Column Sarah Sluimer

In de appgroep liet ik een filmpje van Noerejev zien. Niemand leek te weten wie hij was of wilde dat weten

Een hoog voorhoofd. Diepliggende, zijdezachte ogen, een arcadeboog waar je een kilo oogschaduw op kwijt kan. Zware wenkbrauwen die het staren over de poesta wat extra cachet geven. Een trotse, dunne neus, met immer wijd open neusgaten, snuivend naar de volgende prooi. Jukbeenderen waar je makkelijk een rauwe biefstuk mee snijdt.

Een uitstulpende mond, breed, vol, zinnelijk. Een kaak die de scherpe gezichtslijnen trouw complementeert. De nek van een stier. Een lichaam dat bulkt van de kracht, maar met groot gemak de grond verlaat in de zoveelste ijzingwekkende grand jeté. Witte benen, blauwe pompende aderen. Armen waar je boomstammen mee klieft, een borstkas om een kolchoz op te beginnen. Voeten die dat grote lijf dragen in een kronkelend netwerk van spieren, stampend, vederlicht, de tenen knoestig, de hielen raspig.

Op 17 juni 1961 vluchtte hij, danser bij het Kirovballet, op vliegveld Le Bourget in Parijs vanuit de armen van KGB-agenten, die hem vanwege frivool gedrag tijdens een Europese tour naar huis moesten begeleiden, het vrije westen in. Hij zei zelf dat hij daar de grootste sprong in zijn carrière maakte. Anderen beweren dat het zes kalme stappen waren die hem voorgoed van de Sovjet-Unie losrukten.

In de jaren daarna wachtten hysterische massa’s, overal waar hij optrad. Noerejev-mania werd een woord. Ze klapten harder voor hem dan voor Mick Jagger.

Hij danste bij ons Nationale Ballet zijn eerste moderne rollen. De man die gemaakt leek voor de wufte klassiekers bleek ook in het abstracte onnavolgbaar.

Hij was vaak onmogelijk: hautain, agressief. Het ‘oranje stoplicht’ dat in eigen woorden pas na enkele waarschuwingen op rood kwam te staan, brandde in werkelijkheid bij de minste tegenslag al door. Alles werd hem vergeven. De oppergod Zeus mag nu eenmaal een onredelijke klootzak zijn.

Op een dag was hij een oude en excentrieke man met een baret. Om het strammere lijf drapeerde hij steeds meer gekleurde doeken. Hij stierf in 1993 aan aids in Parijs.

Ik moet de laatste weken opeens veel aan hem denken. In een appgroep met vrienden liet ik een filmpje van hem zien en begon over hem te bazelen. Niemand bleek te weten wie hij was of wilde dat weten. Iemand maakte de grap ‘O, is dat niet Herflostan Gahinski, auteur van De Loze Tocht naar de Grafcholera?’ Iemand anders zei dat ik een snob ben.

Dat eerste vind ik grappig en dat laatste is waar, maar toch. Als zelfs voor mijn millennialvrienden superster Noerejev, de populairste en spannendste balletdanser ooit, staat voor vaag, moeilijk en lachwekkend, hoeven de populisten zich geen enkele zorgen te maken om de zo gevreesde linkse elite.

Die vreten zichzelf wel op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden