ColumnSylvia Witteman

Ik zwaaide mijn moeder toe door het raam en vertrok weer

Het zou allemaal nog best vol te houden zijn als mijn koffiemachine het niet had begeven. Met gebroken oogjes stond het arme ding in een plas bruin water te sterven. Terwijl ik met mijn linkerhand zijn stekker eruit trok (het is gruwelijk, maar we moeten de elektriciteit sparen voor apparaten die nog wél levensvatbaar zijn) bestelde ik met mijn rechterhand een nieuwe bij een van die verfoeilijke, maar o-zo-handige verzendhuizen.

‘Wat zonde! Kan hij niet gelijmd worden?’, zei huisgenoot P. Gelijmd?! Ik beet hem toe dat ik de dag des oordeels niet tegemoet wil zien met een gelijmde koffiemachine en verliet het huis om mijn oude moeder een Roodkapje-mandje met eten te bezorgen. Zij is 81 en, nou ja, laat ik haar niet ‘graatmager’ noemen, dat staat zo onaardig: frêle, dus.

Onderweg passeerde ik diverse bloemenkramen. Die uitbaters zitten met hun handen in het haar, want op de een of andere manier staat niemands hoofd naar bloemen. ‘Thuis werken? Bloemetje erbij!’, had er één op zijn nering gekalkt. Nou ja, het was beter dan ‘Hamsteren? Bloemetje erbij!’ of ‘Hoesten? Bloemetje erbij!’

Een ander maakte het nog bonter: die had een bordje tussen de narcissen geprikt waarop in krullerige letters stond: ‘Alles komt goed!’ De eigenaresse stond landerig te roken in haar lege kraam; haar as dwarrelde op de tulpen. Ik stapte van mijn fiets en zei wijzend: ‘Geef mij maar zo’n bosje.’ De vrouw begon te stralen alsof ik haar de absolutie had verleend.

‘Het zijn Franse’, zei ze. ‘Kijk maar wat een mooie dikke kopjes ze hebben. Maar het zijn wel zwáre kopjes. Ze moeten in een hoge vaas, want ze groeien nog door. Anders gaan ze hangen, of zelfs breken. En laat ze thuis eerst even een uurtje rustig in hun papiertje staan, want anders...’ ‘Ja, ja, ik snap het’, riep ik haastig. Ik kon er even geen alarmerende waarschuwingen meer bij hebben, zelfs niet over snijbloemen.

Tien minuten later legde ik de bloemen en een tasje levensmiddelen bij mijn oude moeder voor de deur. Ik zwaaide haar toe door het raam en vertrok weer. Ze weet waarom ik niet binnenkom. Vanaf de fiets belde ik haar op. Ze was blij met de bloemen.

‘Het zijn Franse’, zei ik. ‘Kijk maar wat een mooie dikke kopjes ze hebben. Maar het zijn wel zwáre kopjes. Ze moeten in een hoge vaas, want ze groeien nog door. Anders gaan ze hangen, of zelfs breken. En laat ze eerst nog even een uurtje in hun papiertje staan...’

‘Ja’, zei mijn moeder. ‘Ik snap het’.

Alles komt goed. In elk geval met die bloemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden