier. Omdat het gevoelig lag dat de NSB hier haar hoofdkwartier had, aan de Maliebaan? Omdat Truus lid was van de Amsterdamse studentenverzetsgroep CS-6? Die pleegde van alle verzetsgroepen de meeste aanslagen. De leden waren zeer links tot min of meer communistisch, geen pre, na de oorlog. En vrouwen waren er volkomen gelijkwaardig aan mannen.

Dan, 61 jaar later, komt een latinist met de naam Tommie Hendriks vlak bij het Utrechtse Willemsplantsoen wonen. Waar Truus op Kerlen heeft staan wachten. Tommie Hendriks weet dat, zijn Utrechtse grootouders hadden zelf onderduikers. Hij besluit dat er nu eindelijk iets moet gebeuren: Tommie plant haar naam in de grond. Tientallen narcissenbollen stopt hij in de aarde. En veertien jaar lang verzorgt Tommie die bollen, ieder najaar steekt hij ze zorgzaam uit, vervangt hij de uitgebloeide door nieuwe, ruimt hij rommel op. Veertien jaar, net als je de lente wel uit de takken zou willen slaan, brengt hij haar naam tot leven.

TRUUS. Beeld Jim Terlingen
Truus van Lier. Beeld Utrechts Archief

TRUUS

Steeds meer Utrechters vertellen elkaar in de lente wie ze is, geroerd door Tommies bloemenschreeuw. Ik ben er zelf toen ook meteen naartoe gefietst en heb ademloos staan kijken.

TRUUS

Hoe krachtig en lief een oorlogsmonument kan zijn. Dus ik zoek contact met Tommie Hendriks (75), die vorig jaar een opvolger zocht, omdat hij vond dat hij te oud werd. Tommie Hendriks antwoordt per e-mail: ‘Tot mijn spijt moet ik van een onderhoud met u afzien. (…) Salutem.’

Hij vertrouwt de ‘mainstream media’ niet meer, schrijft hij nog. Waarom precies, blijft ook na aandringen onduidelijk.

Zijn opvolger heet Frank de Munnik. Frank is docent cultuurhistorie aan het Utrechts Conservatorium, waar we afspreken. Hij nam al langer studenten mee naar het bloemenmonument en zag dan hoeveel indruk het maakte. Frank wilde al meer over Truus van Lier uitzoeken. Dus toen hij las dat Tommie iemand zocht, heeft hij hem nog diezelfde dag een sollicitatiebrief geschreven. ‘Tommie reageerde niet. Toen ben ik langs zijn huis gefietst.’ Tommie deed open, Frank zei: ‘Ik ben je opvolger.’ Maar hij wist niets van narcissen, dus Tommie Hendriks leerde hem hoe hij de bollen moest steken.

Frank de Munnik. Beeld Foto MO

Nu verzorgt Frank de bloemen, vist hij de rommel uit het plantsoen. Franks vriend Harry Veenstra bouwde een website over Truus van Lier. En Frank begon een eigen onderzoek. ‘Tommie heeft ook al veel over haar uitgezocht. Waar hij graag met me over wilde praten: hoe kranig en overtuigd zij was.’

Truus van Lier, vertelt Frank, groeide nota bene op in de buurt waar ik nu woon. Zij in het chique deel, de Prins Hendriklaan, vlak naast het beroemde Rietveld-Schröderhuis. Haar vader, advocaat, was Joods. Haar neef Bertus, dirigent en eveneens docent aan het conservatorium, was medeoprichter van het Comité van Waakzaamheid. Nicht Trui begon hier in de Prins Hendriklaan de crèche Kindjeshaven en bracht zo honderdvijftig Joodse kinderen in veiligheid. Trui overleefde de oorlog. Als dank kreeg ze een navordering van de belastingen op de crèche. Pas vijftig jaar later heeft de burgemeester van Utrecht officieel excuses aangeboden en is die 30 duizend gulden terugbetaald.

Inmiddels heeft Truus ook een straatje met haar naam. Dit straatje is nauwelijks te geloven. Heet zonder gêne de ‘Truus van Lierlaan’. Is waarschijnlijk het lelijkste straatje van Utrecht. Min of meer doodlopend, tussen twee enorme, kale parkeerplaatsen. In deze prachtige stad.

Ook Frank heeft dus een missie. Hij hoopt bijvoorbeeld dat schooltuinen ooit eigen Truusjes zullen planten. En dan maar vertellen: ‘Geschiedenis is een labyrint van mogelijkheden.’ Er is nog zoveel te herdenken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.