column Paul Onkenhout

In bijna alle Nederlandse voetbalboeken ontbreekt de fantasie. Daarom zijn ze vaak saai

Hoofdstuk vier van Messi, een onlangs verschenen boek van de Spaanse, of beter gezegd Catalaanse schrijver Jordi Puntí, heet Bijvoeglijke naamwoorden. Dat zie je in een Nederlands voetbalboek nou nooit, een hoofdstuk met zo’n titel. In bijna alle Nederlandse voetbalboeken ontbreekt de fantasie. Daarom zijn ze vaak saai.

In Bijvoeglijke naamwoorden buigt Puntí zich over een verschijnsel dat ik niet kende. Als Lionel Messi weer eens heeft geëxcelleerd schrijven Spaanse sportjournalisten vaak dat hij hun voorraad bijvoeglijke naamwoorden weer eens heeft uitgeput. ‘Ik kan me niet herinneren dat een andere speler eerder zo’n reactie uitlokte, niemand heeft ooit gezegd dat Pelé of Maradona of Cruijff of Di Stéfano het hele woordenboek had opgemaakt.’

Het is een trucje natuurlijk, een manier om de prestaties van Messi te bewieroken. Maar, schrijft Puntí, eigenlijk doet Messi juist het tegenovergestelde: ‘hij creëert en stimuleert taal, hij wakkert ons gevoel voor taal en poëzie aan, inspireert ons om vindingrijkere, minder voor de hand liggende associaties te gebruiken.’

Messi staat vol met dit soort heerlijke zinnen. Het boek is net uit. Uitgeverij Thomas Rap liet het vertalen. Puntí schreef het uit bewondering.

Vorige maand zag ik Diego Maradona, de rauwe documentaire van Asif Kapadia. Na afloop wist ik zeker dat Maradona de beste voetballer uit de geschiedenis was, en niet bijvoorbeeld Cruijff, zoals ik lang geleden dacht, of Messi.

Dat kwam doordat zo genadeloos werd getoond hoe hard en smerig Maradona door tegenstanders werd aangevallen. Hij werd voortdurend geslagen en geschopt. Wrede verdedigers hadden vrij spel. Om de vuigheid te benadrukken, liet Kapadia elke tackle gepaard gaan met een akelig, versterkt geluid.

De pijn van Maradona was tot in de bioscoop voelbaar. Het was een wonder dat hij keer op keer uitblonk. Messi daarentegen krijgt nooit schoppen. De aanvallers genieten tegenwoordig bescherming, ze hebben het veel makkelijker dan in de jaren tachtig en negentig. (Voetbalde Marco van Basten maar nu, en niet toen.)

In zijn column in de Volkskrant voerde Peter Buwalda vorige maand nog een argument aan voor de stelling dat Maradona de beste van de twee was. Messi doet nooit iets alleen, schreef hij. ‘Hij heeft peperdure hulpsinterklazen. De spelers rondom Maradona, of ze nu bij Napoli liepen, of in het nationale elftal, waren matig tot ondermaats.’

Dat klopt niet helemaal, Maradona had goede knechten, maar die van Messi zijn beter, zoals een foto van hem en Frenkie de Jong deze week onderstreepte. De foto ging dinsdag rond. Toen Messi na een uur inviel in de Champions League-wedstrijd tegen Borussia Dortmund, werd hij bij het omdoen van zijn  aanvoerdersband geholpen door De Jong – een peperdure hulpsinterklaas.

De vraag wie de beste is, is irrelevant. Je kunt er ook alle kanten mee op. Er is altijd wel een argument dat voor je eigen voorkeur geschikt is. Toch worden deze vragen in de sport voortdurend gesteld. Ook Puntí ontkomt er niet aan. Hij vindt Messi de beste voetballer uit de geschiedenis en probeert daar in zijn boek het bewijs voor te leveren. 

Het gaat hem aardig af. Hoofdstuk twaalf heet Maradona en begint zo: ‘Ik vraag me weleens af wanneer Maradona zich realiseerde dat Messi beter was dan hij, als hij zich dat tenminste ooit heeft gerealiseerd.’ 

Met instemming citeert Puntí een Argentijnse schrijver, Patricio Pron, die schreef dat de vergelijking tussen zijn twee landgenoten ‘onmogelijk en onwenselijk’ is. Vervolgens legt Pron uit waarom Maradona in Argentinië nog steeds zo geliefd is, ondanks alles. Het is veel meer dan alleen die wereldtitel, in 1986.

‘Wij Argentijnen houden van Maradona, omdat al zijn excessen, ongelukken en struikelpartijen een weerspiegeling van onszelf zijn, of van wat we graag willen geloven: dat het hebben van talent tot de ondergang leidt en dat het dus beter is om geen moeite te doen.’

Dat maakt Maradona natuurlijk niet tot een betere voetballer dan Messi, de brave borst. Het geeft hem in deze eeuwigdurende verkiezing wel een lichte voorsprong.

Columnist Peter Buwalda keek ook naar de documentaire van Asif Kapadia over Diego Maradona. Hij schreef er deze column over. ‘Ik zat te genieten. De schrale ruwheid van Napels in het midden van de jaren tachtig. De maffia erbij, de verafgoding, de coke, de gestage neergang.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden