Ik zoek liever niet de fysieke confrontatie met een boze Arabische man

Maar hardlopen in Libanon doet vreemde dingen met je

Beeld Aurora Photos

Toen ik begon met hardlopen in Libanon, ging dat bijna meteen fout. Ik werd beschoten. Verscholen langs de bergweg zat een jager. In mijn gele fluorescerende jack zag ik er blijkbaar uit als een smakelijk stukje wild. De hagelkogels spatten voor mijn voeten in het grind. Dat ik ongedeerd wegkwam, mag een wonder heten.

Gewoon een halfuurtje hardlopen? In Libanon is dat geen sport, maar een les in overleven. Nu, na twee jaar Beiroet, zoek ik nog steeds een plekje waar ik rustig een paar keer per week 5 kilometer kan volmaken. Buiten graag, niet in de sportschool. Maar waar?

Gewoon op straat, tussen het verkeer, is de lucht zo vervuild dat ik er een griezelig kuchje van krijg. De boulevard? Alleen ’s ochtends vroeg, daarna struikel je over de waterpijprokende paartjes. Parken? Zijn hier nauwelijks. Een natuurgebied buiten de stad? Buiten het jachtseizoen dan toch alleen. En met de files ben je daar minstens een ochtend mee kwijt.

Pas onlangs vond ik een geschikte route, vlak bij huis. Althans, dat dacht ik. Naast de jachthaven ligt een strook braakliggend land. Pal langs zee. Autovrij. Verscholen achter een hoge puinwal, die elk verkeersgeluid blokkeert. Rond zonsondergang kleurt de lucht roze boven het water. Een frisse bries verdrijft de smog. Heerlijk. Het kan toch, in Beiroet.

Maar toen was hij daar ineens, vlak nadat de zon onder was.

Een schriel mannetje op een jankende brommer. Op zijn jas het logo van een louche beveiligingsbedrijf. Zulke beveiligingsmannetjes regeren Beiroet als een maffia. Een publiek doel dienen ze zelden. Vaak worden ze ingehuurd door woekeraannemers, die openbare grond inpikken van gewone mensen om er torenflats of strandclubs te bouwen. Dit mannetje ging pal achter me rijden. ‘Wegwezen.’

Nou ben ik een tengere vrouw met een bos blond piekhaar. Normaal zoek ik liever niet de fysieke confrontatie met een boze Arabische man op een godverlaten strook puinland, in het pikdonker. Maar hardlopen in Libanon doet vreemde dingen met je. Ik had het to-taal gehad.

‘Jij gaat weg,’ zei ik. ‘JIJ. Nu. Opschieten.’

Het mannetje reed me achterna, de duisternis in. Ik ging zigzaggend lopen. Op de onverharde grond kukelde hij bijna om. Mooi. Hij stapte af en probeerde naast me te gaan rennen. Zijn hoofd kwam tot mijn kin, zijn dribbelbeentjes hielden me niet bij.

Maar op de terugweg versperde hij me de weg, springend naast zijn brommertje, wijzend naar een paadje richting de bewoonde wereld waarlangs hij wilde dat ik vertrok. Mooi niet dus. Volgens mijn stopwatch moest ik nog 13 minuten en die ging ik volmaken ook. Hier, wel te verstaan. Deze ongewapende dwerg op zijn jankbrommer kon wat mij betreft de zee in.

Ik maakte me zo groot mogelijk, sprintte op hem af en slaakte een oerkreet waarin al mijn frustraties weerklonken over hardlopen in het Midden-Oosten. Hij sprong opzij.

Even later dook hij weer op, als een irritante wesp. Nieuwe poging, nu met woorden. ‘Ik doe alleen mijn werk. Het is avond. Hier is veel gevaar. Voor een vrouw.’ Ha! Arabische logica: de man die me aanhoudend lastigvalt, vertelde nu dat hij dat alleen deed om mij te beschermen. Hoe attent.

Ik keek op mijn horloge. Nog nooit was een half uur hardlopen in dit land zo voorbijgevlogen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.