ColumnPeter Buwalda

Ik zou het wel zonder mijn verjaardag kunnen stellen. Ik haat cadeaus, geloof ik

Aan de vriendjes van Jets vriendinnen, in zeker zin mijn schoonvriendjes, kleeft een nadeel – nou ja, het zijn leuke types, ik ben er blij mee, als ze langskomen krijgen ze traktement van me, een rijksdaalder of zo. Wat me zorgelijk stemt, is de ernst waarmee ze de verjaardagen van hun dakjes aanpakken. De afgelopen corona zijn die stuk voor stuk 30 geworden, een ware golf.

(‘Dakje’ is overigens Utrechts voor ‘leuk vriendinnetje’, daar ga ik tenminste al een kwarteeuw vanuit. Ooit stapte ik met Pröpper de kamer van zijn huisgenoot binnen. We stonden een beetje rond te kijken, geen idee waarom. Van de schouw pakte Pröpper een ingelijste foto waarop de student naast een leuk meisje stond. ‘Dat is zijn dakje’, zei Pröpper berustend. Ik knikte. Sindsdien heb ik nooit meer iemand ‘dakje’ horen zeggen. Toch denk ik dat het een courant woord is. Van Dale zwijgt.)

Maar goed, nu gaat het echte dakje, mijne dus, 30 worden. De ‘tweede golf’. In de aanloop naar deze grote dag druppelden foto’s binnen van festiviteiten en cadeaus die de schoonvriendjes hadden ‘geregeld’, een parapluterm voor bakken, beeldhouwen, op poten zetten en geblinddoekt vervoeren naar feestlocaties. Eentje had zelf een juwelenkistje vervaardigd, je zou zweren dat het uit een kistjes­fabriek kwam, zo kundig. Er lag een kettinkje in van een ‘beroemde Rotterdamse juwelier’, met groenblauwe steentjes eraan. Natuurlijk was ik bang dat de brokjes ooit één grote groenblauwe klomp hadden gevormd, liefdeserts dat het duo hand in hand uit een of andere oceaan had opgedoken. Niet naar informeren leek me het beste. ‘Keurig kistje’, zei ik ontspannen, ‘knap hoor. Alles waterpas. De dames boffen maar met zulke vriendjes, laten we hopen dat het geen loverboys zijn, moehaha.’

Werd niet om (mee)gelachen. Tijdens de stilte bekropen me schrikbeelden. Moest ik een watertaxi huren? Dat had er eentje gedaan, begreep ik, de feestelijke opening van wat op een compleet ‘mysterieweekend’ was uitgedraaid. Aha, noteerde ik, meerdaagsheid. En wel met inzet van speciale voertuigen.

De watertaxi had de twee naar een eiland gebracht met een vuurtoren erop. Niet zomaar een eiland dus. Vervulde die vuurtoren een speciale functie, vroeg ik me in stilte af. Misschien was het cadeau erbovenop overhandigd? Beetje makkelijk. Een stroboscopische onthulling leek me origineler, in traag langsscherend licht. Wat ook kon, was het cadeau eraf gooien, aan een kleine parachute. Waarop geborduurd een gedicht.

Ik ben tegen Jehova’s, maar dat kan ook aangeleerd zijn. Ze vieren geen verjaardagen, hoorde je vroeger fluisteren. En als de wereld vergaat, worden ze opgehaald met een ruimtetaxi.

So far, so good. Ik zou het wel zonder mijn verjaardag kunnen stellen. Ik haat cadeaus, geloof ik. Of er blijken stippen op te zitten (sokken), of ze zijn geschreven door een karateleraar (Elvis-boeken).

Maar ja, het zijn langzaam verworven, voortschrijdende inzichten, moet ik toegeven. Toch maar aan de bak, dus. Een poosje had ik een likeurstel van ene Copier op het oog, een beroemde glasblazer. Klonk goed. Een karaf met zes glazen, uit te reiken in Drenthe. Maar waren het geen vingerhoedjes? Toen zag ik een krultang. Ik stelde me foto’s van die tang voor, verstuurd aan de vriendinnen.

Nu gaan we zondag, in Assen, een tennisracket uitzoeken. Hopen maar dat de Perry open is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden