Imam Fawaz vs. Ahmed Marcouch

In een open brief beklaagde Ahmed Marcouch zich bij imam Fawaz Jneid omdat die moslimbestuurders in een niet-islamitische staat zou veroordelen. Een bevlogen correspondentie volgde. ‘Onder het begrip vrijheid in de islam verstaan wij slechts datgene wat Allah voor ons heeft toegestaan.’

Beste Ahmed Marcouch,

Uw uitspraken over de islam geven blijk van een grote mate van onbekendheid met het geloof waarmee u zich tooit. Allereerst stelt u dat ‘De Koran geen kledingvoorschriften en speciale haardrachten voorschrijft’. Maar dan beperkt u zich tot de Koran, in de authentieke overleveringen droeg de Profeet (vrede zij met hem) de moslimmannen op: ‘Knipt de snorren bij en laat de baarden met rust!’

Ook voor het inkorten van de kleding beroepen wij ons op de uitspraken van onze en uw geliefde leermeester Mohammed (vrede zij met hem). Uit zijn gezegende mond kwamen de volgende woorden: ‘Het gedeelte onder de enkels dat bedekt wordt door het gewaad zal (op de Dag der Opstanding) bestraft worden met het Vuur.’

Ukunt ons toch niet vertellen dat de woorden van onze Profeet aangemerkt kunnen worden als ‘futiel’? Over een andere door u vermeende futiliteit, namelijk de kwestie van het schudden van de handen, zei de Profeet (vrede zij met hem) volgens overleveringen: ‘Dat iemand van jullie met een ijzeren staaf in zijn hoofd wordt doorboord, is beter voor hem dan dat hij een vrouw aanraakt die niet toegestaan voor hem is.’

Uw brief getuigt van een ongezonde minachting voor het imamschap. U zegt: ‘U en ik zien beiden de problemen met huiselijk geweld, criminaliteit, alcoholgebruik, gokken en drugs. Voor u stopt het daarmee, voor mij begint hier mijn inzet.’

Wat voor een marginale rol heeft u toch overgelaten voor de moslimvoorgangers? Wellicht moet u zich in één van de buurtmoskeeën goed laten informeren over de rol van de imam in de strijd tegen de door u aangekaarte zaken. Dag in dag uit wordt er niets anders gedaan dan de mensen aan te sporen tot het goede en het bestrijden van het slechte.

U beweert een kenner te zijn van de Koran, maar het is voor iedere beginnende moslim overduidelijk dat de door u gedane uitspraken dit niet onderbouwen. U weet namelijk niet dat er een wereld van verschil zit tussen hypocrisie in daden en hypocrisie in overtuiging. Dat een persoon symptomen van hypocrisie vertoont, maakt hem nog geen hypocriet. Dus niet eenieder die zich schuldig maakt aan liegen en bedriegen hoeft per se een hypocriet te zijn.

Als het gaat om (delinquente) Marokkaanse jongeren, willen wij u graag vertellen dat wij noch de imam achteloos zijn voor deze groep. Integendeel, onze corrigerende aanpak heeft meer vruchten afgeworpen dan de heersende provocerende, tijdrovende en geldverslindende aanpak die deze fragiele en kritische groep alleen maar verder drijft in een perspectiefloos isolement en afkeer jegens de maatschappij.

Wij kunnen ons goed in hun situatie inleven en bieden hun ook de geloofsgebonden oplossingen waar zij naar zoeken, namelijk rust, stabiliteit en standvastigheid.

Wij zullen u niet als moslimleider beschouwen, maar als een bestuurder die opkomt voor de belangen van zijn stadsdeel. Ons verzoek is u niet te mengen in theologische kwesties waar u geen of weinig kennis van heeft en vooral geen uitspraken te doen die theologisch incorrect zijn.

Met vriendelijke groet,


Team Al-Yaqeen.nl
webredactie van de Haagse as-Soonah moskee, van Imam Fawaz

\\"marcouch_300_01\\"

Geachte heer Fawaz,

U scheert langs mijn boodschap. Die luidt: eerst de geest, dan de vorm. Uiterlijke vormelijkheden als baarden, hoge broeken en hoofddoeken zijn lang niet zo belangrijk als de geestelijke opdracht om rechtvaardig en redelijk te zijn, onrecht te bestrijden, zichzelf te vormen.

