ColumnMarcia Luyten

In de koloniale context was niet alles per definitie fout

Aan de poort van mijn huis in Kigali verscheen zo eens per maand Hervas, een lange Congolees met altijd over zijn schouder een zware zak. Op het terras bracht hij met een Primus-biertje het laatste nieuws uit Goma, onderwijl zijn waar uitstallend. Hervas was kunsthandelaar. In de binnenlanden van Congo trok hij verschillende stammen langs en kocht er de maskers en beelden die hij verkocht aan witte expats in Rwanda. Een goede vriend had hem ons aanbevolen. Er was een hoop troep op de markt, maar Hervas verkocht echt antiek. En zo bezit ik bakken met prachtige beelden en maskers van de Songye, Luba en Lega.

Ik las het rapport over kunst uit de voormalige koloniën die moet worden teruggegeven en dacht ook even aan de kisten in de kelder. Aan mijn… roofkunst?

De koloniale tijd is voorbij, maar de verhoudingen zijn niet altijd echt gelijkwaardig. Geroofd in de zin van gejat heb ik niks. Voor de maskers is in klinkende dollars fors betaald. Maar het rapport dat onder leiding van Lilian Gonçalves-Ho Kang You is geschreven voor de minister van Cultuur maakt dat onderscheid niet. Gekocht kan nog steeds zijn geroofd.

Het is goed dat de discussie over koloniale roofkunst eindelijk internationaal wordt gevoerd. Naar schatting ruim 90 procent van alle Afrikaanse cultuurstukken bevindt zich buiten het continent in Europese musea. Zoals hoogleraar Didier Houénoudé, kunsthistoricus en directeur van het Museum van Kunst en Ambachten in Benin, maandagavond in het Amsterdamse debatcentrum De Balie zei: ‘In mijn lessen kunstgeschiedenis over het koninkrijk van Dahomey heb ik niks om te laten zien. Ik mis alle stukken die de grandeur van ons oude koninkrijk illustreren.’ De zogenaamde regalia, objecten die de macht en waardigheid van een vorst symboliseren, zoals in Nederland de kroon, de scepter en de rijksappel, zijn allemaal meegenomen. Willen studenten in Benin erfstukken zien, moeten ze 6.000 km reizen naar Frankrijk.

Twee jaar geleden kreeg de Franse president Macron op eigen verzoek een advies over roofkunst. In dezelfde lijn adviseert ook de Nederlandse commissie koloniale kunst onvoorwaardelijk terug te geven. Het Rijksmuseum en het Nationaal Museum voor Wereldculturen (Afrika Museum, Rijksmuseum Volkenkunde en Tropenmuseum), in het bezit van honderdduizenden koloniale stukken, onderschrijven dat. Afgelopen jaren waren zij al bereid roofkunst terug te sturen. Verzoeken daartoe bleven alleen uit.

Tot zover alles helder. Dan stuurt de commissie-Gonçalves de discussie naar drassiger grond. Ze geeft twijfelgevallen: een rek lansen dat in 1834 werd geschonken aan de Nederlandse gouverneur-generaal. Een banjo waarvan niet vaststaat dat die in Suriname ‘onvrijwillig is afgestaan’. Een zilveren waterschep die de WIC in Curaçao liet maken door een lokale zilversmid. Objecten die zijn geschonken of gekocht heten hier ‘verworven in een koloniale context’ en zijn verdacht.

Behalve over onrecht en onderdrukking, gaat dit ook om morele zuiverheid. En in zuiverheidsdenken ontstaat al snel een race naar de top. Wanneer ben je zuiver genoeg? In het geval van koloniale geschiedenis alleen wanneer wat er ook maar aan deze periode is verbonden, fout is. Terwijl, zoals alle geschiedenis, ook deze zich eveneens heeft afgespeeld in grijstinten. Er waren cordialiteiten tussen Indonesiërs en Nederlanders. Er waren zilversmeden die een volwaardige opdracht kregen – omdat ze zulk goed werk leverden.

Het heeft iets denigrerends om mensen in gekoloniseerd gebied een betekenisvolle relatie met een Europeaan te ontzeggen. In een ongelijke machtsstructuur kan een gelijkwaardige verhouding ontstaan, is een oprecht gebaar niet onmogelijk. Het geven van cadeaus, een geschenk om iemand gunstig te stemmen, is van alle tijden. In de koloniale context was niet alles per definitie fout.

Als alles goed was gegaan, had ik nu lelijk met die Congolese maskers in mijn maag gezeten. Maar ook hier: veel grijstinten. De vriend die Hervas introduceerde, had zelf serieus geld in Congolese kunst gestoken, zijn appeltje voor de dorst. In Nederland nodigde hij een kenner uit om de collectie te taxeren. De maskers, beelden en bakjes bleken van het betere namaak. Hadden een tijd in de grond gelegen voor het nodige verweren. In plaats van roofkunst bezit ik bakken vol replica’s. Karma. En toch ook niet gek gehandeld door het Congolese kunstgebeuren. 

Marcia Luyten is journalist en schrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden