Column

Ik zal nog vaak aan Bloeme Evers-Emden terugdenken

Column Elma Drayer

Aan weinig interviews heb ik zo vaak teruggedacht als aan dat met Bloeme Evers-Emden. Afgelopen maandag overleed ze, net 90 jaar oud. Dat zij de leeftijd der zeer, zeer sterken zou bereiken mag op zichzelf een wonder heten. Als pubermeisje overleefde ze ternauwernood onderduik en concentratiekampen; ze was de enige uit het gezin die 'terugkeerde'.

Bloeme Evers-Emden in 2014. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

Na de oorlog trouwde ze, bracht zes kinderen groot, begon alsnog aan een studie psychologie, promoveerde op haar 63ste, schreef boeken en columns, en zette zich onvermoeibaar in voor de Joodse gemeenschap - nou ja, voor wat daarvan over was. Saillant detail: welbewust vermeldde ze altijd haar meisjesnaam. Was die toch niet helemáál door de nazi's uitgewist.

In september 2001 maakten we een afspraak vanwege een reportage die ik wilde schrijven over Sjoel West, een kleine synagoge in de Amsterdamse wijk De Baarsjes. Weliswaar was deze gemeente orthodox van signatuur, maar vrouwen konden er een elders ondenkbare rol spelen - niet het minst, begreep ik, dankzij de kordate Bloeme Evers-Emden, 'moeder' van Sjoel West. Zonder enige terughoudendheid noemde ze zichzelf feministe.

Ongetwijfeld zou in het interview ook het sluimerende antisemitisme ter sprake komen. Jeugdige buurtbewoners, had ik gehoord, wensten de sjoelgangers regelmatig aan het gas. Bovendien had ze me al aan de telefoon laten beloven om de precieze locatie van de synagoge te verzwijgen. Klaarblijkelijk was, decennia na de Holocaust, low profile wederom het devies voor Joodse Amsterdammers.

Het interview verliep heel anders. Of misschien ook wel niet.

Daags voor de afspraak waren er te New York twee vliegtuigen twee torens binnengevlogen, en ook wij raakten daarover niet uitgepraat. Op zeker moment zei ze: 'Dit slaat op ons terug.' En nogmaals, met priemende vinger: 'Dit slaat op ons terug.'

In mijn peilloze onnozelheid snapte ik aanvankelijk niet wat ze bedoelde. De identiteit van de daders was toch bekend? Joden, Israël - ze hadden er toch niks mee te maken? Hoezo zouden de aanslagen op haar en de haren terugslaan?

Niet veel later begreep ik hoezeer zij gelijk had gehad. Wat heet: het werd bijna een wet in de vijftien jaren die volgden.

Na elke nieuwe terreuraanslag van moslim-extremistische zijde - ik ben inmiddels de tel kwijtgeraakt - kon je erop wachten. En meestal zag je het binnen een dag gebeuren. Op miraculeuze wijze wist menigeen het zo te draaien dat Israël minimaal medeschuldig was aan de verschrikkingen die de daders hadden aangericht. Waardoor zij op even miraculeuze wijze tot slachtoffers werden gepromoveerd.

Dat ook Joodse Nederlanders de gevolgen van deze abjecte logica ondervonden - het is genoegzaam bekend. Bloeme Evers-Emden kon het slecht verdragen. Dat de boven ons gestelden zo lauw reageerden op deze antisemitische sentimenten nog minder.

Zo hekelde ze in 2003 de 'louter sussende geluiden en het slap geklets' van onder meer de toenmalige Amsterdamse burgemeester. 'Ik ben benieuwd', schreef ze in het Nieuw Israelietisch Weekblad, 'wat er met mij zou gebeuren als ik op de Dam ging staan en langdurig herhaalde: alle christenen aan het kruis en alle moslims aan de galg.'

Zeker weten doe ik het niet. Maar ik vermoed dat ik nog vaak aan Bloeme Evers-Emden zal terugdenken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.