Imperiale glans Groot-Brittanië is definitief verdwenen

Beeld AFP

Volgens de Britse historicus Arnold Toynbee hebben de grote rijken in de wereld ongeveer een eeuw nodig om op te staan en neemt hun aftakeling nog eens ongeveer een eeuw in beslag. In het geval van Groot-Brittannië zou dat kunnen kloppen. Beleefde het zijn hoogtijdagen vlak voor de Eerste Wereldoorlog, dan is het nu aanbeland op een dieptepunt. Dat is niet eens het gevolg van de Brexit. De aftakeling was reeds veel langer zichtbaar. Als de Brexit na de verkiezingen doorgaat, zal het verval versnellen tot op het punt dat zelfs de eenheid van het land bedreigd wordt.

Ik maak die analyse niet vanuit rancune. Het is het goed recht van de Britten hun lot in eigen handen te nemen en zij hebben in de loop van de geschiedenis een cruciale rol gespeeld op het Europese continent. Het Verenigd Koninkrijk kan bogen op een grote culturele rijkdom en een sterke politieke traditie. Het kantelpunt voor de Britten was WO II, waarna de Amerikanen het economische leiderschap overnamen, de dollar de positie van het pond als internationale reservemunt overnam en de Britten hun dominantie op zee geheel verloren. Londen werd een schelp: veel praal, protocol en prestige aan de buitenkant en week vanbinnen.

Economisch denderde het land bergaf. Lange tijd stelde de Britse regering goed economisch beleid gelijk aan het aantrekken van Russisch, Chinees en Arabisch kapitaal naar Londen. De financiële sector en de vastgoedsector in Londen boomden, maar de economie elders in het land stagneerde, zag haar industrie verzwakken en werd steeds afhankelijker van overheidsuitgaven. De buitenlandse schuld van de overheid loopt jaarlijks op met gemiddeld 80 miljard euro. De Britten hebben een aanzienlijk handelstekort, goed voor 2,5 procent van het bbp. Het is groter dan dat van Frankrijk. Het pond daalde fors in waarde waardoor de koopkracht van de Britten een knauw kreeg.

Dankzij het goedkope pond is er enig herstel in de maakindustrie, maar veel is het niet. Problematisch is dat de Britten minder uitgeven aan innovatie, zodat de competitiviteit van de Britse economie wordt ondermijnd. Besteden de Britten 546 euro per hoofd aan onderzoek en ontwikkeling, in Frankrijk is dat 680 euro, in Duitsland 900. Door de Brexit zullen de transactiekosten voor handelaren opnieuw oplopen en dat is nu eenmaal veel moeilijker op te vangen voor een markt van 65 miljoen consumenten dan voor de overblijvende Europese interne markt van 440 miljoen.

Door het gebrek aan intrinsieke concurrentiekracht zal er niet veel anders opzitten dan nog meer devaluatie: de munt verder naar beneden halen, de lonen laten zaken en de belastingen beperken. Dit dreigt ten koste te gaan van de binnenlandse stabiliteit. Het wordt bijna onvermijdelijk dat bijvoorbeeld Schotland, iets socialer georiënteerd dan het zuiden, zo'n devaluatie gaat betwisten. Na de Brexit zal vooral de economische realiteit leiden tot politieke fragmentatie. 'De vraag is wat ons nog bindt. Het verschil tussen Schotland en Londen is voor veel mensen stilaan groter dan dat tussen Schotland en Nederland', stelde politicus John Kerr recentelijk.

Dan hebben we het nog niet over de strategische schade. Wendbaarheid is het argument waarmee conservatieve politici de Brexit hebben verdedigd: Londen heeft meer autonomie nodig om zijn belangen te verdedigen. Nu zijn de Britten misschien nog nuttig in een Amerikaanse strategie die uit is op economische confrontatie met Europa, maar overleeft die relevantie de volgende Amerikaanse presidentsverkiezing? Wat is het nut van Londen voor pakweg de Chinezen als het minder invloed heeft op de Europese besluitvorming? Opnieuw spelen de transactiekosten mee. Het Britse budget voor diplomatie is minder dan de helft van wat Frankrijk uitgeeft en de Britten staan voor gigantische uitgaven alleen al om de Brexit-onderhandelingen te voeren en nadien wellicht om over dozijnen andere akkoorden te onderhandelen.

De Britse diplomatie loopt op haar tandvlees. Dat geldt ook voor het leger. De Britse strijdkrachten zijn een onmisbaar onderdeel van de Navo. In tegenstelling tot Frankrijk en Duitsland heeft Londen echter weinig andere geopolitieke prioriteiten dan het achternalopen van Washington. Wat zullen de Britten nog betekenen? Ze geven flink meer uit aan defensie, maar zetten minder soldaten in dan Frankrijk en besteden in vergelijking ook minder aan wapensystemen. Een recent bezoek aan Portsmouth, eens een grootse marinehaven en nu een roesthoop, was voor mij een pijnlijke confrontatie met de grenzen van de Britse militaire macht. De imperiale glans is definitief verdwenen en het dreigt alleen maar erger te worden.

Jonathan Holslag is docent internationale politiek aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij heeft hier een wisselcolumn met Paul Brill.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.