In Berkeley

Op de universiteit van California in Berkeley zijn bijna alle studenten zonen en dochters van Aziatische immigranten en hun mooie donkere huidskleur valt direct op.

En jij, die uit Nederland komt, denkt meteen: waar zijn de oorspronkelijke Amerikanen? Het antwoord is: dat zijn de Amerikanen.

Gisteren tijdens een hoorcollege heb ik aan zo’n dertig studenten met een donkere huidskleur hun namen gevraagd en genoteerd: Yanan, Lila, Vanessa, Mikael, Imran, Rastin, Kirajit, Shumoni, Alyssa, Bethlehem, Marv, Daniel, Sheila, Ambreen, Mao, Rami, Naomi, Niveen, Walaa, Shirin, Chen, Cheng, Sina, Fabini, Shirin, Kate.

De klas was benieuwd waarom ik de namen van sommige studenten noteerde, maar de namen van anderen niet. Ze zouden nooit kunnen begrijpen dat huidskleur en afkomst in Nederland een ‘issue’ kunnen zijn. Hier, op de universiteit, durft niemand aan een student te vragen waar zijn of haar ouders vandaan komen, welke taal ze thuis spreken, welke religie ze beleven en of ze soms teruggaan naar hun vaderland. Niemand veroorlooft zich om de volgende grove opmerking te maken: ‘Oh, wat spreek je goed Engels. Hoe lang woon je al hier in Amerika?’

Dat doen wij in Nederland. In de 21ste eeuw zijn we in dit land nog altijd bezig met achterlijke termen als allochtoon en autochtoon. Pas twee maanden geleden hebben we een stap vooruit gezet en proberen we het woord ‘nieuwkomers’ te gebruiken.
Europa is oud geworden. Europa interesseert de studenten niet meer, ze zien hun toekomst daar niet liggen.

De Europeanen kunnen niet meer een iPhone of iPad ontwikkelen, of iets als internet bedenken. Een Europeaan kan het niet meer in zijn hoofd halen om een wandeling op Mars te gaan maken. Europa is bang en reactief geworden. Europeanen geloven niet meer in hun eigen kracht. Ook kunnen ze niet in de kracht van hun immigranten geloven.
Nederland kan het niet, Duitsland, Frankrijk, België en Denemarken kunnen het ook niet.

Denemarken is nog in staat om enkele cartoons te maken.
Nederland kan types als Geert Wilders produceren.

We hebben in Nederland een zware rem op de zonen en dochters van de immigranten gezet, waardoor ze hun talent en hun kracht niet volledig kunnen gebruiken. Nederland beledigt onze eerste, tweede en derde generatie immigranten.

Dat besef ik nu, nu ik overal de Turkse, Marokkaanse, Iraanse, Chinese, Filippijnse, Indische, Indonesische, Afghaanse en Irakese studenten op de belangrijkste Amerikaanse universiteiten ontmoet heb en met hen gepraat heb.

Maar ik heb goed nieuws. De zonen en dochters van de immigranten werken hard, om Nederland mooier te maken dan het is. Ze denken aan topfuncties bij Shell, Philips en Heineken en ze zullen binnen vijftien jaar als ministers van Buitenlandse Zaken, Financiën, Binnenlandse Zaken en Justitie optreden. De tijd van Balkenende is voorbij, de tijd van Geert Wilders is al decennia voorbij. Ik ken enkele jonge slimme immigranten met een donkere huidskleur die hun vizier hebben gericht op het Torentje.

In die sfeer gaat Kader Abdolah het Boekenweekgeschenk 2011 schrijven.
Hij is vereerd en wil het mooiste Boekenweekgeschenk ooit schrijven.
Hij ziet het als zijn plicht en hij gelooft in Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden