Column Arthur van Amerongen

Ik zou niet snel een Deense dog nemen, want die kakken drollen groter dan die van een olifant

Neem een Estrela-berghond: dat zijn prima bewakers van eigendommen, met een zeker literair cachet bovendien.

Arthur van Amerongen

Ik chat soms met Loïs, de dochter van Peter Müller. Müller is beter bekend als A.L. Snijders, de uitvinder van het zeer korte verhaal (zkv). Loïs is de buurvrouw van tekenaar Gabriël Kousbroek, maar dat doet hier verder niet ter zake. Zij verklapte mij dat haar pa weer een hond wil. Zijn laatste hond was een Weimaraner genaamd Grijs.

Nou ging Loïs op vakantie naar het noorden van Portugal en adviseerde ik haar daar een cão da Serra da Estrela voor haar ouwe heer aan te schaffen. Estrela-berghonden zijn prima bewakers van kudden en van eigendommen. Bovendien worden ze gefokt in het dorp van Gerrit Komrij en Charles Hofman, en dat geeft zo’n hond toch een zeker literair cachet.

Overigens schreef Snijders in de VPRO-gids dat ik zes honden heb en als een heremiet in een Portugese kalksteengrot woon. Verder schreef hij in die bewuste column dat hij bij de groenteboer aan twee dames vertelde dat ik uit hetzelfde hout ben gesneden als Herman Brusselmans en dat de ouders van Eva Jinek geschokt zijn door mijn taalgebruik, maar dat de hoofdredacteur van de Volkskrant dat juist aanmoedigt omdat ik lezers trek. Enfin.

De voorkeur van Müller gaat uit naar een oudere erfhond, het liefst een kruising van een Rhodesian ridgeback en een Deense dog. Geen kutlikkertje, want daar heeft Müller toch niks aan in de woeste, nog steeds ongekerstende contreien van de Achterhoek.

Ik zou niet snel een Deense dog nemen, want die kakken drollen groter dan die van een olifant. Bij het uitlaten van zo’n monster moet je echt een kruiwagen meenemen. Mijn drie (3) hondjes poepen ook dat het een lust is, maar die keutels kan ik nog redelijk onopvallend onder het struikgewas schoppen – mits de meissies niet aan de racekak zijn.

De Rhodesian ridgeback is meer mijn type hond, al hanteer ik als taalpurist liever de Nederlandse namen pronkrug, rifrug of leeuwhond. Ik zag ze veel in Zuid-Afrika. Tegen mij waren ze poeslief, maar tegen postbodes van kleur gedroegen ze zich beduidend minder vredelievend. 

Het is niet wat je noemt een politiek correct beessie en daarom moest ik denken aan dat zeer korte verhaal van Snijders:

De taal is een hond, je kunt hem laten slapen, je kunt hem rustig op het erf laten lopen, je kunt ermee naar het circus en je kunt er een agressieve vechtersbaas van maken. Maar het is helaas bijna niemand gegeven geen hond te nemen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.