ColumnLoes Reijmer

In 31 jaar internet is origineel zijn er niet makkelijker op geworden

Donderdag was de 31ste verjaardag van het internet en om onbegrijpelijke redenen werd dat alom gevierd. Of nou ja, er werd in ieder geval bij stilgestaan, wat best gek is, aangezien mensen en media van ronde getallen houden. Een 30ste verjaardag vier je, desnoods jankend onder een dekbed met een zak Bugles en een tube Danish Chef om het afscheid van de jeugd nostalgisch-calorisch te compenseren. Je 31ste verjaardag vergeet je.

Die 31 jaar zal wel weer een internetdingetje zijn, dacht ik nog. Een nerdgrapje dat ik niet begrijp. Maar nee, er was geen inhoudelijke aanleiding om stil te staan bij het malle getal, behalve dan dat het internet best belangrijk is, zoals u misschien wel weet. (Zeker in deze corona-tijden, maar daarover meer op andere plekken in deze krant.) 

NRC publiceerde zaterdag een fijn stuk van Freek Schravesande over de Nederlandse pioniers, de mensen die als een van de eersten een account hadden bij XS4ALL en derhalve al hun hele online leven uit elkaar knallen van trots bij het noemen van hun mailadres: ‘Kees@XS4ALL.nl. Inderdaad, u hoort het goed, ja, ik was er vroeg bij.’ Het artikel ging over de idealen van toen, en het veelkoppige maar onmisbare monster dat het internet geworden is.

Zelf werd ik al op jonge leeftijd met de snoeiharde kant ervan geconfronteerd, sterker nog, het gebeurde toen ik voor het eerst een mailadres probeerde aan te maken. Ik was veel later dan Kees, want we hadden thuis geen geld en dus geen computer en dus ook geen internetaansluiting.

In de mediatheek van de middelbare school zou ik mijn eerste Hotmail-account gaan openen en ik herinner me nog de opwinding die ik voelde de avond ervoor. Als puber wist ik dat het van levensbelang was een goede naam te kiezen. Mijn mailadres moest origineel zijn, stoer en grappig klinken en bovenal de indruk wekken dat we hier met een vrouw van de wereld te maken hadden, ook al was ik een 14-jarig alto-meisje uit Oss. Ik wikte, woog en nam een besluit. De volgende ochtend haalde ik diep adem en tikte ‘Cornflakegirl’ in op Hotmail.com, naar het liedje van Tori Amos, de roodharige zangeres van wie ik dacht dat ze me heel goed begreep, hoewel ik eigenlijk niet precies wist waarover ze zong.

‘Cornflakegirl bestaat al’, zei Hotmail toen. ‘De eerstvolgende optie is Cornflakegirl58. Wilt u die?’

Het valt niet mee om origineel te zijn op internet, leerden mijn 57 voorgangers me toen al. En in de twee decennia die volgden is het alleen maar lastiger geworden. Iedereen een eigen stem, onbeperkte mogelijkheden tot zelfexpressie, een bodemloze put aan creativiteit – dat waren de beloften. En nu leven we in precies dezelfde Pinterest-interieurs met Pinterest-banken en Pinterest-Ikea-keukenhacks. Over de hele wereld zien restaurants, cafés en koffietenten er precies hetzelfde uit, zodat de moderne, reizende klasse zich er direct thuis voelt. Met dank aan fillers en filters hebben jonge vrouwen precies dezelfde volle, gebogen wenkbrauwen, hoge jukbeenderen en dikke lippen, een stijl die inmiddels bekendstaat als ‘het Instagram-gezicht’. ‘Als algoritmen bepalen welke content we zien’, schreef The Guardian ooit, ‘dan leren we hetzelfde te willen.’

Vandaag googlede ik eindelijk waar het liedje Cornflakegirl over gaat – daar is het 31-jarige feestvarken immers wel heel geschikt voor. Tori Amos refereerde aan de samenstelling van een doos ontbijtgranen, meldde Wikipedia, waarin het altijd hard zoeken is naar rozijnen in een zee van saaie, identieke cornflakes. Amos zong over meisjes, maar plots hoorde ik er profetische woorden over het internet in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden