Opinie Sociale ongelijkheid

In de ene wijk meer huiselijk geweld of schulden? Door data-analyse kunnen we sociale ongelijkheid oplossen

Data-analyse levert de bouwstenen voor sociaal beleid - maar werpt ook ethische vragen op, betogen jeugd- en opvoedhulp Levi van Dam en Arjan de Jager, programmamanager Garage2020.

Rookruimte in een kinderspeelparadijs. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Afgelopen zondag liep een van ons met zijn vriendin door onze wijk. Ineens viel ons een verschil op in straatbeeld: kleine huizen, smalle straten, geen bomen en in de voortuinen partytenten in plaats van struiken. We bevonden ons in het hart van het arbeidersdeel van de woonwijk. De tweedeling tussen hoog en laag opgeleid is netjes gemarkeerd met een doorgaande weg. Je moet wachten op het stoplicht, om veilig de oversteek te maken.

Zorgbehoefte in kaart brengen

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) adviseerde eind augustus dat het effectiever is om het gezondheidspotentieel te vergroten dan het gezondheidsverschil te verkleinen. Hoogopgeleiden profiteren meer van preventie dan laagopgeleiden. Neem bijvoorbeeld roken: als samenleving zijn we minder gaan roken. Maar, bij de hoogopgeleiden is er een afname te zien van 17 procent, bij de lager opgeleiden is dit 11 procent. Terwijl de hoogopgeleiden praktisch gezien aan hun gezondheidsplafond zitten, spelen bij laagopgeleiden allerlei andere ongezonde omgevingsfactoren mee op de achtergrond. Bijvoorbeeld voortdurende stress als gevolg van schulden of angst vanwege aanhoudend huiselijk geweld. De WRR adviseert om het preventiebeleid te richten op mensen met de grootste gezondheidsachterstand, zoals diegene met een lage sociaaleconomische status, omdat daar het grootste gezondheidspotentieel te behalen is. Dat klinkt aannemelijk, maar hoe weten we waar de mensen met het grootste gezondheidspotentieel zich bevinden?

Door zorgvuldige data-analyse. Het advies van de WRR impliceert namelijk dat we weten bij wie het gezondheidspotentieel het grootst is. En dat klopt, dit weten we ook. In Amsterdam analyseerden we gegevens (beroep, woz-waarde van het huis, eventuele schulden, meldingen van huiselijk geweld, gezinssamenstelling, etc.) van 135 duizend jongeren, 10 procent daarvan ontving jeugdhulp. Deze data-analyse biedt de mogelijkheid op wijk- en schoolniveau huidige en toekomstige zorgbehoeften in kaart brengen, om zo het preventieve aanbod beter af te stemmen op de zorgvraag. Als bijvoorbeeld in de ene wijk meer echtscheiding of depressie voorkomt, dan kun je daar je preventieve aanpak op afstemmen. In Essex (Engeland) wordt al volop geëxperimenteerd met data op wijkniveau om gebieden in kaart te brengen waar kinderen nog niet klaar zijn voor school. Ouders en lokale instellingen mogen vervolgens op basis van deze inzichten meehelpen beslissen hoe het zorggeld wordt verdeeld.

Recht op ongezond gedrag?

Het kan dus, gericht (preventie)budgetten inzetten voor die doelgroepen waar het grootste gezondheidspotentieel bereikt kan worden, maar klinkt dit niet als profilering? Is het ethisch verantwoord om op de ene school te werken met een preventieprogramma en op de andere niet? Welke gegevens mogen worden benut om de groep met het grootste gezondheidspotentieel in kaart te brengen? Mag etniciteit daar bijvoorbeeld in mee worden genomen? En wie mag toegang krijgen tot dit soort inzichten? Als je weet dat er in een bepaalde wijk in 60 procent van de gezinnen huiselijk geweld plaatsvindt, wil je daar dan nog naartoe verhuizen? En als je het recht hebt om je kind niet te vaccineren, hoe staat het dan met het recht op ongezond gedrag?

Het voorstel van de WRR is een radicale (beleids)verschuiving die voor een groot deel gerealiseerd kan worden met slimme data-analyse. Om dit advies een stap verder te brengen hebben we  zorgvuldige  experimenten nodig. En een onafhankelijke groep experts (ethici, data-analisten, psychologen en pedagogen) en ervaringsdeskundigen (ouders en jongeren) die deze experimenten nauwlettend volgen. Het klinkt aannemelijk om de verdeling van publieke middelen te baseren op meer dan een straatbeeld, maar we moeten voorkomen dat data-analyse gezondheidsverschillen alsnog vergroot.

Levi van Dam is Spirit jeugd- & opvoedhulp en buitenpromovendus UvA, Arjan de Jager is programmamanager gemeente Amsterdam. 

Het data-analyse project in Amsterdam is uitgevoerd door innovatiewerkplaats Garage2020 in samenwerking met afdeling Jeugd van de gemeente Amsterdam waarbij voldaan is aan de privacyreglementen wordt eind oktober gepresenteerd op de Dutch Design Week. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden