Column Sylvia Witteman

Ik zette mijn minst angstaanjagende glimlach op, en zei: ‘Wat een prachtige jas is dat. Waar heb je die vandaan?’

Ik ben nogal schuw van aard, maar een enkele keer wint mijn hebzucht het van mijn verlegenheid. Als ik in een winkel, tram of elders in de ‘openbare ruimte’ een wildvreemde vrouw tegenkom die schitterende schoenen draagt, heel lekker ruikt of prachtig haar heeft, waag ik het er wel eens op: ‘Sorry, mag ik wat vragen? Wat voor parfum heb je op? Naar welke kapper ga je? Waar heb je die schoenen gekocht?’

Mijn dapperheid wordt zelden beloond. De heerlijk geurende vrouw in kwestie antwoordde na enig fronsen: ‘Huh? Nee, ik heb geen parfum op. Ik denk dat je mijn wasverzachter ruikt. Die blauwe van het Albert Heijn huismerk.’ De vrouw van de schoenen verklaarde verrast: ‘ O, goh! Ja, ik vind ze zelf ook best gaaf. Die heeft mijn moeder ooit gekocht bij een boetiekje in St. Tropez. Dat zal toch zéker veertig jaar geleden zijn geweest, toen woonde ze daar. Nee, dat boetiekje zal er wel niet meer zijn...’ en de vrouw met het fabuleuze haar bleek het zélf te knippen: ‘Is geen heksentoer hoor, daar kun je zó filmpjes van vinden op YouTube’.

Wegens overstelpend gebrek aan succes had ik al een tijd niemand meer aangesproken op haar begeerlijke tas, kleren of kapsel, maar gisteren zag ik bij de fietsenstalling een vrouw die een jas droeg die ik al jaren zoek. Zachte, soepele schapenvacht, mokkakleurig van buiten, roomblank van binnen, met een brede reverskraag en grote knopen van fraai gevlamd hout.

Ik zette mijn minst angstaanjagende glimlach op, en zei tegen de vrouw: ‘Wat een prachtige jas is dat. Waar heb je die vandaan?’ Ik sloeg mijn ogen neer in afwachting van het stellig teleurstellende antwoord. De jas was ongetwijfeld van zo’n Italiaans kapsonesmerk dat niets groters maakt dan maat 38, of speciaal voor haar genaaid door nijvere Maori’s tijdens een vakantie in Nieuw-Zeeland.

‘O’, zei de vrouw. ‘Nou...hij was van mijn zus...’ Haar bruine ogen glommen. Ze kleurden mooi bij die jas. Zelf was ze ook mooi, een ranke brunette die leek op de zangeres van The Bangles. ‘Mijn zus is dood’, zei ze. ‘Nu bijna twee maanden geleden. 45 was ze.’ Ze beet op haar lip.

‘Ach, Jezus...’, zei ik. ‘Het is eigenlijk nog te warm voor die jas’, hernam ze. ‘Maar ik dacht...nou ja...ik wou...’ Ik knikte, dat ik het begreep. Wat kon ik zeggen? ‘Goh, lullig, maar mag ik even in je kraag kijken welk merk het is?’ Nee. Ik sprak wat obligate troostende woorden, en vijf minuten later zag ik de jas van mijn dromen wegfietsen.

Maar goed, die blauwe wasverzachter ruikt inderdaad erg lekker. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.