Het eerste gebod van de islam luidt: Leer! En dat is nou net waar ik mij hard voor maak. Ik heb geen boodschap aan blinde etnische solidariteit. Ik ben solidair met het recht tegen het onrecht. Een dief is een dief, radicaal is radicaal, moslim of niet.

Wat ik u verwijt, is dat u veel jongeren onthoudt zelfstandig te denken en keuzes te leren maken. Uw beweging is sektarisch te noemen. De boodschap van de islam is er een van evenwichtigheid, vrijheid van het individu, verantwoordelijkheid nemen en daar persoonlijk verantwoording voor afleggen.

Die zaken kunt u niet van de mensen overnemen. Onze rechtsstaat maakt het u mogelijk hier te zijn en toegelaten te worden tot het Nederlanderschap, maar waar blijft uw burgerschapszin, u probeert een staat binnen de staat te creëren, u profiteert van het Nederlandse recht, maar komt u er ook voor op, en draagt u dat duidelijk en helder uit.

U noemt mij nu geen hypocriet, u vindt nu dat ik hypocriete symptomen heb, zoals liegen, bedriegen en beloftes niet nakomen. Jammer! Zullen wij dit type oordelen achterwege laten? Het is zó onfatsoenlijk en zó helemaal níet aan u!

Ik schrijf als bestuurder – een bestuurder die persoonlijk ook bewogen wordt door de islam en die religieuze tekenen een plaats gunt, ook in het publieke leven. Maar als puntje bij paaltje komt, is werken en onderwijs veel belangrijker dan baard en korte broek, want: eerst de geest, dan de vorm.

Prachtig dat u delinquente Marokkaanse jongeren via de theologische invalshoek benadert. Als ik u kan bewegen tot de volgende stap, hen begeleiden tot autonome moslims die zelf nadenken, is deze brief mijn inzet dubbel en dwars waard. Immers, ook voor Allah zijn mensen individueel verantwoordelijk voor hun eigen daden.

Hoogachtend,

Ahmed Marcouch

Broeder Marcouch,

De moslimgemeenschap in Nederland verwacht dat u, gezien uw positie binnen de Nederlandse overheid, zich gaat inzetten voor hun rechten. Die rechten worden bijwijlen geschonden op scholen, werkplaatsen en zelfs in openbare ruimten, zoals ziekenhuizen, zelfs wanneer het gaat om basisrechten zoals het dragen van de hoofddoek en het verrichten van het gebed.

Zij worden bijvoorbeeld gedwongen hun hoofddoeken af te doen gedurende de gymnastieklessen en deel te nemen aan de zwemlessen in mannelijke aanwezigheid, wetende dat die zaken in tegenstrijd zijn met hun geloofsovertuiging. Vandaar dat veel moslims het gevoel hebben dat u als instrument wordt gebruikt om de moslims te doen wennen aan een soort assimilatie waarmee hun culturele erfgoed wordt bedreigd.
Wat betreft uw gepretendeerde ontreddering wegens de door mij uitgesproken vervloeking jegens Hirsi Ali, moet ik u eerlijk zeggen dat dat mijn grote verbazing heeft gewekt. Vooral omdat Hirsi Ali openlijk en op een schaamteloze manier Allah en Zijn Boek in haar film Submission heeft gelasterd en Zijn Profeet (vrede zij met hem) in de kranten op een onbeschofte wijze heeft uitgescholden. Allah zegt immers (interpretatie van de betekenis): ‘Voorwaar, degenen die Allah en Zijn Boodschapper beledigen: Allah zal hen vervloeken in deze wereld en in het Hiernamaals en Hij zal voor hen een vernederende bestraffing bereiden.’

Ik laak uw diensten, in welke overheidsinstantie dan ook, zeker niet. Mijn kritiek slaat slechts op uw uitlatingen en uw onbillijke aanval op hen die u betitelt met ‘radicale imams’. Door uw nadruk op het plegen van huiselijk geweld in de naam van de islam, komt u over als iemand die de beschuldigingen van de haatdragers jegens de islam, zoals Hirsi Ali en haar kornuiten, opzettelijk herhaalt.

U weet toch goed dat dit soort geweld in de meeste gevallen gebaseerd is op ouderwetse gewoonten die uit de heersende onwetendheid voortvloeien? U komt duidelijk over als iemand die een aantal maatschappelijke problemen relateert aan de islam, net zoals Hirsi Ali en haar kornuiten dat deden en nog doen.

Ook hebt u getracht de moslims aan te zetten tot het tegenwerken van de imams die u als radicaal hebt bestempeld. Maar kunt u ons ook vertellen wat u onder radicaal verstaat? Naast uw opruiende betoog hebt u tevens iemand als Wilders, die de oorlog heeft verklaard aan de Koran en de islam, gelijkgesteld aan deze (volgens u) radicale imams. Is het u ontgaan dat u twee zaken met elkaar in verband brengt, die door Allah als tegenpolen gezien worden?

Bent u er niet bang voor om tot diegenen gerekend te worden, waarover de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: ‘Voorwaar, de dienaar spreekt een woord waarmee hij Allah boos maakt. Dit terwijl hij hier geen aandacht aan schonk en hierdoor in de Hel zal worden gestort.’

Bovendien is de manier waarop u het vrije denken, vrijheid van meningsuiting en gelijkheid tussen man en vrouw ter sprake brengt in de aanwezigheid van moslimjongeren en andersdenkenden mij opgevallen. Daar waar sommigen zich enkel op de rede en filosofie beroepen, zijn wij juist opgedragen rekening te houden met de autoriteit van de onfeilbare openbaring.

Onder het begrip vrijheid in de islam verstaan wij slechts datgene wat Allah voor ons heeft toegestaan. De zaken die daarentegen als haram zijn aangemerkt, kunnen wat de islam betreft niet onder de noemer ‘vrijheid’ geschaard worden.

De betekenis die de islam toekent aan voornoemde zaken is niet gelijk aan de invulling die men ons probeert op te leggen. Van ons wordt verwacht dat wij een houding aannemen die ontdaan is van alle religieuze beperkingen, zodat de moslim zelfs het lef moet tonen zich schuldig te maken aan godslastering, het beledigen van de profeten, het aangaan van alle vormen van seksuele betrekkingen, enzovoort.

De moslimjongeren die u oproept ‘uit de kast te komen’ moeten weten op welke gronden uw oproep berust. Daarom vragen wij u duidelijk aan te geven of de definitie die u hanteert in uw beleid aangaande vrijheid van meningsuiting, het vrije denken, gelijkheid tussen man en vrouw en vrijheid in het algemeen, gebaseerd is op een islamitisch referentiekader.

Zodra u duidelijk maakt er een islamitische visie op na te houden, is het misverstand wat ons betreft opgelost. Of betracht u juist het filosofische denken te ondersteunen en uzelf de belofte te doen om deze te propageren en te promoten onder de moslims?


Sheich Fawaz Jneid

Beste Fawaz,

Terug naar de kern van onze verschillen. Voor een moslim is onrecht bestrijden, onderwijs volgen, werken en zorgen voor de naaste belangrijker dan kleding, haardracht en wijze van groeten. De geest is belangrijker dan de vorm. Dit staat in schril contrast met uw handelswijze. Als leider van een fatwacommissie beschuldigt u mij van hypocriete daden, via het wereldwijde web, met verwijzing naar de Koran.

Dat is onverantwoord gevaarlijk. Ik stel voor dat u deze misstap herstelt met een publiek excuus. Zo kunnen wij met een schone lei beginnen, ondanks onze fundamentele verschillen. Ik pleit voor een plek van de islam in de Nederlandse samenleving, de beschaving voorziet ook in ruimte voor de orthodoxie, hoewel dat niet mijn stroming is.

Vriendelijke groet,

Ahmed Marcouch

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden